Posts tonen met het label Onderzoek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Onderzoek. Alle posts tonen

vrijdag 17 mei 2013

Je doet ertoe


“Je doet ertoe als leraar”, dat wist ik wel, maar deze week kreeg dat voor mij weer een extra dimensie door de theorie en experimenten van Carol Dweck. Je invloed is namelijk zo subtiel, en tegelijkertijd ook ze stuurbaar. De manier waarop je naar een leerling kijkt bepaalt welke kansen je deze leerling geeft.

Hieronder kort haar theorie, dan een filmpje met een zeer confronterend experiment.

Je kan op 2 manieren naar een leerling (en jezelf) kijken:
  1. Gefixeerde mindset: je bent zoals je bent. Je denkt dat mensen bepaalde talenten hebben, een bepaalde intelligentie die kan niet of nauwelijks kan veranderen. Je kan eruit halen wat erin zit, maar niet (veel) meer dan dat.
  2. Groeimindset: je kan jezelf veranderen. Je denkt dat je talenten kan ontwikkelen, je kan intelligenter worden als je er moeite voor doet, je doet dingen verkeerd maar je kan je verbeteren, door je instelling, door moeite te doen en door instructie en feedback te ontvangen.
En voor het geval je denkt ‘oh ja, ik heb wel een groeimindset’: denk je dat bij alles? Denk je dat je zèlf goed kan worden in wiskunde, in voetballen en/of in viool spelen? Denk je echt dat je lastigste leerling, die je het bloed onder je nagel vandaan haalt, ook de meest gemotiveerde leerling kan worden?

Wat dit betekent in de praktijk van alledag? Kijk naar het filmpje waarin je ziet wat voor invloed jouw mindset heeft op het gedrag en motivatie van de leerling.



Zo subtiel is het dus! Het is bijna beangstigend: zoveel invloed hebben een paar van jouw woorden.

Eén van de projecten van School aan Zet gaat precies over dit subtiele verschil. Een aantal docenten op een viertal scholen experimenteren met nieuw gedrag, allemaal gericht op die groeimindset. Meer weten over deze projecten? Bel of mail Hans van Dijck.  

.

vrijdag 1 maart 2013

U and Me



Je krijgt in de klas boordevol met leerlingen de hele dag zoveel gedrag op je af waarover je een beslissing moet nemen, dat je extreem goed bent (geworden) in het  ‘in actie komen’. Binnen het onderwijs zijn we er als het ware op geselecteerd. Als problemen iets ingewikkelder worden werkt deze strategie alleen niet altijd. Ingewikkelde problemen vragen eerst om contact te maken met de leerling en dat wat er speelt alvorens aan oplossingen te denken. In de ‘theory U’ van Otto Scharmer doet hij uit doeken hoe dit ook voor ons ‘actie-mensen’ mogelijk is: niet in een rechte lijn recht op de oplossing af, maar met een bocht. Om de bocht nemen is het eerst een kwestie van ‘willen zakken’. Een paar manieren om dit te bereiken:
Ten eerste: ben je bewust je eigen stem(men) in je hoofd:

  • De stem van het oordeel: ‘deze jongen is lui’  of ‘dit meisje is achterbaks'
  • De stem van het cynisme: ‘ik ken dit soort types, dat gaat sowieso de criminaliteit in’
  • De stem van de angst: bang om af te gaan, bang om de controle/gezag te verliezen, bang voor het oordeel van mijn collega’s

Ga niet jezelf veroordelen dat die stemmen er zijn…ze zijn er, het enige dat gevraagd wordt is je er bewust van te zijn. Dan verandert er namelijk meteen iets. 






Ten tweede: verhoog het niveau van het gesprek:
1.         Downloaden: vertellen wat je al weet, bevestiging zoeken
2.         Debat: argumenteren, gaten in de redenering van de ander zoeken
3.         Dialoog: het gesprek voeren vanuit wat beide gespreksdeelnemers nodig hebben, je leert van elkaar

Vorig jaar hebben op 3 scholen een flink aantal docenten U-gesprekken gevoerd: ze hebben gepoogd om niet rechtstreeks naar een oplossing te streven, maar de U in te gaan. Met elke leerling zijn 2 gesprekken van maximaal een half uurtje gevoerd in 1 jaar. Het resultaat was verbluffend: deze jongeren hadden een groter gevoel van welbevinden, werden minder gepest en voelden zich veiliger tov controleleerlingen die deze gesprekken niet hadden. En dat in 2 gesprekken!


.

dinsdag 15 november 2011

Druk druk druk

ADHD maakt een epidemische ontwikkeling door. Het aantal gediagnosticeerde kinderen is de laatste tien jaar verdubbeld, 5% zou nu ADHD hebben. Als bioloog suggereer ik dat hyperactiviteit dan vast een evolutionair voordeel heeft. Wat voor schoolse zaken soms een lastige eigenschap is, kan in het verdere leven goed van pas komen. Theo Maassen zegt in zijn show ‘mijn vriendin is hoogopgeleid, ik ben snel afgeleid’.
Timo Bolt geeft een mooie historische kijk op ADHD in zijn boek ‘van zenuwachtigheid tot hyperactief’. Ten eerste: drukke kinderen waren er altijd al. We noemden ze zenuwachtig, nerveus, driftig, MDB of ze hadden een ‘moreel-ethisch’ defect. En ten tweede geeft hij adhv de geschiedenis 4 verklaringen waarom er tegenwoordig zoveel meer kinderen het label ADHD krijgen (de 4 M’en):

  1. Mode: zowel in borrelpraat als serieuze media wordt veel aandacht aan hyperactiviteit besteed. Als je druk bent, heb je al snel ‘Adé Ha Dé’ . Het laten testen is dan de volgende stap;
  2. Moderne tijd: in het drukke dagelijkse leven is geen ruimte voor kinderen die extra zorg en aandacht vragen. En: de hoeveelheid prikkels neemt toe, en het is knap als je die kan negeren;
  3. Medische vooruitgang: de medisch hoek weet ADHD beter en eerder te herkennen;
  4. Medicalisering: de medici, ouders en school hebben er baat bij dat de diagnose gesteld wordt. Het label ADHD levert geld op en het is fijn als je zelf niet verantwoordelijk kan worden gesteld voor het wangedrag.

Naast deze, meer theoretische verhandeling over ADHD heeft Trix van Lieshout een klein boekje gemaakt met praktische tips en handreikingen: ‘Druk Druk Druk’ heet het. De ultieme tip is (voor)structureren. Maar als je wilt weten hoe je dat heel specifiek kan doen in een klassensituatie, koop dan het boekje, voor de prijs van 8,50 hoef je het niet te laten.

.

donderdag 3 november 2011

Wilskracht

Het goed kunnen inzetten van wilskracht is belangrijker dan intelligentie om maatschappelijk succesvol te worden. En tegelijkertijd hebben alle mensen ongeveer dezelfde hoeveelheid wilskracht. Deze 2 gegevens kan je inzetten bij je ingewikkelde en/of overbelaste leerlingen. Eerst de uitleg van de 2 constateringen, en dan hoe we het kunnen gebruiken.

Wilskracht is belangrijker dan intelligentie om maatschappelijk succesvol te worden
Een redelijk simpel experiment gestart in 1972 maakte dit duidelijk. Zet een kind in een kamer, en leg een snoepje op tafel. Vertel dat hij/zij dat snoepje mag opeten, maar als dat snoepje er over een kwartier nog ligt, het kind er nog een krijgt. Je snapt dat het ene kind het snoepje sneller van tafel graait dan de ander, en hoe ouder het kind hoe meer wilskracht ze tonen. Na 20 jaar hebben ze de kinderen van toen ondervraagd: diegene die het indertijd een kwartier hebben volgehouden bleken vrijwel allemaal succesvoller op school en in hun werk dan de kinderen die het niet lukte.

Alle mensen hebben ongeveer dezelfde hoeveelheid wilskracht
Wilskracht en doorzettingsvermogen blijken niet te ontstaan uit heroïsche inspanningen, maar uit het goed inzetten van de spaarzame hoeveelheid wilskracht die de mens heeft. Als je veel dagelijkse beslissinkjes (opstaan, tas inpakken) automatiseert en ritualiseert houd je meer wilskracht over voor de zaken die echt belangrijk zijn. Dus je niet elke dag afvragen ‘zal ik mijn tas vanavond inpakken of pas morgen?’ of ‘zal ik nog een kwartiertje blijven liggen of toch al meteen opstaan?’. Als je daar telkens keuzes in moet maken, houd je geen energie meer over voor wat er echt toe doet. In zware omstandigheden blijken regelmaat en rituelen de mens op de been te houden.

Wat te doen met deze kennis?
Belangrijk is dus het inslijpen van routines voor triviale zaken, om vervolgens de wil in te zetten voor dat wat echt belangrijk is. En dat wat echt belangrijk is bereik je in kleine stappen: één ding tegelijkertijd. Niet van een leerling die veel liegt vragen dat hij nooit meer liegt. Dat vraagt teveel wilskracht. Laat hem eerst maar eens voor zichzelf opschrijven wanneer hij een ‘leugentje om bestwil’ maakt.
In computergames worden de technieken toegepast die perfect passen bij deze principes. Vandaar dat kinderen er dol op zijn. Ze maken gebruik van 3 technieken:
1. duidelijke regels
2. hanteerbare en steeds stijgende heldere en haalbare doelen
3. nadruk op beloning van échte prestaties
Denk dus niet bij een leerling dat de wil ontbreekt. Hij heeft grofweg net zoveel wilskracht als jij, alleen zet hij het in voor iets anders. En daar kan je dus in sturen….

Interessant? Lees meer of koop het boek Willpower – rediscovering the greatest human strength- van John Tierney en Roy Baumeister

.

dinsdag 3 mei 2011

Ben jij een échte leraar?



Nieuw onderzoek: authentiek functioneren in de klas kun je leren

“Die van Nederlands is nen echte”, zegt Lander (16). “Ik zit graag in zijn les en steek veel van hem op.” Dat treft, want door populaire media als het internet, Facebook en Twitter zijn leraren slechts een van de vele bronnen van informatie voor jongeren. Hoe jongeren dan selecteren? Ze zoeken welke informatie authentiek overkomt. Het belang van authenticiteit in onze maatschappij, en zeker bij jongeren, neemt alleen maar toe. Nieuw onderzoek toont welke criteria jongeren gebruiken om hun leraren als ‘authentiek’ te beschouwen. En geeft aan hoe je in de klas authentiek functioneert en dat zelfs kunt leren. Echt?


1. Ken je vak, vertel je verhaal

“Ik zit daar in de klas omdat ik wil bijleren. de lessen mogen leuk en aangenaam zijn, maar dat is niet het belangrijkste.” Lucas (18), 6 aso
Je leerlingen verwachten vooral dat ze iets bijleren in de klas. Vakkennis is daarom het belangrijkste criterium om een leraar als ‘echt’ te beoordelen. Klasmanagement is ook belangrijk. Leerlingen verwachten dat je de klas in de hand houdt, maar dan vooral omdat ze dan beter kunnen bijleren. In een rumoerige klas is het moeilijker om iets op te steken.


“Hij springt van de hak op de tak. moeilijk om te volgen. ineens gaf hij vlug grammatica, omdat we te weinig tijd hadden. toen dacht ik: ik leer het gewoon niet meer.” Maite (16), 4 bso
Vakkennis houdt voor je leerlingen ook in dat je als leraar duidelijk en helder de leerstof uitlegt en daarvoor de nodige tijd voorziet. En ze verwachten ook dat je hen helpt bij het verwerken van de leerstof, dat je hen warm maakt voor de vakinhoud, en er samen met hen naar streeft dat ze een goed resultaat halen. Leerlingen appreciëren dus sterk dat je weet waarover je praat en dat je dat kunt vertalen naar de doelgroep aan wie je lesgeeft.

Echte leraren? zij die het leuk vinden om les te geven

2. Breng je passie over

“Als ze leeft voor haar vak. als je ziet dat ze werk in haar vak heeft gestoken. als ze haar leerstof niet aframmelt, maar echt geïnteresseerd is in haar vak, ja, dan …” Fleur (17), 5 tso
Als je leerlingen het gevoel hebben dat je als leraar met je vak en met hen bezig bent, dat je investeert in je vak, dat je bevlogen bent en leeft voor je vak, dan is dat een geweldige surplus. Ze appreciëren het als je tijd en moeite steekt in je lesvoorbereidingen en zoekt naar creatieve manieren en invalshoeken om je leerstof over te brengen.

“Hij hield zich misschien niet aan het leerplan, maar toch leerde hij ons op die manier zo veel meer.” Victor (15), 4 tso
Je leerlingen focussen niet echt op didactische werkvormen. Die vinden ze enkel belangrijk als ze de les aangenamer maken of als ze ervoor zorgen dat ze de inhoud beter begrij- pen. Ze waarderen het als je lesgeeft op de meest efficiënte en effectieve manier. Jongeren bewonderen de leraar die meer weet dan het puur noodzakelijke en die toont dat hij de actualiteit van zijn vak bijhoudt. Cruciaal is wel dat die extra's een meerwaarde bieden voor de les, dat ze meer doen dan de les ‘opleuken’. Lachen en plezier maken kunnen, maar zijn ondergeschikt aan bijleren en passie.

Lees hier (op Klasse.be) ook de tips:

3.Blijf op een veilige afstand

4.Wees je eigenste zelf

.

woensdag 1 december 2010

Vingers opsteken in de klas blijkt niet te werken


Hoe kan een leraar zijn leerlingen het beste bij de les betrekken? Een Engels experiment zocht het uit.

Het is zó gewoon dat bijna niemand zich ooit afvraagt of het wel goed werkt: de leraar stelt een vraag, leerlingen die het weten, steken hun vinger op en een van hen mag het antwoord geven.

Een Engelse hoogleraar onderwijskunde nam de proef op de som en verbood een klas vol kinderen hun vingers op te steken. En wat blijkt? De leerlingen boekten in tien weken tijd twee keer zo veel vooruitgang als een vergelijkbare klas waar wel vingers opgestoken mochten worden.

Lees hier het hele artikel

Trouw, 2010

.