woensdag 10 juni 2009

Juffrouw Buurman - 2


Ik heb ruzie met Ronald. Hij zette me voor schut bij gym, terwijl ik toch een veel betere voetballer ben.
Natuurlijk kom ik dan ook nog te laat bij juffrouw Buurman. Weer een briefje halen, weer op vrijdagmiddag langer blijven, weer een preekje aanhoren (als je zo doorgaat, dan …..).
Het is moeilijk om positief te blijven, maar ik blijf het proberen. Ik had het huiswerk goed geleerd, en heb wel 20 keer mijn vinger opgestoken als de juf een vraag aan de klas stelde.
Geen beurt gehad natuurlijk.
Ze keek me nog niet aan!
Zal het de volgende les beter gaan?

.

maandag 8 juni 2009

Scheiden

Elk jaar krijgen 70.000 kinderen te maken met echtscheiding. Kinderen van gescheiden ouders lopen 2 keer zo vaak vast in het leven. Ze vertonen meer externaliserend (agressief en geweldadig) en internaliserend (depressief en angstig) gedrag. Ook het schoolniveau waarvoor ze een diploma halen blijkt lager. Dit was net te zien in een uitzending van Netwerk (vanaf 15.24 min). Ed Spruijt, onderzoeker van Universiteit van Utrecht, zegt hier: ‘scholen zouden een echtscheidingsprotocol moeten hebben, dan weten docenten wat ze wel en niet kunnen doen en vragen’. Ook zie in deze uitzending een paar fragmenten van het KIES-project, waarin de kinderen met elkaar onder begeleiding van coaches hun ervaringen delen.

.

zaterdag 6 juni 2009

Puber Brein Binnenstebuiten, wat beweegt jongeren 1


Jongeren hebben ruimte nodig om zich te ontwikkelen. Dat weten we.
Vanaf ongeveer 12 jaar begint het ‘loslaten’. Opvoeders en begeleiders nemen meer afstand, jongeren moeten meer zelfstandig zijn en zelf keuzes maken.
Volgens Huub Nelis en Yvonne van Sark (puberbrein binnenstebuiten) is dit een mythe.
Terwijl het lichaam de ene na de andere groeispurt doormaakt, hormonen op allelei manieren veranderingen in gang zetten, hersenen sterk in ontwikkeling zijn, hebben pubers vooral structuur en kaders nodig. Binnen de context van een open samenleving die jongeren veel ruimte en mogelijkheden biedt, moeten we op zoek naar nieuwe wegen om jongeren grenzen en structuur te bieden.

De vraag is welke grenzen en structuur er binnen het onderwijs zijn.
Knellen ze, of juist niet? Bieden de kaders voldoende ruimte voor leren en ontwikkelen? Zijn er andere kaders nodig?

Meer volgt ……….

Vrij samengevat uit: Puberbrein Binnenstebuiten (Huub Nelis, Yvonne van Sark, uitgeverij kosmos, 2009)

.

donderdag 4 juni 2009

Jongenstaal: 'Ik vind je aardig'.



Leuk? Meer leuke tips om jongens te begrijpen in: Zoons! een handleiding voor moeders

.

dinsdag 2 juni 2009

Juffrouw Buurman - 1




Vanochtend veel te vroeg opgestaan. En tot overmaat van ramp jufrouw Buurman het eerste uur.
Ik had echt niets gedaan, droomde een beetje voor me uit. Ik stoorde niemand, at geen boterham, was niet brutaal, en toch …..
Weer eruit gestuurd!!!
Na afloop van de les moest ik bij de juf komen.
Waarom ben ik eruit gestuurd, was mijn vraag.
Door schade en schande word jij wijs, was haar antwoord.

Ik snap niet wat zij bedoelt, maar het zal wel.
Mokkig begin ik met het overschrijven van hoofdstuk 4.

.

Eruit!

De mei-vraag aan de bezoekers van dit blog gaat over een maatregel die we nog wel eens nemen bij leerlingen die ‘we er echt even niet bij kunnen hebben’. De vraag was als volgt: Als je wel eens een leerling de klas uitstuurt: hoe lang duurt dat gemiddeld? En wat geef je de leerling mee?

  • totdat de leerling is afgekoeld: 29%
  • totdat ik ben afgekoeld: 23%
  • totdat de les is afgelopen: 35%
  • de leerling krijgt duidelijk te horen waarom hij/zij eruit gestuurd is: 41%
  • de leerling krijgt een vraag of opdracht mee: 35%
  • ik geef de leerling meteen het strafwerk mee: 5%

Zo doen we dat dus in praktijk.. maar wat werkt nu eigenlijk?
Het kan werken: een leerling met onacceptabel gedrag eruit sturen en ‘m zonder aandacht weer terughalen in de les. Het is echter vooral gebleken effectief als de leerling jonger is dan 8 jaar. Uit geen enkel onderzoek blijkt dat het effectief is bij oudere leerlingen (ouder dan 12 jaar). Op zoek dus naar andere vormen. Bij docenten die zelden een leerling eruit sturen (niet vaker dan eens in de 8 weken) is de maatregel wel effectief. En onder effectief verstaan we dan dat de leerling er in de lessen daarna er niet weer wordt uitgestuurd.
Bij docenten die regelmatig leerlingen verwijderen blijkt het eruit gestuurd zijn geen effect te hebben op het gedrag van de leerlingen. Dus stuur je er meer dan 5 of 6 leerlingen per jaar uit, kijk dan eens goed naar jezelf en de maatregelen die je neemt.

Als eruit sturen effectief kan zijn, dan blijft natuurlijk de vraag hoé je dat dan moet doen. Is daar ook nog iets zinnigs over te zeggen? Harrie Velderman, specialist in het eruit sturen: ‘op veel scholen vullen de leerlingen nadat ze eruit gestuurd zijn een formulier in over wat zij fout hebben gedaan en hoe zij anders kunnen handelen. Vervolgens hebben zij daarover een gesprek met de docent. Deze methode blijkt niet of nauwelijks effectief‘. Harrie is op zoek gegaan naar een andere methode, hij noemt het ‘switch’: zowél docent áls leerling vullen een formulier in over het eigen handelen en wat ze anders hadden kunnen doen. Dan volgt een gesprek. Op dit moment wordt op verschillende scholen de switchmethode uitgeprobeerd, en vergeleken met klassen waar volgens de oude methode wordt gewerkt. De eerste ervaringen lijken zeer positief uit te vallen.
Meer informatie over eruit sturen: lees het boek ‘Time-out en switch' of neem persoonlijk contact op met Harrie Velderman (harrie.velderman@hu.nl)

.

woensdag 27 mei 2009

Jongens en onderwijs,


JONGENS, schreeuwen om aandacht!

Hoe kijken we aan tegen de verschillen tussen jongens en meisjes? Zien we de kwaliteit en de vitaliteit in het spel van jongens? Zien we waar zij mee bezig zijn en wat zij daarbij nodig hebben? Of zijn we vooral bezorgd om de schooluitval, lagere schoolprestaties en hebben wij last van hun gedrag?

Praktisch over de hele linie zien we de prestaties van jongens in het onderwijs teruglopen, in tegenstelling tot de prestaties van meisjes. Van primair onderwijs tot en met universiteit. Nederland staat internationaal bekend als ingenieursland, maar waar blijven de jongens in wetenschap en techniek? Ze zijn niet terecht gekomen in onderwijs, opvoeding of zorg, want ook daar is het aantal mannen laag.

Wat is er aan de hand? Kunnen wij misschien (nog) niet leveren wat jongens nodig hebben? Noemen wij ze daarom lastig?
Natuurlijk is er ook meisjesproblematiek en is de emancipatie van meisjes nog steeds nodig. Ook hier blijft aandacht voor specifieke problemen nodig. Maar volgens mij ''schreeuwen jongens nu om aandacht”.

Want jongens en meisjes zijn verschillend. Uit socialisatietheorieën weten we veel over die verschillen. Onderzoek wijst bijvoorbeeld uit dat hechtings- en bindingsprocessen bij jongens en meisjes niet hetzelfde verlopen. Ook zijn er de afgelopen 15 jaar veel nieuwe inzichten uit neuro- en biowetenschappen gekomen. Die geven aan dat de ontwikkeling van jongens en meisjes verschillen vertoont in tempo, in manieren van leren, in integratie of wat meer gescheiden ontwikkeling van hersenfuncties, en zo meer. Jongens zijn anders. En niet minder.

Zonder een te rigide scheiding tussen jongens en meisjes aan te brengen – ieder kind is immers anders – heeft het zin jongens eens goed en opnieuw in beeld te brengen. We weten inmiddels meer dan in de jaren van emancipatie. Waarom haken jongens af en ervaren ze school niet als hun plek? Zijn we jongens te veel langs dezelfde wegen gaan benaderen als meisjes? Komt het doordat mannen in de kinderdagverblijven en in het primaire onderwijs zeldzaam zijn? Zijn we normaal beweeglijk jongensgedrag als lastig gaan zien?

Maar ik wil niet alleen op zoek naar oorzaken, maar ook naar oplossingen. Ik wil verkennen hoe we meer feeling voor sekseverschillen kunnen creëren. Zodat zowel jongens als meisjes meer aan hun trekken komen en ze juist gestimuleerd (en zonodig begrensd) worden. Het zou mooi zijn om te kijken hoe we de verschillen kunnen benutten zonder het onderwijs volledig om te gooien. Kunnen we jongens helpen op te groeien tot veelzijdig ontwikkelde volwassenen die voldoende in balans zijn om de uitdagingen van deze tijd aan te kunnen? Dit lijkt mij een uitdaging!

Henno Oldenbeuving

.

donderdag 21 mei 2009

Barbapapa gelooft niet in straf






Hoe pakt hij het dan aan? Lees verder in: 'De school van Barbapapa'.

.

dinsdag 19 mei 2009

Liefde op school. Leuk of lastig?


Twee verliefde leerlingen die niet van elkaar af kunnen blijven zorgen voor onrust in de les. Twee leerkrachten tortelen in de personeelskamer, tot ergernis van collega’s. Een ouder van een leerling die een verhouding heeft met de directeur is voeding voor roddels op het schoolplein. Een docent die ‘iets’ heeft met een meerderjarige leerling. Strafbaar of moet kunnen? Kortom. Liefde is leuk maar kan ook knap lastig zijn. Om liefde leuk en niet lastig te laten worden is het verstandig op school hier afspraken over te maken; wat is wel en wat niet gewenst gedrag? Het onderwerp kan op een leuke en speelse manier in het team besproken worden met de Liefdeskaartjes, een gratis te downloaden aanvulling bij het spel Gedragen gedrag mini. Voor meer informatie kijk op: http://www.ppsi.nl/.

.

maandag 18 mei 2009

Een goed begin ....

"Toen ik vandaag een les bezocht, stonden de leerlingen ongeduldig en springerig in de gang te wachten voor een dicht klaslokaal. De docent kwam verontschuldigend 10 minuten te laat. Sorry, een belangrijk telefoontje.
De leerlingen waren van onrustig, luidruchtig geworden. De docent moest hard werken om er alsnog een goede les van te maken."

Een goed begin is:
- als docent voor de bel aanwezig zijn
- leerlingen bij de deur ontvangen en contact maken
- lesvoorbereiding en materialen zijn op orde

.

Haalbare doelen

Zo pakte Korczak (1878-1942) het aan:

.

woensdag 13 mei 2009

Kapotte-ruitentheorie

Als je toevallig in je klaslokaal zit, kijk eens om je heen: hoe zien de tafels eruit, staat er iets geschreven op de muur en hoe net is je bureau en de kast? Kijk je elke dag kritisch hoe je lokaal eruit ziet of alleen vlak voor de open dagen? Als je last hebt van leerlingen die kliederen, gemakzuchtig zijn of zelfs stelen is het wellicht tijd om hier vaker alert op te zijn: wanorde en troep leiden niet alleen tot nog meer wanorde en troep, maar ook tot meer crimineel gedrag.



Enkele resultaten uit een onderzoek van 3 Groningse sociologen:
  • als de muur waarvoor je je fiets geparkeerd hebt voorzien is van graffiti, gooien 69% van de mensen het reclamefoldertje dat aan de fiets zit op de grond, 33% doet dat als de muur schoon is
  • als je ziet dat ook andere mensen regels hebben overtreden (fietsen vastmaken waar dat niet mag) dan overtreedt 82% ook andere regels (‘geen doorgang, omlopen’), maar 27% doet dat als er verder geen andere normen zichtbaar worden overtreden
  • bij een omgeving met graffiti stelen 27% van de mensen een envelop met geld die half uit een brievenbus hangt, bij een schone omgeving doet 13% dat.
..en aangezien leerlingen net mensen zijn zullen dergelijke principes ook wel gelden in ieders klaslokaal.

.

maandag 11 mei 2009

Bemoei je met je eigen zaken

In de lerarenkamer bespreken mijn collega’s een “gedragslastige” jongere. Ik herken de klachten van mijn collega’s niet echt. Ik heb geen problemen met deze Pieter. Maar als ik dit aangeef, word ik afgescheept met het excuus dat er in het gymlokaal natuurlijk andere wetten gelden. Daar mogen, nee moeten de leerlingen tenslotte bewegen. Dat is niet vergelijkbaar met het lastige beweeglijke gedrag in het klaslokaal. Ik ben het hier natuurlijk niet mee eens, maar blijf achter in verwondering. Deze jongen lastig? Ik vind hele andere leerlingen veel lastiger.
Dit was zo’n tien jaar terug. In het begin van mijn tijd als leraar bewegingsonderwijs. En vanaf toen is dit verschijnsel me blijven boeien. Wat of wie is nou eigenlijk de gedragslastige jongere?
Het lijkt tegenwoordig of bijna iedere jongere gedragslastig is. En is er een beeld ontstaan dat het huidige gedrag van jongeren veel extremer is dan vroeger. Wat fijn toch dat we nu een compleet vocabulaire hebben waarmee we deze leerlingen kunnen bestempelen: scholen zitten vol met ADHD-ers, autisten, LWOO-ers of andere rugzakdragers. Met deze termen is het in ieder geval net alsof we er grip op hebben.
Maar goed, voor wie is het gedrag van deze leerlingen nou eigenlijk lastig? Neem nou Daniel (14). Toen ik hem les gaf, presteerde hij het om elke dag minstens een half uur te laat te komen. Als ik hem, eerst vriendelijk, maar steeds dwingender vroeg naar een reden, kon ik op een grote mond rekenen. Oftewel: “Bemoei je met je eigen zaken”. Dit hield erg lang aan. Gek werd ik van hem. Hij verstoorde zowel de lessen als mij.
Maar na een tijdelijke schorsing van school leerde ik hoe ver je er naast kunt zitten. Het lastige gedrag van Daniel bleek juist ingegeven door behulpzaamheid en trouw. Zijn moeder was ernstig ziek en Daniel bracht zijn kleine zusje iedere dag naar school. Ik kon mezelf wel voor de kop slaan. Ik had mezelf volledig laten frustreren door deze jongen. Maar erger nog: ik had geen echte aandacht voor hem gehad. Ik hoop dat hij mijn gedrag snel vergeten is.
Het gedrag van de jongere is meestal vooral lastig voor de jongere zélf. Zíjn schoolloopbaan verloopt stroever of rottiger dan bij een ‘normale’ leerling. Hij werpt met zijn gedrag grenzen op die zijn mogelijkheden beperken. En hij is degene die misschien zijn sociale omgeving teleurstelt.
Of is het vooral de docent die de jongere als last ervaart, zoals ik bij Daniel? Als je de term “gedragslastig” zo interpreteert, dan zegt dit woord eigenlijk vooral iets over het gedrag van de docent. Namelijk dat deze zijn gedrag voor de klas laat leiden door de leerling. Waarmee je eigenlijk zegt dat de docent de touwtjes niet meer in handen heeft.
Wat is er voor nodig om gedragslastige jongeren niet meer als zodanig te ervaren? Misschien helpt het als we eerst van die nare term af zijn. Ik spreek zelf liever van ingewikkeld gedrag. Ingewikkeld omdat je wel degelijk in handelingsverlegenheid wordt gebracht. Ingewikkeld, omdat het bij iets ingewikkelds logisch is dat je het antwoord niet meteen klaar hebt. En ingewikkeld, omdat ingewikkelde zaken uitdagend zijn in plaats van vervelend.
“Ingewikkeld” gedrag roept om een leerbare, open en nieuwsgierige houding van de docent: feedback durven vragen aan collega’s, terug willen kijken op eigen gedrag en daadwerkelijke interesse hebben in de achtergrond van de jongere. Dit alles vergt niet alleen behoorlijk wat van de docent, maar ook van de school. Jezelf kwetsbaar opstellen, je eigen gedrag bespreekbaar maken lukt natuurlijk alleen in een veilige omgeving. Ik gun alle leraren een schoolcultuur waar je zonder schaamte je collega’s om hulp kunt vragen. Uit ervaring weet ik jammer genoeg dat deze cultuur niet altijd vanzelfsprekend is.
Een open instelling dus van zowel docent als school. Maar daarnaast doe ik hier graag een warm pleidooi voor het belang van pedagogisch vakmanschap. We zijn allemaal sterk geschoold in onze didactische vaardigheden. Maar hoe zit het met onze pedagogische kwaliteiten? Hebben we voldoende in onze mars om de jongere echt te zien? Staan we voldoende open om echt contact te maken met de leerling. Een jongere is ook maar een mens. Een mens dat gezien wil worden, een mens dat serieus genomen wil worden. Dit maakt ons werk interessant, maar ook …. tja, ingewikkeld. Want iedere situatie is in principe anders en nooit terugkerend. Iedere dag is nieuw, iedere leerling is anders. Wat bij de ene jongere werkt, lukt niet bij een andere. En net als je denkt het onder de knie te hebben, komt er toch weer één je gymlokaal in waarvan je denkt “pfff, die is lastig!” En dat maakt dat we een prachtig vak uitoefenen.

Henno Oldenbeuving

.

vrijdag 8 mei 2009

Agressie

De ene agressieve leerling is de andere niet…. Neem eens een leerling in gedachten die regelmatig agressief is. Waarin herken je hem of haar?

Hot-blooded agressie:
ze pieken de hele tijd, ze zijn constant alert en voortdurend op de hoede, ze kennen zeer snel een negatieve waarde toe aan het gedrag en intenties van de ander. Het is vrijwel altijd het gevolg van een autoritaire opvoeding.

Wat helpt bij hot-blooded agressie is een warme en sensitieve aanpak. In de klas kan je ze helpen met het reguleren van emoties: ze vragen wat ze denken en uitleggen hoe je iets bedoelt en waarom je het doet. In trainingen helpen rollenspelen en, zonder geluid, naar soaps als GTST kijken en 'm analyseren.

Cold-blooded agressie:
zij spannen anderen voor het karretje, ze zijn berekenend, ze bedreigen andere leerlingen. Ze zijn vaak populair: ‘je kan beter mét ze zijn, dan tegen ze’.

Alhoewel deze cold-blooded jongeren veel moeilijker te veranderen zijn dan de hot-blooded types, is de zakelijke aanpak het effectiefst. Ze nemen een loopje met je zodra je het over emoties gaat hebben. Geef duidelijke voorwaarden en leer hen hoe ze hun doel kunnen bereiken zonder agressie.

.

vrijdag 1 mei 2009

Slapen

In de post van 25 maart wordt beweerd dat pubers extra veel beloning nodig hebben, hun beloningssysteem in de hersenen werkt niet optimaal. Vandaar onze april-enquête:

Een leerling komt vrijwel elke ochtend te laat. Beloon je hem/haar als hij vandaag wél op tijd je les binnenkomt? Hierbij de uitslag:
a. nee, dat krijg ik niet uit m’n mond: 14%
b. ja, maar ik bedoel het cynisch: 11%
c. ja, als ik het op dat moment meen: 42%
d. ja, uit de grond van m’n hart: 31%

Het blijkt dus toch lastig, dat uit de grond van het hart belonen. Het zit niet in onze Nederlandse aard. Misschien hebben we daarom wel zoveel moeite met onze pubers. Pas als iets echt heel goed is krijgen we een beloning uit onze mond, niet als we iets gewoon vinden: ‘het is toch normaal dat je op tijd komt’.

Nog even over dat slapen….
Gedurende de puberteit geeft het lichaam op een steeds later tijdstip het slaaphormoon melatonine af. Vele pubers staren ’s avonds laat tot een uur of 12 naar het plafond… en ’s ochtends vroeg staat om 7 uur weer de wekker. Een puber heeft juist in deze periode met z’n groeispurten meer slaap nodig: minstens negen uur!!
In de Verenigde Staten hebben ze geëxperimenteerd met latere schooltijden voor pubers. Het bleek dat de 40 minuten dat de school later begon er 33 minuten ten goede kwam aan slapen. En de leerlingen haalden hogere cijfers en vertoonden minder gedragsproblemen.
Dus complimenteer je leerlingen allemaal maar, elke dag …
...zolang jullie lessen nog niet op een pubervriendelijke tijd beginnen.

.

dinsdag 21 april 2009

Het interactiekruis - gereedschap voor pedagogisch vakmanschap-

Het Interactiekruis van Johan Hamstra geeft je een kijkwijzer waardoor je, met een beetje oefenen, je dagelijkse interactie met leerlingen beter kan sturen.



Hoe kan je jezelf (bij)sturen?


Een opdracht om je eigen pedagogische vakmanschap onder de loep te nemen:
Vraag een collega om achter in de klas jou te observeren tijdens een les. Om de halve minuut zet je collega een nummer waar jij achtereenvolgens "zit" in het interactiekruis. Op een ander blaadje schrijft hij/zij achter het betreffende nummer een kort zinnetje over wat je doet of zegt. Bespreek na de les het resultaat met elkaar: Wat herken je erin? Wat zou je anders willen? Hoe zou je dit aan kunnen pakken? Welke hulp heb je nodig?

Hieronder een voorbeeld hoe je met het interactiekruis kan observeren.




meer informatie "De pit van pedagogisch vakmanschap" van Johan Hamstra

.

woensdag 15 april 2009

Hormonen.....Wist u dit?



Testosteron.
Wist u dat testosteron in het lijf van een jongen, in de leeftijd 11-14 jaar, met 700-800% toeneemt?

En...wist u dat testosteron naast seksuele spanning ook het impulsgedrag vergroot?

Wat betekent dit voor het onderwijs? Alles over jongens en onderwijs in de conferentie:Jongens in beeld 15 juni 2009

.

maandag 13 april 2009

Geweldsincidenten

De Tweede Kamer heeft de afgelopen week besloten dat scholen binnenkort geweldsincidenten verplicht moeten melden. Het gaat om incidenten als diefstal, cyberpesten en vechtpartijen. Middelbare scholen die al melden bij de Inspectie van Onderwijs doen dat gemiddeld 42 keer per jaar.

.

woensdag 8 april 2009

Judo of Karate?

De cultuur van de straat komt de school in. Je herkent vast het volgende gedrag bij een aantal van je leerlingen:

  • als je ze aanspreekt, staan ze meteen op scherp: ze maken overal een gevecht van
  • ze zullen nooit toegeven dat ze iets gedaan hebben, ook al heb je het voor je eigen ogen zien gebeuren
  • ze pakken jou op je zwakste punt, die hebben ze haarfijn door
  • je mag ze nooit aanraken

Hans Kaldenbach geeft handvatten hoe met deze jongens en meiden om te gaan. Hij geeft 2 mogelijkheden die je kan aangrijpen om de leerling te corrigeren: judo of karate. Welke mogelijkheid je ook kiest, de clou is altijd de leerling een eervolle uitweg te bieden, daar waar hij of zij geen gezichtsverlies lijdt.

Judo: je corrigeert schijnbaar amicaal. Je beweegt mee met de leerling, je gaat een band aan, om hem vervolgens te corrigeren (te vloeren). Als je eenmaal een relatie hebt kan je makkelijker zeggen; ‘wij, jij en ik, weten allebei dat dit niet kan’. Het lijkt (in het begin) ongemakkelijk om werkelijk in gesprek te gaan met een leerling die zich totaal onacceptabel gedraagt. Gewoon blijven oefenen. Zonder dat je begrip hebt voor het gedrag, probeer je toch het gedrag van de leerling te begrijpen.
Hier enkele startvragen:

  • Een jongen die zomaar een medeleerlinge aanvliegt: ‘heeft zij jou in de problemen gebracht?’
  • Een groep leerlingen op een schoolplein omringt met een enorme hoeveelheid blikjes, zakjes en etenswaar op de grond: Wie is hier de leider in deze groep? Wie heeft veel invloed?’

Karate; je corrigeert openlijk en hard. Het is overdonderend en je weet dat je de strijd gaat winnen. De leerling heeft geen keuze meer, dat ziet ook iedereen om hem heen. Als je humor inzet, zorg je dat ook de leerling die gecorrigeerd wordt er zelf ook hartelijk om kan lachen.
Voorbeelden:

  • Een vreemde leerling op het schoolplein: ‘ óf je gaat nu uit jezelf weg of ik ga nu de politie bellen’
  • Leerling staat met een mes voor je: ‘zo’n mesje moet je niet gebruiken, daar kan je hoogstens een plakje kaas mee snijden’
  • Leerling die roept dat ie je wel wil neuken: ’laat je broek dan eens zakken, volgens mij zit er niet veel in.’

Professioneel handelen gaat niet om het uiten van je eerste primaire reflexen (‘hé, stop daar mee’): het is topsport! Meer achtergrond en voorbeelden, lees het boek ‘Respect!’ van Hans Kaldenbach

.

donderdag 2 april 2009

Type leraren

De kijk van Merel Bakker, leerling van het Helen Parkhurst in Almere, op het vak van docent

.

maandag 30 maart 2009

Faalangst


Motivatie bestaat uit 2 concurrerende drijfveren:

  • het streven naar succes
  • de angst om te falen
In de loop van de tijd ontwikkelen mensen een sterke neiging om ofwel succesgeoriënteerd te zijn ofwel situaties van falen te vermijden.
Leerlingen die succesgeoriënteerd zijn, zijn over het algemeen gemotiveerd om met nieuwe opdrachten te beginnen vanwege de verwachte emotionele beloning. Leerlingen die situatie van falen vermijden, zijn niet gemotiveerd om aan nieuwe opdrachten te beginnen omdat ze zich bij falen een negatief effect op de hals halen. Leerlingen die succesgeöriënteerd zijn worden over het algemeen gemotiveerd door uitdagingen.
Leerlingen die faalangstig zijn kunnen allerlei redenen bedenken waarmee het zeker is dat ze zullen falen: uitstellen, het stellen van buitensporige doelen die onhaalbaar zijn, het toegeven aan kleine zwakke punten of belemmeringen om een excuus te vinden voor het falen. Deze strategie is succesvol omdat je daarmee je falen niet hoeft toe te schrijven aan de eigen (verwachte) onbekwaamheid.



Maar het blijkt dat je strategieën en stijlen ook weer ombuigen als je beter begrijpt wat je aan het doen bent. (Seligman, 1975)

Over het algemeen schrijven mensen hun succes toe aan 4 oorzaken:
  • Bekwaamheid
  • Inspanning
  • Geluk
  • Moeilijkheidsgraad

Eén manier die werkt om de motivatie van de individuele leerling te laten toenemen is hen uit te leggen hoe motivatie werkt. Laat hen de invloed van hun (negatieve) toeschrijving op hun motivatie inzien. Leerlingen die training kregen om hun falen toe te schrijven aan hun inspanning bleven daarna langer aan hun opdrachten werken en vertoonden een grotere effectiviteit in de wijze waarop ze een opdracht aanpakten. (Gregory Andrews en Ray Debus, 1978)

Meer manieren om de motivatie te verhogen zijn de vinden in het boek Wat werkt op school, –reseach in actie- van Robert Marzano uit 2008.

Met dank aan: PREC7OUS, Limoenijsje & Vlammango, leerlingen van Helen Parkhurst, Almere

.

vrijdag 27 maart 2009

Gek?!?!

Zo waren jullie vroeger ook!!!

gemaakt door: Arshaad, Leon en Arriene
Helen Parkhurst, Almere

.

woensdag 25 maart 2009

Belonen

"Het beloningssysteem (delen van het emotionele ofwel limbische systeem) wordt bij de belofte van iets positiefs in de hersenen van pubers minder sterk geactiveerd dan bij volwassenen. Als het gaat om een kleine beloning reageren de hersenen van pubers zelfs bijna niet. Pubers hebben dus meer beloning nodig om dezelfde positieve prikkel in het brein te bewerkstelligen. Als er een forse beloning in het verschiet ligt is er een kans om effect te sorteren als er lange termijndoelen (zoals je diploma halen) behaald moeten worden." (bron: Margriet Sitskoorn, Het maakbare brein, 2007)

Willen we dat een bepaald gedrag meer voorkomt, dan moeten we zorgen voor plezierige gevolgen. We noemen dat beloningen, bekrachtigers of versterkers. Er zijn drie vormen van versterkers:

  1. sociale bekrachtigers of versterkers: zoals aandacht, een complimentje...
  2. een materiële beloning: zoals een mars of een tosti ...
  3. actieversterkers: zoals samen een activiteit doen, ...
Sociale versterkers en actieversterkers werken het best. Sociale versterkers hebben het bijkomende voordeel dat ze niets kosten en dat je ze altijd kan geven.
Soms kunnen we niet zonder materiële beloningen. Belangrijk is dat je er altijd een sociale versterker of compliment bij geeft. Als je stilaan de materiële beloning afbouwt, kan je complimenten overhouden.
Het is belangrijk dat een leerling goed weet waarvoor hij beloond wordt. Als je duidelijk laat horen wat je goed vond aan het gedrag van een leerling, is de kans veel groter dat hij dat gedrag ook zal herhalen.
Het is belangrijk meteen te belonen. Hoe korter na het positieve gedrag de versterker volgt, hoe duidelijker het is voor de leerling welk gedrag de beloning opleverde. Het is beter een tussenstapje te belonen dan te wachten op een volledig goed uitgevoerd gedrag. (bron: Wim De Mey en Myriam Deveugele.)

En hoe zit dat met een leerling die elke ochtend te laat komt? Beloon je die leerling wanneer hij of zij eens op tijd tijdens het eerste lesuur verschijnt?

.

woensdag 18 maart 2009

Het allerlaatste vangnet (trouw, 17 maart)

Nederland telt jaarlijks zo’n 50.000 voortijdig schoolverlaters. Dat is een groot probleem, want schooluitval leidt ook tot maatschappelijke uitval. Hoe krijg je uitvallers zover een diploma te halen? Dwang werkt niet voor iedereen. Roc de Pasvorm in Arnhem begint voorzichtig. Op tijd komen is al een hele stap.

lees hier het hele stuk

.

dinsdag 17 maart 2009

ROTS EN WATER



Klik hier voor meer informatie

.

donderdag 12 maart 2009

.

maandag 9 maart 2009

Ik zie, ik zie.......wat ik niet zie


Bekijk het filmpje als verrassing in de teamvergadering!
Kom samen tot de conclusie: 'Je ziet alleen waar je op let!'

Spreek met collega's af om twee keer per les te kijken naar:
'Wat zie ik wat me WEL bevalt?'
Bespreek de bevindingen de volgende vergadering in het team.

Beloning;-): Een kaartje dierentuin voor degene die de meeste 'beren' ziet.

.

vrijdag 6 maart 2009

Recht op een goede straf

'Ik neem wel eens expres m'n boek niet mee, zodat ik eruit wordt gestuurd. Dat is soms handig als ik nog wat voor een proefwerk moet leren dat ik later op de dag heb.'

Je kan beter 'snugger' straffen. Hoe ziet zo'n straf eruit?

  • de leerling blijft in de les, liefst dicht bij de docent.
  • die formuleert een schrijfstraf, die de leerling in z'n vrije tijd maakt.
  • de straf legt een flink beslag op die vrije tijd.
  • de leerling schrijft een aantal malen over: de beschrijving van het gewraakte gedrag, waarom dat gedrag onwenselijk is voor hem/haar en voor anderen, en ten slotte de helpende suggestie voor zijn gedrag in de toekomst.
  • de ouders tekenen het geschrevene.

Meer info over het boek 'Straf/Regels' waarin Astrid Boon haar methode beschrijft op snuggerstraffen.nl

.

woensdag 4 maart 2009

Boekentip: Schoolpijn -D.Pennac-

In Schoolpijn keert Pennac terug naar de pijn en de frustraties van zijn schooljaren, maar daarnaast houdt hij een vurig pleidooi voor de terugkeer van passie, rust en bevlogenheid in het onderwijs. Schoolpijn is een even ontroerend als scherpzinnig boek, vol persoonlijke herinneringen, rake observaties, glasheldere analyses en hilarische anekdotes.

Leessuggesties ter verdieping:
- Wat raakt je in dit boek?
- Wat roept vragen op of strijkt je tegen de haren?
- Deel een citaat uit het boek dat je aanspreekt.

.

dinsdag 3 maart 2009

schakelen tussen niveaus

Bij de meeste conflicten gaat 90% van de communicatie over de inhoud, terwijl de ingang van een oplossing vrijwel altijd op een ander niveau te vinden is.

.