Posts tonen met het label J/M. Alle posts tonen
Posts tonen met het label J/M. Alle posts tonen

donderdag 21 juni 2012

Jongens, aanpakken!


Of het beweegt de hele tijd (aan elkaar trekken, prikken of tikken) óf ze hangen achteruit in de bank: typisch jongensgedrag in de pubertijd. Een flinke dosis testosteron zorgt voor die bewegingsdrang en maakt stilzitten voor jongens lastig. Doordat de doorbloeding van de hersenen 20% minder is dan bij meisjes in die leeftijd is de kans dat, als ze niet bewegen of gestimuleerd worden, ze opeens in een ‘stopmodus’ terechtkomen. Hangen dus, en soms zelfs in slaap vallen. Wij mochten van OCW op drie hv-scholen jongens interviewen en vervolgens lessen observeren bij docenten die het wél lukte om deze jongens goed aan het werk te krijgen. Het is echt een feestje om deze docenten aan het werk te zien. Wij hebben het gedrag van deze docenten geordend, en komen uit op 6 pijlers die er toe doen om jongens te laten werken en leren:
  1. Positieve benadering: contact maken, de relatie met hen willen aangaan, en als het een keer minder goed gaat: de volgende keer weer met een schone lei beginnen, zeg wat ze goed doen
  2.  Structuur en duidelijkheid: helder in wat je gaat doen, wat je van hen verwacht, volg ze en geef grenzen aan
  3. Variatie in de les: meerdere zintuigen aanspreken, niet alleen het woord, maar juist veel beeld, afwisseling in werkvormen
  4. Actief aan het werk zetten en houden: laat de jongens bewegen, vooral in het kader van de lesinhoud
  5. Reflectie uitlokken: kijk terug met de jongens op wat ze gedaan hebben, geef hen eerlijke feedback
  6. Humor: maak het niet al te zwaar, met een beetje lichtheid kan je goed aangeven hoe jij het ziet en accepteren ze het

Wil je meer weten? Lees dan het hele onderzoeksrapport.

.

woensdag 7 december 2011

Agressiecurve

Afgelopen weekend liep het tussen supporters van FC Utrecht en FC Twente uit de hand.. het journaal besteedde er 10 minuten aan. Waarom laat we ze niet gewoon lekker matten? Dat hebben die jongens nodig. Er heerst een taboe op een robbertje vechten. Angela Crott schrijft in haar proefschrift waarop ze 21 dec aan de Radboud Universiteit gaat promoveren, dat er geen verschil zit in het gedrag van de jongens vroeger en nu maar dat we in de loop van de tijd anders tegen dat gedrag zijn gaan aankijken. Eerst noemden we het ‘baldadig’ als een jongen een ruitje ingooit, nu noemen we het ‘asociaal’.
In de klas heb je ook wel eens een iemand die uit z’n slof schiet. Wat is wijsheid? In ons boekje Knaplastig, lesgeven aan pubers het volgende beeld dat je kan helpen het moment te vinden waarop je in gesprek kan gaan.
dank aan Henno :)

.

dinsdag 16 augustus 2011

meisjes- en jongensklassen


Hét discussiepunt bij de start van het nieuwe schooljaar in krant (Trouw en Reformatorisch Dagblad), radio en straks waarschijnlijk op het NOS-journaal, is het punt van aparte lessen voor meisjes en jongens. Voorzitter Wim Kuiper van de Besturenraad (belangenbehartiger van de christelijke scholen) heeft de discussie deze week geopend met het opperen van aparte meisjes- en jongensklassen: “jongens lopen in hun hersenontwikkeling 2 jaar achter bij meiden, daar moet je rekening mee houden bij bijvoorbeeld de taallessen”. Het moet een oplossing bieden voor de hoge uitval van jongens, vooral binnen het VO. Heel interessant.
Een paar meningen op een rij:

  • Onderwijskundige Jaap Dronkers (Universiteit van Maastricht): een goed idee, je kan de didactiek aanpassen aan de specifieke eigenschappen (meisjes zelfstandig werken, jongens doen graag wedstrijdje)

  • Annemarie van Langen (onderzoeker ITS Nijmegen): het ligt meer aan de groepsdruk en verwachtingspatroon ‘meisjes mogen ijverig zijn’, jongens zeggen nu ‘school is not cool’

  • Onderwijskundige Paul Jungbluth (Universiteit Nijmegen): slecht idee, de verschillen zijn zo klein, terwijl de verschillen binnen de groepen groot zijn. De grote hoeveelheid vrouwelijke docenten is eerder debet aan schooluitval

  • Hoogleraar pedagogiek Louis Tavecchio (Universiteit van Amsterdam): geen gek idee. Meiden worden overschreeuwd door jongens. Jongens scoren door zich assertief op te stellen, en meisjes worden beloond omdat ze ijverig zijn. Misschien is er wel een overwaardering van eigenschappen waar vrouwen doorgaans beter in zijn.

Opvallend is wel dat de Nederlandse gewoonte om te determineren en alles in homogene groepen te willen plaatsen weer de kop op heeft gestoken. Ooit een homogene groep voor je neus gezien? Ooit een 4 havo-groep gehad die allemaal hetzelfde niveau hadden en hetzelfde wisten? Je weet zelf ook dat, voor jouw vak, er leerlingen van vmbo-niveau tussenzitten en leerlingen met vwo-capaciteiten. Kinderen die heel veel van het onderwerp weten en kinderen die bij de inleiding het al in Keulen horen donderen. Homogeniteit lijkt de oplossing voor fantasieloze docenten die in de illusie verkeren dat ze het op één en dezelfde manier kunnen aanpakken…en, als de leerling het dan niet kan, kunnen zeggen: ‘dan zit ie hier niet goed’.

Henno heeft op dit blog in april tot juni 2010 in 6 lessen (start les 1) uitgelegd hoe je de beste jongensdocent wordt. Leuk om die er weer eens bij te pakken in deze discussie.

Ps. Als je werkt op een school waar je aparte jongensaanpakken hebt ontwikkeld en het lijkt (of blijkt) te werken: neem dan contact op met Jannet Maréchal.

.

zondag 17 juli 2011

Tomboy

Behalve een paar schoolleiders en concierges in het noorden van het land heeft iedereen vakantie. Met dit druilerige weer zin in een film? Een aanrader: Tomboy. Over een meisje dat eigenlijk een jongetje wil zijn. Doordat de film het perspectief van het kind kiest, is er weinig drama. Vooral heel veel creativiteit en ontroering. Hij draait nu in Amsterdam (Movies), Den Haag (filmhuis), Rotterdam (Lantaren-Venster), Nijmegen (Lux), Utrecht (Louis Hartlooper) en Brussel (Actor's studio).

.

maandag 14 februari 2011

woensdag 2 februari 2011

Ik ben een jongen....

Klik om te vergroten

.

dinsdag 1 februari 2011

Ik ben een meisje.....

Klik om te vergroten

.

dinsdag 11 januari 2011

Boys & Girls. -Gurian, Stevens en Kings-


Deze week is de vertaling uit van het boek van Gurian, Stevens en King: Boys & Girls Strategieën voor onderwijs aan Jongens en Meisjes in het basisonderwijs.
In 2008 bracht ik een bezoek aan het Gurian Institute en daarvoor had ik al diverse contacten met Gurian. Ik heb lang gezocht naar uitgevers die bereid waren om iets van Michael Gurian’s werk te vertalen in het Nederlands, en vond uiteindelijk ‘Onderwijs maak je samen’ in Helmond bereid het mogelijke risico te nemen en dit boek op de markt te brengen. Alle eer aan Michael Gurian, Kathy Stevens en Kelley King en de uitgever. Ik ben er trots op aan de uitgave te hebben kunnen bijdragen in een uiterst plezierige en nuttige samenwerking met de uitgever.
In mijn vele lezingen, adviestrajecten, onderzoek en workshops ben ik vaak tegengekomen dat opvoeders, begeleiders, leerkrachten en hulpverleners moeite hadden met het gedrag van jongens.Hopelijk leidt dit boek ertoe dat leerkrachten meer plezier zullen hebben in hun werk en dat zowel jongens als meisjes in het primaire onderwijs meer recht wordt gedaan in hun eigen aardigheden en hun eigen ontwikkeling.
Dit werkboek is ook prima inzetbaar op de PABO’s waar tot nu toe weinig aandacht is besteed aan de soms optredende verschillen tussen jongens en meisjes. Het boek kan veel inspiratie opleveren voor educatieve voorzieningen rond het primaire onderwijs zoals vroege voorschoolse educatie en ook buitenschoolse opvang.
Ik beveel het hartelijk in jullie aandacht aan. Mogelijk wil je er ook anderen op attenderen.
Nadere informatie vindt je op mijn site of op onderwijsmaakjesamen waar je het boek direct kunt bestellen.



Lauk Woltring, 07-01-2011

.

vrijdag 24 september 2010

Heeft de hij-instromer de toekomst?

Pabo ‘mannenklas’ moet meer meesters voor het bord brengen


Pabo Hogeschool Rotterdam gaat zich inzetten om meer mannen voor de klas te krijgen. Onder het motto ‘meer meesters voor de klas’ heeft Pabo Hogeschool Rotterdam in samenwerking met het RVKO dit studiejaar voor het eerst studenten geworven voor een speciale ‘mannenklas’.
Met een percentage van slechts 14% blijft het aantal mannelijke studenten op de Pabo ver achter bij het aantal vrouwelijke. Hierin willen beide partijen verandering brengen. De ‘mannenklas’ moet de instroom van mannelijke studenten bevorderen en zo voor meer diversiteit in het basisonderwijs zorgen.

Lees hier verder

.

maandag 7 juni 2010

Hoe word ik de beste jongensdocent? (6)



Na 5 weken zijn we aangekomen aan de laatste les in de serie 'Hoe word ik de best jongensdocent?' Sla de 5 voorgaande lessen er nog maar eens op na. Les zes is echter essentieel in je repertoire als vakman/vrouw.

Les zes: stap voor stap

Een Chinees gezegde leert ons: “zelfs een mars van duizend mijl begint met een eerste stap.” Wil je meer lol hebben in jongensgedrag begin dan met een stap per dag, of een stap per week. Sta morgen eens een minuut of tien stil bij een jongen. En kijk dan gewoon vanuit stilte met een open blik naar dit unieke menselijke exemplaar. Zonder er iets mee te moeten, zonder er iets aan te willen veranderen. Wie is deze leerling? Wat leeft er? Wat speelt er? Wat doet deze leerling jou? Waar raakt hij je? Adem dan nog eens een paar keer rustig door voordat je samen verder gaat.

Een lessenserie van John, Elsbeth en Henno

.

maandag 31 mei 2010

Hoe word ik de beste jongensdocent? (5)



Les 5: Een jongen moet gezien worden

Vallen en opstaan is dus een leermethode die bij de jongen past. Een methode waar zelfvertrouwen voor nodig is en misschien zelfs een gezonde hoeveelheid overmoed.
Wat een jongen hier in ieder geval voor nodig heeft is bevestiging. Op vroege, maar ook op latere leeftijd. Jongens hebben vaak meer bevestiging nodig dan je denkt en bovendien meer dan ze zelf zouden willen. En dat is direct een lastige paradox. Aan de ene kant hebben jongens sterke behoefte aan een ijkpunt: een persoon die vanuit een volwassen perspectief liefdevol eerlijk en oprecht aangeeft wat goed is, wat beter moet, wat ronduit slecht is, wat uitmuntend is.
En aan de andere kant wil als jongen gezien worden in wie je bent. In de kwaliteiten die in jou als persoon besloten liggen en waarvan je wilt horen dat die toch ruimschoots opwegen tegen je beperkingen of onhebbelijkheden.
Juist omdat het voor jongens zo moeilijk is om met deze verwarring om te gaan, is het belangrijk dat er mensen zijn die oprecht in ze geloven. Voor een jongen moeten er mensen zijn die hem zien zitten, die hem zien staan. Die blij zijn dat juist hij in hun klas zit en bij wie hij kan voelen dat hij helemaal goed is zoals hij is. Ook als hij niet zo goed stil kan zitten, soms brutaal is en grenzen zoekt.
Vraag eens aan je collega’s om hun favoriete jongensleerling in hun hoofd te nemen en zijn kwaliteiten. Vraag ze daarna of de jongen weet dat zij zo positief over hem denken.

Volgende week de laatste les. Les 6:stap voor stap

Een lessenserie van John, Elsbeth en Henno

.

maandag 24 mei 2010

Hoe word ik de beste jongensdocent? (4)



Les 4: Reflecteren gaat niet vanzelf

Kijken en doen gaat jongens makkelijk af. Jongens leren door te ondernemen en door te ontdekken; met vallen en met opstaan. Maar leren gaat nog sneller als je ook reflecteert. Wat ging er in goed en waarom ging dat goed? Wat dacht ik toen ik die fout maakte en wat had ik anders moeten doen? Voor meisjes is ‘iets voelen’ en er over willen praten veel vanzelfsprekender dan voor jongens. Bij jongens komt de reflectie vaak pas later, of niet. Met het gevaar dat ze hardleers lijken.
Help je de jongens niet met reflecteren, dan is de kans groot dat ze weinig leren van fouten, of van zaken die goed gingen. Voor jou als docent ligt hier wat jongens betreft dus een schone taak. Help ze nadenken over wat mis gaat en over wat goed gaat. Bouw momenten in waarop ze met elkaar oefeningen of handelingen bespreken, bijvoorbeeld met behulp van feedbackformulieren. Zoek voor jou en voor ‘je jongens’ een geschikte methode. Confronteer op momenten dat het nodig is en durf terug te komen op zaken die je niet bevielen.

Ons schoolsysteem speelt zich nog steeds voor een belangrijk deel af rond het thema 'hoeveel fouten heb je gemaakt'? Op school, maar ook in onze samenleving, gaat veel aandacht, tijd en energie zitten in 'wat fout gaat'. Maar je helpt de jongen juist door niet alleen op fouten te concentreren. Bouw ook positieve stimuli in, spreek de jongen aan op zijn kwaliteiten; geef complimentjes, goedkeuring, privileges of tastbare beloningen. Als je er alert bent op bent dat je ‘negatieve’ feedback afwisselt met benadrukken en bespreken van goed gedrag dan zou je zomaar snel effect kunnen zien.

Volgende week les 5: Een jongen moet gezien worden

Een lessenserie van John, Elsbeth en Henno

.

maandag 10 mei 2010

Hoe word ik de beste jongensdocent? (3)



Les 3: Ze zijn levendig en niet alleen maar druk

Jongens zijn levendig. Bewegelijk. Energiek. Ze hebben, meer dan meisjes, beweging nodig om zich te ontwikkelen. Ze moeten iets met dat lijf van ze. Wist je dat het biologisch gezien onmogelijk is voor een jongen van 13 om twee uur stil te zitten?

Als je de levendigheid negatief labelt in ‘druk zijn’ en je dit gedrag continu alleen maar probeert in te dammen, kan de positieve energie die ze hebben voor jongens omslaan in het tegenovergestelde: een uitgebluste houding. In afhaken, afwezigheid. In de les is het dus voor jou als docent een behoorlijke klus om te balanceren tussen een te levendige of chaotische groep en een stel ongeconcentreerde lamlendelingen.

Wellicht kan het je helpen om je te realiseren dat de vitaliteit van de jongen nodig is en helpt het om hier met respect naar te kijken. Maar doe dit niet zonder respect voor je eigen grenzen. Grenzen aangeven blijft hier belangrijk. Misschien vaker en langer dan je lief is. Maar wederzijds respect moet je een heel eind brengen. En hier en daar wat chaos in de les, kan wellicht ook tot hele mooie resultaten leiden.

Volgende week les 4: Reflecteren gaat niet vanzelf

Een lessenserie van John, Elsbeth en Henno

.

maandag 3 mei 2010

Hoe word ik de beste jongensdocent? (2)



Les 2: Grenzen opzoeken is gezond. Grenzen geven een noodzaak

Je zou maar een klas hebben vol volgzame leerlingen. Nooit een grote mond, geen onverwacht gedrag. Muziek in je oren, of dodelijk saai? In ieder geval niet realistisch. Pubers, en vooral jongens, hebben het nodig om grenzen te zoeken. Dat is één van hun manieren van leren en verder te komen. Je neerleggen bij grenzen zou stilstand betekenen.

Krijg je een brutale opmerking naar je hoofd, bedenk dan dat dit een poging is tot groter groeien. Het zegt niets over jou als docent, maar het zegt iets over de jongen die zoekende is. Een zoektocht naar grenzen, waarmee jij hem kunt helpen. De grote mond vraagt dus om een correctie, een grens. Die je daarna, wellicht met een glimlach in gedachte, ferm en duidelijk kunt geven.

Volgende week les 3: Ze zijn levendig en niet alleen maar druk

Een lessenserie van John, Elsbeth en Henno

.

maandag 26 april 2010

Hoe word ik de beste jongensdocent? (1)



Vraag aan een willekeurige honderd docenten hun meest lastige leerling in hun hoofd te nemen. Onze ervaring leert dat dan minstens 95 van de docenten aan een jongen denkt. Jongens en het onderwijs. Het lijkt tegenwoordig een steeds lastigere combinatie. Waar het aan ligt? Zijn de jongens moeilijker geworden? Kunnen we moeilijker met ze omgaan? In dit artikel geven we géén analyse van het hoe en waarom van jongensgedrag. Dat jongens blijkbaar vaker als lastig worden ervaren is een feit. In dit artikel gaan we op zoek naar hoe we terug kunnen keren naar lol hebben in jongensgedrag. Hoe kun jij als docent weer genieten van de ettertjes uit je klas? Hoe zorg je ervoor dat je glimlacht om hun onbeholpen gedrag en onhandigheden. Hoe word jij de beste jongensdocent?


Les 1: Een jongen wordt nooit een meisje
Meisjes hebben een paar eigenschappen die in ons schoolsysteem behoorlijk handig zijn. Ze kunnen relatief goed stil zitten. Ze kunnen al op redelijk jonge leeftijd reflecteren op hun eigen gedrag en ze zijn verbaal handig. Dat komt ons als docenten best goed uit. Jongens daarentegen zijn op deze drie vlakken net iets onhandiger. Daar kunnen ze niets aan doen. Dat heeft de natuur zo geregeld. En dat is voor hun zelf net zo lastig als voor de docent die met ze moet werken. Je zou bijvoorbeeld maar langer dan een half uur moeten stilzitten terwijl er net een testosteronboost door je lijf jaagt. Ga d’r maar aan staan.
Accepteren dat de jongens in de klas zich dus anders gedragen dan de meisjes is een start van een betere jongensdocent zijn. Laten we van de jongens geen meisjes proberen te maken. Dat scheelt een heleboel strijd en evenzoveel energie.

(Volgende week les 2: Grenzen opzoeken is gezond. Grenzen geven een noodzaak

Een lessenserie van: John, Elsbeth en Henno

.

maandag 11 januari 2010

Dank John

.

dinsdag 10 november 2009

VERJUFFING onderwijs slecht voor jongens


Het aantal mannelijke docenten neemt in rap tempo af. Nog geen vijfde van alle nieuwe pabostudenten is van het mannelijke geslacht. Daarvan haakt ook nog eens een gedeelte vroegtijdig af. Bovendien gaan er nu veel mannelijke leraren, de oude garde, met pensioen. Gevolg: scholen vrijwel geheel bestaande uit een vrouwelijk lerarenkorps. Staatssecretaris Van Bijsterveldt zegt het belangrijk te vinden mannen voor de klas te hebben, maar geeft aan dat de scholen daar zelf zorg voor dienen te dragen. Het Sectorbestuur Onderwijsarbeidsmarkt (SBO) luidt de noodklok en roept op tot actie.


De verjuffing van het onderwijs is een feit. Kijk maar eens op een willekeurige basisschool. Je moet de mannelijk leerkracht met een loep zoeken. Dolblij waren wij onlangs met de nieuwe leerkracht op school: een man. Eindelijk. Na jaren juffen en gesprekken over onze 'drukke jongen' eindelijk eens iemand, zo hopen we, die niet zo schrikt van concentratieproblemen. Niet zo onder de indruk is van de onrust in zijn jonge jongensbenen. Iemand die gewoon eens een balletje meetrapt en zijn stem verheft als het nodig is.

Woordvoerder Presley Bergen van de stichting Beter Onderwijs Nederland, zelf hbo-docent en vader van twee zonen, geeft de schuld aan het 'nieuwe leren': "In de lerarenopleiding wordt de nadruk gelegd op zelfontplooiing. Het is een knip en plakcultuur, waarin werkstukken en praatgroepen belangrijk zijn dan de inhoud. Reflecteren op jezelf is het hoofdvak. Meisjes zijn daar nu eenmaal beter in dan jongens. Die vinden het prima om in groepjes te praten, projecten te doen. Jongens willen afgerekend worden op de inhoud. Reken- en taalles worden niet meer voldoende gegeven. Daar moet meer tijd voor komen, in plaats van het geleuter over je eigen leerproces. Zoals de zaken er nu voor staan heeft het geen zin om campagne te voeren om meer jongens naar de pabo te krijgen, daarvoor moet je de opleiding eerst aantrekkelijk voor ze maken."

Lesgeven

"Het ergste is nog dat de meisjes die van die opleiding komen ook op dezelfde manier gaan lesgeven, waardoor jongens het slecht doen op school. Uit onderzoek bleek dat de verschillen tegen het einde van de basisschool nog niet zo zichtbaar zijn, al kunnen de fundamenten daar wel gelegd worden, maar dat jongens moeite hebben zich staande te houden op de middelbare school. Je hebt vwo-klassen waar geen jongen meer te vinden is."

Er is hoop. Zo richtten drie pabostudenten onlangs een jongensvereniging op: Meester. Want de pabo is geen vrouwenopleiding vinden zij. Op Paboweb vertelt één van de initiatiefnemers, Freek Siero, dat de organisatie op termijn hoopt dat de pabo beter aan kan sluiten bij de interesses van mannen. "Vrouwen zijn vaak meer gericht op de zorg voor leerlingen. Dat hoort er natuurlijk bij. Maar de pabo is geen opleiding tot pedagoog, maar tot leraar. Wij zijn meer geïnteresseerd hoe je een goede, leuke les geeft."

De Telegraaf, 02-11-2009

.

zondag 4 oktober 2009

Meidenvenijn

Ken je ze in je klas: een meidengroep waar één populair meisje alle andere meiden in de tang heeft? Ze doet het heel subtiel, ze oogt charmant, en tegelijkertijd zet ze iets heel desastreus in gang. Rosalind Wiseman ontrafelt in het boek ‘Queen Bees and Wannabes' de hiërarchie in dergelijke meidengroepjes. Zij analyseert de pesterijen, het geroddel en de gevolgen ervan voor de reputatie van meiden. Het populairste meisje bepaalt wat er gebeurt. Zij heeft volgelingen, boodschappers en spionnen. De groep kiest altijd een slachtoffer en er zijn altijd leerlingen die toekijken en niets doen.

Haar boek is in ‘Mean Girls’ op een Hollywoodachtige manier verfilmd. Een impressie wat de meiden elkaar aandoen:


Op de site van ‘straks voor de klas’ staan enkele tips hoe met deze meiden om te gaan, en vooral ook, hoe te voorkomen dat dergelijke meidengroepen ontstaan. Op de site van PPSI staan cursussen en lesmateriaal over dit thema.

.

donderdag 4 juni 2009

Jongenstaal: 'Ik vind je aardig'.



Leuk? Meer leuke tips om jongens te begrijpen in: Zoons! een handleiding voor moeders

.

woensdag 27 mei 2009

Jongens en onderwijs,


JONGENS, schreeuwen om aandacht!

Hoe kijken we aan tegen de verschillen tussen jongens en meisjes? Zien we de kwaliteit en de vitaliteit in het spel van jongens? Zien we waar zij mee bezig zijn en wat zij daarbij nodig hebben? Of zijn we vooral bezorgd om de schooluitval, lagere schoolprestaties en hebben wij last van hun gedrag?

Praktisch over de hele linie zien we de prestaties van jongens in het onderwijs teruglopen, in tegenstelling tot de prestaties van meisjes. Van primair onderwijs tot en met universiteit. Nederland staat internationaal bekend als ingenieursland, maar waar blijven de jongens in wetenschap en techniek? Ze zijn niet terecht gekomen in onderwijs, opvoeding of zorg, want ook daar is het aantal mannen laag.

Wat is er aan de hand? Kunnen wij misschien (nog) niet leveren wat jongens nodig hebben? Noemen wij ze daarom lastig?
Natuurlijk is er ook meisjesproblematiek en is de emancipatie van meisjes nog steeds nodig. Ook hier blijft aandacht voor specifieke problemen nodig. Maar volgens mij ''schreeuwen jongens nu om aandacht”.

Want jongens en meisjes zijn verschillend. Uit socialisatietheorieën weten we veel over die verschillen. Onderzoek wijst bijvoorbeeld uit dat hechtings- en bindingsprocessen bij jongens en meisjes niet hetzelfde verlopen. Ook zijn er de afgelopen 15 jaar veel nieuwe inzichten uit neuro- en biowetenschappen gekomen. Die geven aan dat de ontwikkeling van jongens en meisjes verschillen vertoont in tempo, in manieren van leren, in integratie of wat meer gescheiden ontwikkeling van hersenfuncties, en zo meer. Jongens zijn anders. En niet minder.

Zonder een te rigide scheiding tussen jongens en meisjes aan te brengen – ieder kind is immers anders – heeft het zin jongens eens goed en opnieuw in beeld te brengen. We weten inmiddels meer dan in de jaren van emancipatie. Waarom haken jongens af en ervaren ze school niet als hun plek? Zijn we jongens te veel langs dezelfde wegen gaan benaderen als meisjes? Komt het doordat mannen in de kinderdagverblijven en in het primaire onderwijs zeldzaam zijn? Zijn we normaal beweeglijk jongensgedrag als lastig gaan zien?

Maar ik wil niet alleen op zoek naar oorzaken, maar ook naar oplossingen. Ik wil verkennen hoe we meer feeling voor sekseverschillen kunnen creëren. Zodat zowel jongens als meisjes meer aan hun trekken komen en ze juist gestimuleerd (en zonodig begrensd) worden. Het zou mooi zijn om te kijken hoe we de verschillen kunnen benutten zonder het onderwijs volledig om te gooien. Kunnen we jongens helpen op te groeien tot veelzijdig ontwikkelde volwassenen die voldoende in balans zijn om de uitdagingen van deze tijd aan te kunnen? Dit lijkt mij een uitdaging!

Henno Oldenbeuving

.