woensdag 23 maart 2011

Hoogbegaafdheid knaplastig of talent?



Vooroordelen
Wat zijn de feiten over hoogbegaafdheid, wat zijn verdraaide feiten en wat is er ronduit onzin? Via het vooroordelenspel komen docenten tot de juiste kennis.

Spel
In de video is te zien hoe het spel gespeeld en ervaren wordt. Begeleider Susanne Sjoers geeft achtergrondinformatie over hoe en waarom dit spel heel leerzaam en functioneel kan zijn.

Bron: leraar24.nl

.

dinsdag 22 maart 2011

Mijmeringen

Ik had de leerlingen weer eens ouderwets, één voor één, ongeremd, provocatief, ongezouten, met gevoel voor humor, onder uit de bus, pedagogisch volstrekt onverantwoord, maar wel liefdevol op hun nummer gezet.
Ogenschijnlijk onder de indruk waren ze aan het werk gegaan. Het is altijd maar afwachten hoe lang zo een lichtzinnig tot stand gekomen donderspeech effect heeft. Tijdens mijn begeleidingsrondje lopen sprak een van hen me aan.
“Mene-eer”, stelde ze fluisterend vast: “U bent wel een beetje raar, hè.”
“Klopt”, zei ik, inwendig lachend, “Klopt helemaal, laat dat beetje maar weg … maar niet verder vertellen, hoor!”
“Geeft niet, meneer”, vervolgde ze samenzweerderig, “Prettig gestoord, ben ik ook.”
Vertederd liep ik naar het volgende groepje.


Hein Bruijnesteijn, docent scheikunde

.

maandag 21 maart 2011

Leraargesprek

.

donderdag 17 maart 2011

out of the box

Soms is het ook gewoon heel erg grappig....

.

maandag 14 maart 2011

Instructie

Ik heb de laatste weken een aantal keren ‘achterin’ de klas gezeten. Er viel me iets op, vandaar deze post. Ik werd erbij gevraagd omdat het niet liep in een bepaalde klas of met een groep leerlingen. Ze verstoorden de les en de docent had er last van.
Alle docenten gaven aan dat deze leerlingen structuur nodig hadden, maar wat ik zag was net het tegenovergestelde. Wat mij bij ál deze lessen opviel was de weinige instructie die de leerlingen kregen als ze een opdracht kregen: ‘maak nu opgave 10 t/m 12’ ..iets van dien aard.

Goede instructie blijkt een zeer effectieve manier om gedragsproblemen te voorkomen: sla er John Hattie's meta-analyse ‘visible learning’ maar op na. Op basisscholen is veel geëxperimenteerd met het geven van goede instructie. Het directe instructiemodel blijkt zeer effectief.
Hieronder een iets simpeler, maar zeer werkzaam model met een 6-tal checkvragen (inclusief voorbeeld). Geef bij élke opdracht waar je leerlingen alleen of in groepen wilt laten werken, deze informatie. En dan niet denken ‘dat weten ze al wel, dat werkt bij mij in de les altijd zo’... aan jou als docent de taak om te bedenken wat en hóe je het wilt, en dat dan kort en krachtig mededelen. Dat scheelt een hoop onrust.

.

vrijdag 18 februari 2011

How to learn? From mistakes

Diana Laufenberg


Gewoon ter inspiratie. Fijn weekend

.

maandag 14 februari 2011

woensdag 9 februari 2011

Het leven van een 15-jarige is zwaar, heel zwaar, veel zwaarder dan je denkt!


Door Lieke, 15 jaar (in goed overleg geplaatst)

Ik erger mij aan het feit dat sommige volwassenen (ik herhaal: sommige volwassenen!) de jeugd van tegenwoordig niet meer serieus nemen. Sommige volwassenen komen om in zelfmedelijden en hebben daardoor geen oog meer voor de jeugd die het óók zwaar heeft. Als ik aan leraren vertel dat ik het zwaar heb en daarom geen tijd had voor mijn huiswerk 'tuurlijk heb ik mijn huiswerk niet gemaakt, mijn lichaam zit vol hormonen, weet je wel niet hoeveel tijd en energie het kost om die onder controle te krijgen?! Daar kan ik echt geen huiswerk bij gebruiken hoor!' word ik nooit serieus genomen. Ik ben vastberaden daar verandering in te brengen!

Ik heb het geluk, of juist de pech, dat ik bezit over maar liefst twee huizen, waarvan de één zich op 9 kilometer afstand van het centrum bevindt en de ander op 3 kilometer. Door deze luxe moet ik de helft van de week minstens 9 kilometer naar school fietsen, zo ook op maandagochtend om half acht. Dit betekent dat mijn wekker zich mag uitleven om half zeven 's ochtend, 6.30 om precies te zijn. Lekker vroeg je nest uit 4 dagen in de week, jippie!

Ik fiets om half acht 's ochtends in dit ijskoude weer, met als ik geluk heb wind tegen, me helemaal suf die 9 kilometer en kom vervolgens helemaal rood het klaslokaal wiskunde binnengelopen. Ik zie dat we een toets hebben. Ik baal, ik heb niet geleerd. Hoppa weer een onvoldoende!
Het volgende uur heb ik mijn lievelingsvak, Frans. Mijn juf, die trouwens een leuk mens is hoor, daar niet van, houdt ervan om ons lekker veel te leren. Dit betekent huiswerk en aangezien ik last heb van hormonen (zie eerste alinea) heb ik vaak mijn huiswerk niet af, wat mij een topstudiehouding geeft op mijn rapport. Heerlijk!

Na mijn heerlijke verfrissende en leerzame 1e lesuurtjes is het goddelijke kwartiertje aangebroken. Hierin kan ik mijn hart luchten bij mijn lieve vrienden, over het weekend waarbij uitrusten niet van de partij was, ik ging namelijk uit met die en die, en het was heel gezellig en toen ging ik naar.. Tring! pauze is om...

Na de pauze heb ik 2 tussenuren waarin ik gauw moet gaan leren voor de lessen die ik daarna nog heb en als ik klaar ben met leren, heb ik goddank weer een pauze die het vervolg is op de eerste pauze.
Na de pauze die het vervolg is op de eerste pauze heb ik nog 3 hele zware lesuren waarbij alle leraren het uiterste van je verwachten en ervan uitgaan dat je bij elke les er helemaal bij bent en een studiehouding van een hoogbegaafde hebt. Heel vermoeiend...

Na mijn drukke schooldag is het feest nog niet klaar. Je hebt namelijk ook nog genoeg activiteiten buiten school zoals de slagwerkgroep waar ik (met veel plezier maar ook moeite) aan mee doe. Deze begint om 4 uur en aangezien ik om 5 uur dansen heb ga ik om half 5 weg bij de slagwerkgroep om mij om te kleden bij mijn andere huis (datgene het dichtst bij het centrum) om vervolgens als een gek te fietsen naar dansles. Eenmaal aangekomen klets ik lekker bij met een vriendin, wat ook veel energie kost (is echt bewezen, van praten word je moe!) om vervolgens me uit te sloven bij dansen...

Na dansen ga ik snel, door de kou, naar mijn stadse huis om me om te kleden. Vervolgens moet ik mijn boeken pakken voor de volgende dag en dat lange eind, in het donker en in de kou, naar mijn niet-stadse huis fietsen. Als ik aan kom staat gelukkig meestal het eten al klaar. Na heerlijk gegeten te hebben moet ik er toch aan geloven, huiswerk. Ja daahag, ik heb last van oververmoeidheid en hormonen, dat komt later wel...

Als ik dan de volgende dag met een knalrood hoofd de les binnenkom en ik mijn huiswerk niet heb gemaakt wegens bovenstaande reden, vind ik het toch wel zorgelijk dat dit niet serieus wordt genomen...

Shame on you, sommige volwassenen.

Meer lezen van Lieke? Lees hier haar blog Life of Lieke

.

dinsdag 8 februari 2011

woensdag 2 februari 2011

Ik ben een jongen....

Klik om te vergroten

.

dinsdag 1 februari 2011

Ik ben een meisje.....

Klik om te vergroten

.

zondag 30 januari 2011

Ik kan het niet, ik kan het niet! Tuurlijk wel. Zo moeilijk is het niet.


Door Eva Bronsveld
Eva is eigenaar van Buro O en schrijft, geeft training en adviseert over onderwijs (PO) en opvoeding. Ook deze column is goed te vertalen naar het VO.


Bijna iedere leerkracht heeft er wel ervaring mee. Kinderen die regelmatig verzuchten ‘Ik kan dat echt niet’ of ‘Ik snap er niks van’. En dan vervolgens inderdaad moeilijk of niet tot werken komen. Vaak zijn we dan geneigd om te reageren met ‘Probeer het maar eens, je kunt het echt wel’ of ‘Wat snap je precies niet?’ of ‘Heb je net wel goed opgelet?’ of ‘Vraag het maar aan je buurman’. Om er dan na een tijdje achter te komen dat het kind nog steeds niet zo hard is opgeschoten. Een andere benadering is dat we het kind extra instructie geven of samen de eerste opgave maken. Waarna de leerling meestal wel aan de slag gaat, maar een tijdje later weer vastloopt.
In dit artikel bespreek ik een aantal veranderingen die je in je communicatie kunt aanbrengen, waardoor veel kinderen weer in zichzelf gaan geloven en met meer vertrouwen aan een taak beginnen.

Erken de moeilijkheid
Op het moment dat een leerling zegt ‘ik kan het niet’ zegt hij eigenlijk ‘het lijkt me ontzettend moeilijk en ik twijfel aan mezelf’. En de eerste behoefte die een kind dan heeft is dat iemand hem of haar begrijpt. Je kunt dit bereiken door bijvoorbeeld te zeggen ‘Deze sommen kunnen ook ontzettend moeilijk zijn. Zeker in het begin kost het heel veel moeite om ze te snappen. Ik kan me voorstellen dat je er tegenop ziet’.
Dit druist vaak tegen ons gevoel in. Misschien maak je het juist wel erger. In de praktijk blijkt dat het voor kinderen vaak een opluchting is als ze iets gewoon moeilijk mogen vinden. En sommige kinderen gaan vervolgens gewoon aan aan het werk. Terwijl als je zou reageren met ‘Welnee, zo moeilijk zijn ze niet. Dat lukt je heus wel.’ kinderen juist harder hun best gaan doen om jou te overtuigen van het feit dat ze het echt moeilijk vinden. En hun energie dus daarin gaat zitten in plaats van in de opdrachten zelf.

Herinner aan eerdere successen
Soms kan het een kind helpen, als iemand hem of haar herinnert aan eerdere succeservaringen. Je kunt dit doen door bijvoorbeeld naar de vorige opgaven te gaan en te vragen hoe de leerling het daar heeft aangepakt. Of het kind te herinneren aan een eerdere situatie waarin hij dacht dat het niet zou lukken, en hij het toch voor elkaar heeft gekregen.

Vermijd de schuldvraag
Een kind dat moeite heeft met het beginnen aan een taak, voelt zich vaak niet prettig. Het doet zijn zelfvertrouwen natuurlijk geen goed. En dat zelfvertrouwen is juist wat hij zo hard nodig heeft om alsnog tot werken te komen. Het werkt dan vaak ook averechts als we op zoek gaan naar de oorzaak. En toch doen we dat vaak wel. ‘Heb je wel goed opgelet?’, ‘Heb je wel gelezen wat er staat?‘, ‘Heb je het eerst aan je buurman gevraagd?’.
Met name doordat we het in vraagvorm doen, voelen kinderen zich in de verdediging geduwd. Veel kinderen weten niet zo goed wat ze hierop moeten zeggen. En het antwoord dat ze geven helpt je dan meestal ook niet echt verder. Ik ben nog geen kind tegengekomen, dat antwoordde met ‘Ja inderdaad, ik had beter moeten opletten. Daardoor komt het. Ik ga vanaf morgen heel goed meedoen met de instructie’.
Wat je met dit soort vragen wel bereikt is dat kinderen zich nog onzekerder gaan voelen waardoor de kans op succes alleen maar kleiner wordt. Gewoon overslaan van dit soort vragen kan dus al helpen om het vertrouwen van het kind te vergroten.

Geef suggesties
In sommige situaties heeft het kind gewoon even een tip nodig om weer op gang te komen. Belangrijk hierbij is dat je het als een suggestie brengt.
‘Soms helpt het om de opdracht nog eens heel precies te lezen’, ‘Misschien vind je het fijner om het met iemand samen te maken’, ‘Sommige kinderen vinden het fijn om het op de computer op te zoeken, misschien helpt jou dat ook’.
Doordat je het als een suggestie brengt, kan het kind zelf bepalen wat voor hem werkt. Waardoor de kans veel groter is dat hij bereid is om je suggestie op te volgen. Zou je daarentegen zeggen ‘Je moet de opgave nog eens heel precies lezen’ reageren kinderen vaak met ‘Dat heb ik al gedaan’. Of als je zegt ‘Vraag het maar aan je buurman’ antwoorden ze met ‘Die wil me nooit iets uitleggen’.
Door door slechts een suggestie te doen, geef je het kind ruimte er over na te denken, en wellicht toe te passen.

Positieve verwachtingen
Uit verschillende onderzoeken blijkt dat de verwachtingen van leerkrachten van invloed zijn op het daadwerkelijke gedrag van kinderen. Dit wordt het Pygmalion-effect genoemd en werd voor het eerst aangetoond door de onderzoekers Rosenthal en Jacobson. Zij namen een IQ test af bij een groep leerlingen maar vervalsten de resultaten vervolgens willekeurig. Deze resultaten deelden ze vervolgens met de leerkrachten van de betreffende leerlingen. Een jaar later namen ze opnieuw een test af. Hieruit bleek dat de leerlingen waarvan de leerkrachten dachten dat ze de eerste keer een hoge score haalden, een jaar later daadwerkelijk beter presteerden. De leerkrachten hadden hun gedrag aangepast aan hun verwachtingen en dit bleek dus van invloed op het gedrag en de prestaties van de leerlingen.
Het hebben van positieve verwachtingen helpt dus als je graag wilt dat kinderen beter gedrag gaan vertonen. En dat is nu juist wat je als leerkracht vaak niet meer hebt bij kinderen die regelmatig niet aan werken toekomen of weinig vertrouwen hebben in zichzelf. Heel menselijk en begrijpelijk maar weinig ondersteunend dus.
Het kan dan helpen om bewust oog te hebben voor de momenten waarop het kind wel gewoon aan het werk gaat. Of de situaties waarin het kind wel vertrouwt op z’n eigen mogelijkheden.
Ook het uitspreken van je positieve verwachtingen richting kind kan positief werken. Bijvoorbeeld door te zeggen “Ik heb er alle vertrouwen in dat je een manier zult vinden om deze moeilijke opdracht te maken” of “Ik heb al een paar keer gemerkt dat als jij iets echt wil, het je ook altijd lukt. Daarom weet ik zeker dat ook dit je gaat lukken”. Dit is prettig voor het kind en daarnaast overtuig je op deze manier ook jezelf van de mogelijkheden van het kind.

Inbreng van het kind
Voor kinderen die moeilijk aan werken toekomen of die vaak aangeven iets niet te snappen, bedenken we vaak veel oplossingen. De leerkracht geeft verlengde instructie, plakt een stappenplan op het bureau, laat het kind met een time-timer werken of past werkbladen aan. Vaak heeft de intern begeleider ook nog goede tips. En hoewel dit allemaal zeer geschikte hulpmiddelen kunnen zijn, hebben ze vaak niet het gewenste effect. Je kunt veel meer bereiken als je het kind betrekt bij het bedenken van de oplossing. Kinderen zijn meestal namelijk heel creatief als het om dit soort dingen gaat. En daarbij zijn ze veel meer geneigd zich in te willen zetten voor iets wat ze zelf bedacht hebben, dan voor iets dat wij goedbedoeld hebben aangedragen. Je kunt kinderen bijvoorbeeld op de volgende manier vragen hierover mee te denken: “Jij kunt vast iets bedenken waardoor het voor jou makkelijker wordt om aan je werk te beginnen. Ik wil graag even met je praten om te horen welke oplossingen je kunt bedenken.”
Bijkomend voordeel is dat de leerling hier meer zelfvertrouwen van krijgt. En dat is natuurlijk juist iets wat je als leerkracht, zeker bij deze leerlingen, graag wil bevorderen.

.

woensdag 26 januari 2011

Filmpje over jongeren, seks en internet, van Digivaardig & Digibewust

Hoe denken jongeren over seks en internet? Wat gebeurt er als je een foto van je decolleté op je Hyves zet? En is internet nou makkelijker dan real life contact? Kennen jongeren de gevaren van internet? De jongeren die aan het woord zijn weten goed te vertellen wat er allemaal kan gebeuren op internet met betrekking tot seks. Het filmpje was een introductie op het symposium ‘Kinderen, seks & internet’ in Amsterdam wat 18 januari plaatsvond.



Bron: www.jongenjewilwat.nl

.

vrijdag 21 januari 2011

HELP! Een ouder!

In het AOB blad van deze maand staat een artikel met dezelfde titel. Bij deze onze blz. uit 'knaplastig' over omgaan met 'lastige' ouders.

Klik om te vergroten

Later deze maand het artikel van @EricWentWerkt op dit blog

.

dinsdag 18 januari 2011

Trots!


Recensie Vives

.

zondag 16 januari 2011

Met animatie werkt ie nog beter!


Dank @Roh en Gerard de Jong

.

woensdag 12 januari 2011

Aanspreken

‘Elkaar aanspreken’ vinden veel mensen lastig, zo ook docenten. Eerst zeggen we niets, en voordat we het weten ontploffen we en nagelen we iemand aan de schandpaal. Als je wilt dat je boodschap aankomt, moet je zien te voorkómen dat je de ander beschadigt of pijn doet. Daarom kun je kritiek in het algemeen beter fluisteren en complimenten hardop uiten. Juist door het niet ‘over de klas heen te doen’, kun je een leerling met je kritiek of aanwijzingen effectiever aanspreken. Een leerling die een geroepen aanwijzing negeert of luid protesteert, doet vaak meteen wat je vraagt als je dat wat stiller doet.
In oplopende heftigheid zijn 3 manieren van iemand aanspreken:
1. ‘Ho, stop eens even’
2. ‘Halt, je gaat een stap te ver’
3. ‘Hier jij!

Waar je ook voor staat de kern van effectief aanspreken berust op:

  • Je maakt persoonlijk contact en onderhoudt dat contact (relatie).
  • Je spreekt elkaar aan op ieders zelfstandigheid en verantwoordelijkheid (autonomie).
  • Je gaat er vanuit dat de ander in staat is een stapje terug te doen of een andere weg in te slaan (competentie).
Meer informatie over hoe aan te spreken en leerlingen te betrekken bij regels en straffen, zie de brochure van Baas in eigen Soap.

.

dinsdag 11 januari 2011

Boys & Girls. -Gurian, Stevens en Kings-


Deze week is de vertaling uit van het boek van Gurian, Stevens en King: Boys & Girls Strategieën voor onderwijs aan Jongens en Meisjes in het basisonderwijs.
In 2008 bracht ik een bezoek aan het Gurian Institute en daarvoor had ik al diverse contacten met Gurian. Ik heb lang gezocht naar uitgevers die bereid waren om iets van Michael Gurian’s werk te vertalen in het Nederlands, en vond uiteindelijk ‘Onderwijs maak je samen’ in Helmond bereid het mogelijke risico te nemen en dit boek op de markt te brengen. Alle eer aan Michael Gurian, Kathy Stevens en Kelley King en de uitgever. Ik ben er trots op aan de uitgave te hebben kunnen bijdragen in een uiterst plezierige en nuttige samenwerking met de uitgever.
In mijn vele lezingen, adviestrajecten, onderzoek en workshops ben ik vaak tegengekomen dat opvoeders, begeleiders, leerkrachten en hulpverleners moeite hadden met het gedrag van jongens.Hopelijk leidt dit boek ertoe dat leerkrachten meer plezier zullen hebben in hun werk en dat zowel jongens als meisjes in het primaire onderwijs meer recht wordt gedaan in hun eigen aardigheden en hun eigen ontwikkeling.
Dit werkboek is ook prima inzetbaar op de PABO’s waar tot nu toe weinig aandacht is besteed aan de soms optredende verschillen tussen jongens en meisjes. Het boek kan veel inspiratie opleveren voor educatieve voorzieningen rond het primaire onderwijs zoals vroege voorschoolse educatie en ook buitenschoolse opvang.
Ik beveel het hartelijk in jullie aandacht aan. Mogelijk wil je er ook anderen op attenderen.
Nadere informatie vindt je op mijn site of op onderwijsmaakjesamen waar je het boek direct kunt bestellen.



Lauk Woltring, 07-01-2011

.

vrijdag 17 december 2010

Don't know what we want......

Will you (teachers) help us?



Fijne vakantie!
Knaplastig

.

maandag 13 december 2010

knaplastige ouders

Veel scholen hebben deze weken ouderavonden. Tien minuten om de ouders iets te vertellen, iets te vragen en misschien ook nog iets op te lossen is niet veel. Zeker niet als de volgende ouders al in je nek staan te hijgen. De kunst is om to-the-point te komen. Wat helpt is om voordat je start van elke leerling in één zin op te schrijven wat voor jou het belangrijkste is om te communiceren.
Het gebeurt in zo’n 10 minutengesprek nogal eens dat je met z’n allen in een bepaalde rol schiet: de een beschuldigt, de ander voelt zich slachtoffer, en de derde probeert te redden wat er te redden valt. Dit type conversatie staat bekend als ‘de drama-driehoek’. Zoals de naam al suggereert: vruchtbaar wordt zo’n gesprek nooit. Op de post van 30 december 2009 enkele tips voor als je voelt dat je toch in een dergelijke wurggesprek terecht bent gekomen.
En dan heb je nog ouders van één van je lastigste leerlingen die je willen zien. De meesten van ons vinden dit de moeilijkste gesprekken. Je wilt het liefste de 10 minuten volspuien hoe vreselijk hun zoon of dochter zich gedraagt en hoe hij het bloed onder je nagels vandaan haalt. Wat moet je de ouders zeggen? Er is maar één oplossing: Vraag raad bij hen! Elke ouder zal blij zijn als jij vraagt: “ik heb er moeite mee om uw zoon of dochter bij de les te houden. U kent uw kind het beste. Kunt u mij een paar tips geven?”

.

zaterdag 11 december 2010

24 uur per dag naar school?

'Met een koel hoofd en een warm hart' L. Altelaar directeur Wyldemerk

Campus Wyldemerk is een unieke 24-uurs leef- en leerplaats voor jongeren die zowel thuis als op school vastlopen zijn of dit dreigen te gaan doen. De Wyldemerk is er voor jongeren die al bezig zijn geweest thuis hun leven weer op orde te krijgen, maar waar dit onvoldoende lukt. Vaak zijn er al contacten geweest met de leerplichtambtenaar, een reboundvoorziening en/of jeugdhulpverlening in welke vorm dan ook.

De studenten hebben in de loop van de tijd gedrag ontwikkeld wat hen tegenwerkt. Vaak is het dag- en nachtritme een probleem, soms zijn er moeilijkheden in de thuissituatie en meestal is er sprake van veel leerachterstand, slechte cijfers en veel spijbelen. Het gevolg hiervan is dat de schoolcarrière stagneert en er nauwelijks meer sprake is van leren op het persoonlijke vlak (wie ben ik en wat is mijn plek binnen mijn gezin, vriendenkring en/of maatschappij) maar uiteraard ook op onderwijsgebied (van school verwijderd worden).

En dan:

Op de Wyldemerk zoeken studenten met hun begeleiders naar een manier om het gedrag wat hen tegenhoudt om te zetten in doelmatig gedrag zodat ze wél daar komen waar ze willen zijn.

Het weer op gang helpen van het leren staat daarbij centraal. De ervaring leert: Onderwijs en persoonlijke ontwikkeling gaat beter.

Op campus Wyldemerk staan twee zaken steeds centraal:

  • het behalen van een overgangsbewijs, diploma of startkwalificatie.
  • werken aan je persoonlijke ontwikkeling.

Bezoek hier de website van Wyldemerk

.

vrijdag 3 december 2010

Straffen is zo van vroeger



Straf werkt lang niet altijd

Veel leraren kunnen er niet omheen: ze móeten soms straf geven om orde te houden. Tegelijk weten ze vaak niet wat ze ermee aan moeten. Want straf werkt lang niet altijd.

Lees hier het hele artikel



Docenten: leerlingen straffen werkt niet

Leraren denken dat het straffen van leerlingen weinig zin heeft. De meeste docenten in het voortgezet onderwijs sturen wel eens iemand de klas uit, maar veel van hen betwijfelen het nut van de ingreep. Ze denken dat hun leerlingen alle straffen al gewend zijn.

Lees hier over de enquête onder 850 leraren

Trouw, 3december 2010

.

woensdag 1 december 2010

Vingers opsteken in de klas blijkt niet te werken


Hoe kan een leraar zijn leerlingen het beste bij de les betrekken? Een Engels experiment zocht het uit.

Het is zó gewoon dat bijna niemand zich ooit afvraagt of het wel goed werkt: de leraar stelt een vraag, leerlingen die het weten, steken hun vinger op en een van hen mag het antwoord geven.

Een Engelse hoogleraar onderwijskunde nam de proef op de som en verbood een klas vol kinderen hun vingers op te steken. En wat blijkt? De leerlingen boekten in tien weken tijd twee keer zo veel vooruitgang als een vergelijkbare klas waar wel vingers opgestoken mochten worden.

Lees hier het hele artikel

Trouw, 2010

.

maandag 29 november 2010

Lastige gedachtes

'Als de repressie hard is, breekt er oproer uit' stelt Henri Beunders vorige week in de opiniepagina van het NRC. Naar aanleiding van incidenten wordt hard geroepen om tucht en orde: 'een taakstraf op straat in herkenbare kleding' of 'een avondklok' voor de 10-jarige bloembollengooiers in Gouda. Naar aanleiding van de strandrellen in Hoek van Holland is er een groot onderzoek gedaan naar groepsgeweld en de oorzaken ervan. De onderzoekers konden de afgelopen 4 jaar nauwelijks iets vinden! Langer terugkijkend de geschiedenis in blijken alle vormen van onvoorspelbare geweldsuitbarstingen te wijten aan 'opgelegde rust door harde hand' en 'afgepakte pleziertjes'. De balans tussen plicht, moraal en vrijheid is zoek.

De extreme gevoeligheid over elke vorm van onaangepast gedrag begint zorgelijke vormen aan te nemen. Oorzaak van de paniek volgens Beunders terug te brengen tot de bedreiging die men voelt door grote golven van migratie en mobiliteit. Als je je bedreigd voelt probeer je een muur te bouwen tussen jezelf en 'de ander'... dat kan door je kleding, je accent, je bekakte stem of wat je ook maar kan bedenken om het verschil tussen wij en zij te markeren. En op het moment dat je ook maar ergens iets ziet dat je niet bevalt, dik je dat aan ('straattuig heer en meester in Gouda') en oplossingen als tucht ('tuchthuis') en segregatie ('weg uit mijn buurt') vinden dan gretig gehoor.
Ik herken dit beeld op scholen. We raken maar niet uitgepraat over die jongen met wiet in z'n kluisje, over dat meisje dat de conciërge heeft uitgescholden. Het gaat allang niet meer om wat er gebeurt is maar hoe iedereen er tegenaan kijkt, hoe erg we het allemaal vinden en hoe het verhaal groter wordt en niet lijkt te stoppen. Epictetus (55-135 n.C) schreef hierover: 'de mens heeft het meeste last van de beoordeling van de feiten of gebeurtenissen, en niet zozeer van de feiten en gebeurtenissen zelf'. Lastige leerlingen?...Nee, lastige gedachtes.. leuke subtitel voor dit blog...

foto: Ferry van Iersel | oetsie - www.oetsie.nl

.

maandag 22 november 2010

Orde houden

Ik sprak vorige week een docent bij wie de lessen niet altijd lekker liepen. Hij kende nog niet alle namen... 'het gaat er niet in, de oude dag, weet je wel'. Rene Kneyber maakte samen met leraar24 een 5-tal filmpjes over orde houden. Het eerste filmpje gaat over een band opbouwen.....en het belang van namen kennen.

Benieuwd naar de andere filmpjes van René Kneyber? Klik hier.

.

vrijdag 19 november 2010

Allomoeders

Een tijdje geleden las ik dat ongeveer de helft van de docenten vindt dat ze geen opvoedende taak heeft. Hoe kan dat nu? De hele dag heb je de kinderen om je heen, je geeft ze structuur, je geeft ze ruimte en grenzen om zich te uiten en te ontdekken, je geeft het goede en soms ook het foute voorbeeld. Kortom: of je wilt of niet… je bent bezig met opvoeding.
Sarah Hrdy hield vorige week de Tinberglezing in Leiden. Dit gaf mij weer een hele andere kijk op de opvoedende taak van docenten. Zij doet baanbrekend onderzoek op de grens tussen biologie en antropologie. Kinderen die opgevoed zijn door meerdere mensen blijken veel meer zelfvertrouwen te hebben en zich cognitief zich sneller te ontwikkelen. In de oertijd schijnen we door 5 tot 24 ‘allomoeders’ (surrogaatouders) te zijn opgevoed: door tantes, oma’s, oudere broers en zussen. Doordat kinderen hechten aan meerdere verzorgers krijgen ze een groter inlevingsvermogen, zijn behulpzamer en beschikken over een groter vermogen om verschillende gezichtspunten met elkaar te verenigen. En….(zoveel zijn we niet veranderd)…waarschijnlijk hebben kinderen dat nog steeds nodig. Dus veel ‘allomoeders’ waaraan kinderen zich kunnen hechten, die emotioneel aan hen verbonden zijn, waaraan ze zich kunnen spiegelen, voor kortere of langere tijd. Denk daar eens aan op het moment dat je de rust neemt, je klas rondkijkt en dat ene meisje of die ene jongen je aankijkt…

.

dinsdag 16 november 2010

maandag 8 november 2010

Oplossingsgericht werken in het onderwijs


Ken je dat? Je rolt van het ene incident in het andere. Je krijgt niet echt vat op wat er aan de hand is. Probleem – oplossing – probleem – oplossing – enz. enz. We vergeten wel eens een stapje achteruit te doen om te kijken naar het patroon achter al die problemen.

Het handboek oplossingsgericht werken in het onderwijs biedt veel handvatten om dat wel te doen zonder je te laten sturen door de problemen: stilstaan bij wat je echt zou willen, je bewust worden van de kwaliteiten die je hebt in te zetten en werken aan structurele oplossingen.

Het krachtige vind ik dat deze manier van werken uitgaat van mogelijkhedenen niet van problemen en wat er niet kan.

Het boek is zeer toegankelijk en veel is direct toepasbaar. Een echte aanrader voor coaches, IB’ers, teamleiders, docenten, eigenlijk alle onderwijsmensen.

Ik ben er als senior coach in elk geval heel enthousiast over.

Louis Cauffman & Dick J. van Dijk, Handboek oplssingsgericht werken in het onderwijs, Boom onderwijs Amsterdam. 2009.

Boektip van Jacqueline Schoones

j.schoones@aps.nl

Hier te bestellen

.

zondag 7 november 2010