dinsdag 13 september 2011

Maatregelenladder

Ken je dit? Je zegt 2 keer achter elkaar in dezelfde les tegen dezelfde leerling "nog één keer en dan verlaat je het lokaal". Je hoort jezelf dezelfde dreiging herhalen, en je voert het niet uit. Je weet meteen dat dit niet gaat werken, maar je weet even niet anders. Als dit je vaak overkomt, dus je schiet te snel in een te zware dreiging, die je ook nog eens niet waarmaakt, maak dan voor jezelf eens een maatregelenladder. Een maatregelenladder bevat dingen die je kan doen/zeggen om leerlingen weer naar het gewenste gedrag te krijgen. In kleine stapjes, zodat je een groot repertoire hebt en je niet meteen naar het uiterste hoeft te grijpen.
Hierbij zo’n ladder…als voorbeeld...elke docent heeft z’n eigen ladder die ‘m past. Idee voor in je team: ieder maakt een eigen ladder en vergelijkt die vervolgens met een aantal collega’s en/of ga eens kijken bij een collega en plaats de (letterlijke!) zinnen van die collega in een dergelijke ladder.

Dit kan ervoor zorgen dat je een minimaal aantal leerlingen uit de les hoeft te verwijderen. Laat het niet meer dan 5 per jaar zijn! Uit onderzoek blijkt dat als je vaker dan eens in de 8 weken een leerling eruit stuurt, het dan geen effect meer heeft op het gedrag van de leerlingen.

.

zondag 4 september 2011

We all want to be young


Hans Kok gaf me deze filmtip. Wouw, dank. Terwijl ik keek bedacht ik me dat dit filmpje zoveel ingangen geeft om als school echt iets te kunnen betekenen voor deze (generatie) jongeren. Zoveel scholen/docenten worstelen met de motivatie van hun leerlingen, en niet alleen met de 'knaplastige'. Dit lijkt me een prachtige film om dat gesprek met je team over motivatie aan te gaan.

.

maandag 29 augustus 2011

Feedback


Ik vraag de laatste tijd vaak aan docenten of ze een leerling die bijna altijd te laat de les binnenkomt, een compliment geven als hij dit keer wél op tijd is. De meeste docenten kunnen een compliment dan niet uit mond krijgen: ‘het is toch normaal dat je op tijd bent’. De kunst van het lesgeven aan voor jou lastige leerlingen is om dat ‘normale’ te zien en te waarderen. Ze ontwikkelen zich het beste als ze, naast grenzen, veel complimenten krijgen, en wel in de verhouding van 1:5.
Ivo Mijland schreef over positieve feedback een artikel in de Prima Onderwijs, net voor de vakantie: ‘als je positieve feedback geeft krijg je het gedrag terug in het kwadraat. Feedback is de Pokon van ons gedrag’. Hij geeft ons een aantal vuistregels:


  1. Geef positieve feedback op wat je echt meent. Het hoeft niet groot te zijn, maar het moet wel écht zijn;



  2. Zoek naar de uniciteit en kwaliteit van elke leerling … ook het grootste schoffie heeft ze;



  3. Geef feedback op gedrag, maar ook op de persoon ‘fijn dat je er bent’. Als de leerling merkt dat hij ertoe doet, rent hij veel harder;



  4. Zeg wat het gedrag van de leerling met jou doet: ‘een mooie vraag, daar word ik vrolijk van’.
Laatst zei een docent mij dat hij een 2-daagse cursus had gedaan in positieve feedback…2 dagen oefenen in observeren en positieve dingen teruggeven: ‘ik kan nu de hele dag complimenten geven, en ik meen het ook, het is niet meer gekunsteld’. Ik heb deze cursus niet via google kunnen vinden, misschien bestaat hij niet meer…maar een paar dagen heel gericht oefenen op school moet ook lukken lijkt me.

.

dinsdag 16 augustus 2011

meisjes- en jongensklassen


Hét discussiepunt bij de start van het nieuwe schooljaar in krant (Trouw en Reformatorisch Dagblad), radio en straks waarschijnlijk op het NOS-journaal, is het punt van aparte lessen voor meisjes en jongens. Voorzitter Wim Kuiper van de Besturenraad (belangenbehartiger van de christelijke scholen) heeft de discussie deze week geopend met het opperen van aparte meisjes- en jongensklassen: “jongens lopen in hun hersenontwikkeling 2 jaar achter bij meiden, daar moet je rekening mee houden bij bijvoorbeeld de taallessen”. Het moet een oplossing bieden voor de hoge uitval van jongens, vooral binnen het VO. Heel interessant.
Een paar meningen op een rij:

  • Onderwijskundige Jaap Dronkers (Universiteit van Maastricht): een goed idee, je kan de didactiek aanpassen aan de specifieke eigenschappen (meisjes zelfstandig werken, jongens doen graag wedstrijdje)

  • Annemarie van Langen (onderzoeker ITS Nijmegen): het ligt meer aan de groepsdruk en verwachtingspatroon ‘meisjes mogen ijverig zijn’, jongens zeggen nu ‘school is not cool’

  • Onderwijskundige Paul Jungbluth (Universiteit Nijmegen): slecht idee, de verschillen zijn zo klein, terwijl de verschillen binnen de groepen groot zijn. De grote hoeveelheid vrouwelijke docenten is eerder debet aan schooluitval

  • Hoogleraar pedagogiek Louis Tavecchio (Universiteit van Amsterdam): geen gek idee. Meiden worden overschreeuwd door jongens. Jongens scoren door zich assertief op te stellen, en meisjes worden beloond omdat ze ijverig zijn. Misschien is er wel een overwaardering van eigenschappen waar vrouwen doorgaans beter in zijn.

Opvallend is wel dat de Nederlandse gewoonte om te determineren en alles in homogene groepen te willen plaatsen weer de kop op heeft gestoken. Ooit een homogene groep voor je neus gezien? Ooit een 4 havo-groep gehad die allemaal hetzelfde niveau hadden en hetzelfde wisten? Je weet zelf ook dat, voor jouw vak, er leerlingen van vmbo-niveau tussenzitten en leerlingen met vwo-capaciteiten. Kinderen die heel veel van het onderwerp weten en kinderen die bij de inleiding het al in Keulen horen donderen. Homogeniteit lijkt de oplossing voor fantasieloze docenten die in de illusie verkeren dat ze het op één en dezelfde manier kunnen aanpakken…en, als de leerling het dan niet kan, kunnen zeggen: ‘dan zit ie hier niet goed’.

Henno heeft op dit blog in april tot juni 2010 in 6 lessen (start les 1) uitgelegd hoe je de beste jongensdocent wordt. Leuk om die er weer eens bij te pakken in deze discussie.

Ps. Als je werkt op een school waar je aparte jongensaanpakken hebt ontwikkeld en het lijkt (of blijkt) te werken: neem dan contact op met Jannet Maréchal.

.

woensdag 3 augustus 2011

Leerkrachten en docenten hebben voorbeeldfunctie bij gebruik van Social Media

door Catharinus Doornbos

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Leerkrachten en docenten hebben voorbeeldfunctie bij gebruik van Social Media”. In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.
Er wordt vaak gesproken over jongeren, die alles wat los en vast zit maar delen via de Social Media. Velen zijn zich niet bewust van de consequenties, die dat kan hebben. En dus wordt er van scholen verwacht meer aandacht aan mediawijsheid te besteden.

Maar hoe staat het ervoor met de man of vrouw voor de klas? Wat melden zij allemaal via Hyves, Facebook, Twitter, LinkedIn of Google+. Hebben zij de zaakjes wél op orde als het gaat om privicy-instellingen bijvoorbeeld? Welk beeld zetten zij van zichzelf neer met hun uitlatingen, foto’s en filmpjes? Even surfen op het internet levert een wisselend beeld op.

Lees hier verder

Bron: netwijs

.

zondag 17 juli 2011

Tomboy

Behalve een paar schoolleiders en concierges in het noorden van het land heeft iedereen vakantie. Met dit druilerige weer zin in een film? Een aanrader: Tomboy. Over een meisje dat eigenlijk een jongetje wil zijn. Doordat de film het perspectief van het kind kiest, is er weinig drama. Vooral heel veel creativiteit en ontroering. Hij draait nu in Amsterdam (Movies), Den Haag (filmhuis), Rotterdam (Lantaren-Venster), Nijmegen (Lux), Utrecht (Louis Hartlooper) en Brussel (Actor's studio).

.

dinsdag 28 juni 2011

Groepsvorming 5 Afsluiten

Bij de start van dit schooljaar heb ik een aantal posts gemaakt over positieve groepsvorming. Over hoe groepsvorming verloopt en welke invloed je als docent kan uitoefenen om een positieve groep te creëren in de verschillende fases: oriëntatie, normeren, presenteren en presteren. De crux van het verhaal is dat je zorgt dat je met je klassen eerst de normeerfase doorloopt (omgang met elkaar) voordat de presenteerfase (met de bepaling van de rangorde) in alle hevigheid gaat losbarsten. Dat betekent in de eerste weken veel samenwerkingopdrachten in steeds wisselende groepen waarbij leerlingen elkaar leren kennen en waarin je als docent duidelijk aangeeft, voordoet en feedback geeft op hóe leerlingen samenwerken. Het gaat dus over zaken als ‘praten met’ ipv ‘praten over’, hoe kom je tot een goed besluit en op welke manieren kan je iemand vertellen dat hij/zij jouw grenzen overschrijdt.
Deze posts kan je zo weer inzetten na de vakantie (of nú het Handboek Positieve Groepsvorming kopen en het in de vakantie lezen)…maar voordat we weer opnieuw kansen krijgen eerst nog aandacht voor de laatste fase, die zich nu gaat afspelen, vlak voor de vakantie: de afsluiting ofwel de evaluatie.

.

maandag 20 juni 2011

Keuzestress? Het vak van morgen: Kieskunde

Een column van onderwijsjournalist Erno Mijland: leren kiezen.

Welkom in de 21e eeuw. De eeuw waarin je kunt zijn en worden wat je wilt, in alles mag geloven (ook in niets) en overal - tot in elke denkbare virtuele wereld - kunt gaan en staan. Ga je gang, kies zelf maar uit duizenden vervolgopleidingen, vrijetijdsbestedingen, vrienden voor het leven, films of soorten chips.

Keuzestress
Dat genieten valt nog niet zo mee, blijkt al snel. De Amerikaanse wetenschapper Barry Schwartz beschrijft in zijn boek ‘The Paradox of Choice’ hoe dat kan. Hij constateert dat al die keuzevrijheid kan leiden tot keuzestress. Dat heeft onder andere te maken met het idee dat veel keuzes hebben leidt tot hoge verwachtingen bij de keuzemaker. De kans dat de uiteindelijke keuze dan tegenvalt wordt groter. Bovendien: hoe meer opties, hoe kleiner het verschil tussen die opties. En dan is er nog de omgeving die van je verwacht dat je de juiste keuze maakt. Er is immers informatie genoeg om je keuze op te baseren. Waag het niet ongelukkig te worden, want je hebt alle vrijheid om te kiezen. Niet kiezen of je keuzes verbergen? Vergeet het maar. Dit is het tijdperk van de transparantie.

Kieskunde
Onderwijs is bedoeld om jongeren voor te bereiden op een gelukkig en zinvol leven. Niet goed kunnen kiezen staat dat in de weg. Dus moeten we kinderen leren kiezen. Hoogste tijd voor het vak kieskunde, het vak waarin je leert informatie te duiden en argumenten te verzamelen en af te wegen, het vak waarin je jezelf beter leert kennen en uiteindelijk slimmer leert kiezen. Het vak met basismodules als ‘statistiek’ en ‘kritisch omgaan met informatie’, maar ook inspirerende keuzemodules als ‘ethiek’, ‘relativeren’ of ‘werken met een voor- en nadelenbalans’. Een uurtje in de week gedurende een leerjaar moet voldoende zijn. En aan het eind uiteraard een toets met... meerkeuzevragen.

Wat denkt u: zou het vak kieskunde uw leerlingen kunnen helpen?

Lees hier alles over kieskunde

.

woensdag 15 juni 2011

Mijmeringen -4-

Ook als ik vroeg ben, zit zij al op de stoep. School is haar leven, ze is enig kind. Het sigaretje meer tussen de vingers dan tussen de lippen, babbelend met wie dan ook die bij haar komt zitten. Is er nog niemand, dan sms-t ze fiks waar ze toch blijven. Contacten, contacten en nog eens contacten, vrolijk genietend, blij gezicht. School is gewoon leuk.
Het lokaal komt ze altijd flirtend met deze of gene jongen binnen, even aftasten en dan gaat hij toch naast haar zitten. Ik steek daar een stokje voor, ik ken haar al een tijdje en verwijs hem naar een andere tafel. Testosteron en oestrogeen maar even apart dit uur. “Pak je schrift.” Ze kijkt in haar tas en pakt haar uithangende, modieuze, vast dure sjaal en begint daarover te babbelen met het meisje naast haar. “Pakje je schrift, niet je sjaal!” “O, sorry” en ze zoekt verder. Er is genoeg ruimte in het lokaal en ik laat haar een stoel opschuiven. Nu voelt ze zich geïsoleerd, afgesloten van de rest van de wereld en de somberte trekt over haar gezicht.
Ze moeten de aantekeningen van vorige keer leren, ze kijkt in haar schrift, even later dwaalt haar blik doelloos schuin rechts naar beneden en vindt de tafel die ze niet ziet, ze denkt, duidelijk niet aan de leerstof. Ik kijk strak in de richting van haar ogen, geen contact. Ik beweeg mijn bovenlichaam en hoofd, ze reageert als een bewegingssensor en kijkt terug. Ik knik richting haar schrift, met een geluidloos “O, sorry” op haar lippen gaat ze weer leren, als een kluizenaar diep in een bos, de stof vindt ze moeilijk.
Een andere leerling laat een pen op de grond vallen, er wordt her en der gereageerd en in een tiende van een seconde is ze springlevend, haar ogen schieten alle kanten op en ze babbelt en lacht vrolijk mee. Dat is nog ’s wat, een pen op de grond, hoe komt die daar?
“Nu verder met de opgaven uit het boek! …… Hoe ver ben jij?” Ze is bij, ligt zelfs voor. Ze wil wel graag, maar leuk is anders, ze moet er meer voor doen dan anderen en die somberte, daar komt ie weer, blik op oneindig, haar vingers en pen tekenen bloemetjes, zij niet. “Kan je niet verder?” “O, sorry, jawel hoor.”
Ze werkt verder, niet echt van harte, tot de bel gaat, daarna is het pauze en wordt het leven weer even fantastisch.


Hein Bruijnesteijn, docent scheikunde

.

dinsdag 7 juni 2011

"Mediawijsheid, een vak apart!"


Mediawijsheid kan in het (basis- en) voortgezet onderwijs het beste worden aangeleerd via een apart (vak)gebied! De Thorbecke Scholengemeenschap in Zwolle heeft daarom samen met Eye Film Instituut Nederland, Bibliotheek Zwolle en de scholen CSG Comenius (Leeuwarden), het Atlas College (Hoorn e.o.), CSG Bogerman (Koudum) een curriculum Mediawijsheid ontwikkeld voor de leerjaren 1 tot en met 3 van het voortgezet onderwijs. Naast dit lesmateriaal, dat voldoet aan de nodige kwaliteitseisen, is er een overzicht van eindtermen voor Mediawijsheid in het vo beschikbaar alsmede een plan van aanpak voor de invoering van het vak Mediawijsheid binnen de school.

De beschikbaarheid van dit (les)materiaal verlaagt de drempel voor vo-scholen om nu ook met Mediawijsheid aan de slag te gaan.

Op deze site vind je het plan van aanpak, het curriculum VO en het lesmateriaal.Gratis te downloaden!
via mediawijsheid-vo.wikiwijs.nl

Lees ook meer op mediawijsheid.nl

.

zondag 5 juni 2011

Shining eyes, of de essentie van goed leraarschap


DOOR RIKIE VAN BLIJSWIJK
“Je zal toch maar, net als Jesse, nooit gezien worden in je kwaliteiten”, zegt hoogleraar onderwijskunde Fred Korthagen over een leerling over wie geen van zijn leraren iets positiefs kon melden. Tot het één wiskundejuf wel lukte en de relatie duurzaam veranderde. Een avond over flow, het ui-model, groene krullen en Pedagogische Tact: “Ik beweer: de dingen die jullie noemen zijn essentieel voor goed leraarschap. Ik beweer ook: ze zijn nauwelijks in beeld.”


“Laat ik beginnen te zeggen dat ik twijfels heb over onderwijskunde. Ik schaam me vaak voor mijn eigen vakgebied.” Professor Fred Korthagen begint lekker: de wetenschapper, gekomen om legitimatie te geven aan de dagelijkse onderwijspraktijk en aan Pedagogische Tact, zegt het zelf niet te weten. Maar zijn vertwijfeling komt voort uit de kloof die gaapt tussen dat wat onderwijskunde over het algemeen te bieden heeft en zijn persoonlijke ervaring. Als leerling al: “Veel onderzoek heeft weinig relevantie voor het werk in de klas, voor wat het is om leraar te zijn. Al van kinds af aan was ik geïnteresseerd in dat moment dat er iets gebeurt tussen leraar en leerling. In de diepe motivatie die kan ontstaan in hun interactie. In de kwartjes die opeens vallen. Zoiets is zelfs fysiek waar te nemen bij een leerling.” Korthagen vertelt dat hij over dergelijke waarnemingen niets kon vinden in de vakliteratuur. Op een Amerikaans congres begreep een vakgenoot precies waar hij op doelde: “‘De Japanners hebben er een woord voor’, vertelde hij. De beste vertaling is ‘shining eyes’, maar letterlijk betekent het woord ‘het licht dat schijnt van binnenuit’. In Japan is het een criterium voor goed onderwijs.”

Lees hier het hele artikel
Via hetkind.org

.

woensdag 1 juni 2011

vrijdag 20 mei 2011

Keltoum vertelt haar verhaal

Keltoum zit al enkele jaren op POUWER, een school voor Praktijkonderwijs in Utrecht.
Zij wil heel graag haar verhaal doen.
Zij wil iedereen vertellen over haar ervaringen met school, het 'zich zo niet begrepen' voelen, haar boosheid, haar dromen en de onwetendheid over het Praktijkonderwijs……..


-Gefilmd door Nina Pieters-

.

dinsdag 17 mei 2011

Regels en spelregels

Het viel me eergisteren op tijdens het kijken naar de apotheose van de Nederlandse voetbalcompeties (lees Ajax-Twente) dat de scheidsrechter zo vaak liet doorspelen. Het spel werd niet doodgelegd na elke kleine overtreding. Dat kwam het spel en ook het kijkgenot ten goede. Veel fluiten maakt het spel kapot.
Op scholen zijn er ook regels. Ik heb net even gegoogled, de meeste scholen hebben er wel zo’n stuk of 20 op hun website staan. En de vraag is dan: helpt dit? Helpen deze regels om het spel te kunnen spelen?
Als eens eerder hielden regels ons bezig. In ‘door de bomen het bos’ heeft Henno ons een cursus in de klassieken gegeven. Nu een ander perspectief om naar je regels te kijken: maak verschil tussen regels en spelregels.

Regels: die mag je niet overtreden. Als je die overtreedt dan volgen er direct maatregelen. Die zijn regels die zeer belangrijk zijn voor de veiligheid., bijvoorbeeld “Wapens, alcohol, drugs en vuurwerk zijn verboden”

Spelregels: deze kennen enige souplesse. Het zijn regels die belangrijk zijn om te kunnen ‘spelen’..om een goede werksfeer te creëren met z’n allen. Dat betekent dat het een flexibele handhaving vraagt: het gaat nml om het spel, niet om de regels. De spelregels staan ten dienste van het spel.
Voorbeelden: ‘in de klas wordt niet gegeten of gedronken’. Ik snap dat je beter leskrijgt als je medeleerlingen niet om je heen zitten te smakken, knoeien en slurpen…. maar leerlingen die net met rode hoofden van het sportveld komen, vinden het erg fijn om even wat te drinken in de les erna.

Je kan natuurlijk je regels eens bekijken en bezien wat zijn nu regels en wat spelregels. Maar het interessantste is natuurlijk kijken of je zelf een goede scheidsrechter bent die laat spelen. En kijken naar en spreken met collega’s: ‘wanneer en hoe pas je die souplesse toe?’

.

dinsdag 10 mei 2011

Game over........replay?


Uit een onderzoek van het Erasmus Medisch Centrum blijkt dat Nederland 12.000 gameverslaafde jongeren telt.

Die twaalfduizend jongeren vormen samen ongeveer 1,5 procent van alle jongeren tussen de dertien en zestien jaar, zo blijkt uit het onderzoek waar wetenschapper Tony van Rooij morgen op promoveert. Van de verslaafde gamers zit het grootste deel op het VMBO. De verslaafden zijn bovendien vrijwel allemaal van het mannelijke geslacht, zo meldt de NOS.

Huiswerk
De verslaving heeft grote gevolgen voor de jongeren en hun omgeving. De jongeren brengen zo’n acht uur per dag gamend door. Daardoor komt hun huiswerk, maar ook de sociale contacten in het gedrang.

Van Rooij neemt aan dat het aantal verslaafden in de toekomst alleen maar verder toeneemt. Gelukkig is er wel iets aan te doen. Er zijn de afgelopen jaren goede therapieën ontwikkeld die jongeren kunnen helpen om af te kicken.

Angst
Ook hebben jongeren die verslaafd zijn aan het spelen van spelletjes vaker last van psychische klachten. Van depressies tot angst.

.

dinsdag 3 mei 2011

Ben jij een échte leraar?



Nieuw onderzoek: authentiek functioneren in de klas kun je leren

“Die van Nederlands is nen echte”, zegt Lander (16). “Ik zit graag in zijn les en steek veel van hem op.” Dat treft, want door populaire media als het internet, Facebook en Twitter zijn leraren slechts een van de vele bronnen van informatie voor jongeren. Hoe jongeren dan selecteren? Ze zoeken welke informatie authentiek overkomt. Het belang van authenticiteit in onze maatschappij, en zeker bij jongeren, neemt alleen maar toe. Nieuw onderzoek toont welke criteria jongeren gebruiken om hun leraren als ‘authentiek’ te beschouwen. En geeft aan hoe je in de klas authentiek functioneert en dat zelfs kunt leren. Echt?


1. Ken je vak, vertel je verhaal

“Ik zit daar in de klas omdat ik wil bijleren. de lessen mogen leuk en aangenaam zijn, maar dat is niet het belangrijkste.” Lucas (18), 6 aso
Je leerlingen verwachten vooral dat ze iets bijleren in de klas. Vakkennis is daarom het belangrijkste criterium om een leraar als ‘echt’ te beoordelen. Klasmanagement is ook belangrijk. Leerlingen verwachten dat je de klas in de hand houdt, maar dan vooral omdat ze dan beter kunnen bijleren. In een rumoerige klas is het moeilijker om iets op te steken.


“Hij springt van de hak op de tak. moeilijk om te volgen. ineens gaf hij vlug grammatica, omdat we te weinig tijd hadden. toen dacht ik: ik leer het gewoon niet meer.” Maite (16), 4 bso
Vakkennis houdt voor je leerlingen ook in dat je als leraar duidelijk en helder de leerstof uitlegt en daarvoor de nodige tijd voorziet. En ze verwachten ook dat je hen helpt bij het verwerken van de leerstof, dat je hen warm maakt voor de vakinhoud, en er samen met hen naar streeft dat ze een goed resultaat halen. Leerlingen appreciëren dus sterk dat je weet waarover je praat en dat je dat kunt vertalen naar de doelgroep aan wie je lesgeeft.

Echte leraren? zij die het leuk vinden om les te geven

2. Breng je passie over

“Als ze leeft voor haar vak. als je ziet dat ze werk in haar vak heeft gestoken. als ze haar leerstof niet aframmelt, maar echt geïnteresseerd is in haar vak, ja, dan …” Fleur (17), 5 tso
Als je leerlingen het gevoel hebben dat je als leraar met je vak en met hen bezig bent, dat je investeert in je vak, dat je bevlogen bent en leeft voor je vak, dan is dat een geweldige surplus. Ze appreciëren het als je tijd en moeite steekt in je lesvoorbereidingen en zoekt naar creatieve manieren en invalshoeken om je leerstof over te brengen.

“Hij hield zich misschien niet aan het leerplan, maar toch leerde hij ons op die manier zo veel meer.” Victor (15), 4 tso
Je leerlingen focussen niet echt op didactische werkvormen. Die vinden ze enkel belangrijk als ze de les aangenamer maken of als ze ervoor zorgen dat ze de inhoud beter begrij- pen. Ze waarderen het als je lesgeeft op de meest efficiënte en effectieve manier. Jongeren bewonderen de leraar die meer weet dan het puur noodzakelijke en die toont dat hij de actualiteit van zijn vak bijhoudt. Cruciaal is wel dat die extra's een meerwaarde bieden voor de les, dat ze meer doen dan de les ‘opleuken’. Lachen en plezier maken kunnen, maar zijn ondergeschikt aan bijleren en passie.

Lees hier (op Klasse.be) ook de tips:

3.Blijf op een veilige afstand

4.Wees je eigenste zelf

.

vrijdag 29 april 2011

Gastheer

Een goed begin is het halve werk. Zeker bij ingewikkelde leerlingen. Het leuke van ons vak is dat je elke les weer opnieuw kan beginnen. Jongeren vergeten en vergeven, itt tot flink wat volwassenen, snel. ‘Het ging gisteren niet goed, maar ach vandaag is er weer een nieuwe dag'.
Goed afsluiten van een les is ook een kunst. Veel lessen eindigen met een aantal leerlingen die inpakken, de docent die nog wat probeert te zeggen en de bel die gaat.
Lesgeven is als een judowedstrijd: de buiging aan het begin en eind is essentieel. Respect voor elkaar en voor het spel.
Vandaar dat ik ook zo gegrepen ben door het idee en het boek “de vijf rollen van de leraar”. Martie Slooter geeft ons 5 rollen:
1. De gastheer: contact maken
2. De presentator: aandacht vangen
3. De didacticus: instructie geven
4. De pedagoog: creëren van een veilig klimaat
5. De afsluiter: reflectie op proces en inhoud
Ik vind het mooi dat ze de start en eind zo expliciet noemt als rol. En het woord ‘gastheer’ is goed gekozen. Laat leerlingen je gasten zijn die je verwelkomt. Niet weggekropen achter je bureau of je spullen nog pakkend bij de start. Ga bij de deur staan: kijk je leerlingen aan, zie ze echt (al is het maar voor 2 seconde), vraag iets (‘ik zie een boze blik, heb je wel zin?’) of geef een compliment (‘mooi dat je op tijd bent, Niels’). Give it a try...en de les zal anders zijn.
Maar nu eerst een heerlijke vakantie!

.

vrijdag 22 april 2011

Mijmeringen -3-

Hij komt behoorlijk buiten adem binnen, zijn lichaam is fors en moppert, al die trappen. Hij stopt vlak naast het brandblusapparaat en zoekt naar lucht om zijn evaluatie van de vorige les kort en bondig samen te vatten; “Ik hàààààààààààt wiskunde!!” In een licht voorovergebogen houding, met beide handen met gespreide vingers wanhoop gebarend, vijf seconden met wijd open mond vrij krachtig de à aanhouden valt hem zwaar. Zijn rugzak houdt hem in evenwicht, hij doet hem af, gaat snel zitten en rust uit. De rest reageert niet, ze kennen hem al een tijdje, het is een stopwoooooord van hem, hij heeft een haat-liefdeverhouding met de werkelijkheid om hem heen.
Dat de rest niet reageert, stoort hem, hij snakt naar aandacht, thuis heeft hij alleen een zwaar autistische broer en een overbezorgde moeder. “Meneer, gaan we een proefje doen?” Scheikunde hààààt ie ook, maar proefjes doen niet. Hij hàààààt van alles: boeken lezen, met de fiets naar school, de islam, de meeste van zijn medeleerlingen, varkensvlees, zijn mentor (ik), dat ie van zijn moeder naar de havo moet, melk drinken, zijn vorige school, opgaven maken, te korte pauzes, vertraagde trams, langer dan een halve minuut schrijven, ’s morgens opstaan, kapotte computers ……. De lijst is lang.
Laatst hebben we in de klas een toptien samengesteld. Hij zat met een mengeling van ongemak, verbazing en betrokkenheid te kijken hoe in een brainstorm van de klas binnen luttele seconden moeiteloos tien van zijn hàààààt-objecten op het bord verschenen. Hij moest ze rangschikken, wat hààààt ie het meest en wat het minst.
Hij kwam aarzelend op gang, groeide door de aandacht van de klas. Hij is behoorlijk welbespraakt, zijn stem is helder, hij spreekt luid, hij praat vast vaak met zichzelf. Hij kwam achter zijn tafel omhoog. Als je hem zo in zijn eigen wereld bezig ziet, heeft hij iets ontwapenends, iets grappigs, ook zachts, het is puur. De klas voelt dat ook, raakt geboeid. Het wordt één van de beste ‘spreekbeurten’ die ik in jaren gehoord had en hij genoot zichtbaar van het feit dat hij de klas en mij aan zijn voeten kreeg. Hij is slim genoeg om school op één te zetten, zijn mentor (ik) op tien en zijn betoog te beëindigen met zijn topdrie van waar hij gek op is: gamen, ijsjes eten en proefjes doen. Hij wil game-developer worden.
Hij hàààààààààt school, maar is altijd op tijd, behalve als de tram … Hij mengt zich dan onder de leerlingen, rookt zijn sigaretje mee en stoot af door nare opmerkingen te plaatsen. Naast ik hààààt …. is sorry zijn andere stopwoord. Hij kent zichzelf al aardig goed, maar hij is veel gepest op zijn vorige scholen en dat zit diep. Het komt goed met hem. Het tegenovergestelde van liefde is geen haat, maar onverschilligheid.


Hein Bruijnesteijn, docent scheikunde

.

vrijdag 15 april 2011

How2Talk2Adolescents

Praten met je kind in de puberteit

Drs. Tamar de Vos - van der Hoeven

De puberteit is een verwarrende periode voor kinderen. Het is een leeftijdsfase waarin het kind zich steeds meer los maakt van de ouders, maar deze ouders toch ook nog heel hard nodig heeft. Ouders van hun kant moeten leren hun kind langzaam los te laten, wat het gevoel kan doen ontstaan het kind kwijt te raken. Dit maakt de communicatie tussen ouders en puber lastig. Enerzijds wil de puber graag zelf bepalen, anderzijds heeft hij of zij ook nog erg de begrenzing en begeleiding van de ouders nodig.
Jongeren zijn enorm op zoek naar erkenning. Ze willen gezien worden, gewaardeerd worden en ze willen dat hun mening gerespecteerd wordt (maar welke volwassene wil dat niet ook ? ). Dit zorgt er voor dat een communicatie waarin de ouder bepaalt en regels stelt en er weinig ruimte is voor inbreng van de jongere zelf, niet werkt.


Een goede communicatie

Communiceren met een kind in de puberteit vraagt om geduld, tijd, respect en oprechte interesse. Al is dat natuurlijk niet iets waar je als ouder pas mee begint in de puberteit. Om op een goede manier met je puber te kunnen praten, moet hij/zij hier al vele jaren aan gewend zijn. Het is goed al op jonge leeftijd te starten met het voeren van gesprekken met je kind waarin het de ruimte krijgt zichzelf te zijn en een eigen mening te hebben. Zo wordt het geholpen een eigen mening te vormen, eigen ideeën en opinies te onderbouwen en hier voor op te komen. Praat ook niet alleen over persoonlijke zaken als regels, school, vrienden en dergelijke maar ook over politiek, cultuur, muziek, films etcetera en wees geïnteresseerd in de mening en voorkeur van je kind. Op deze manier is het kind echt betrokken bij het gesprek en voelt het zich serieus genomen en erkend.

Lees hier het complete artikel

Bron: opvoedadvies.nl

.

donderdag 14 april 2011

How2talk2kids


Een lekker praktisch boekje is het boek How2talk2kids. Effectief communiceren met kinderen. Ok, ok, in eerste plaats geschreven voor jongere kinderen dan stuiterende pubers. Maar ja, waar vind ik anders een boek wat uitlegt en inzichtelijk maakt, hoe je uit de 'welles-nietes'- discussie blijft….. Of leert hoe je je irritatie kunt uiten zonder te kwetsen… Als je over die onderwerpen meer wilt weten, is How2talk2kids wel degelijk een aanrader… Vooral als je de neiging hebt alles te willen oplossen… of als je denkt dat toon en intentie van een boodschap niets uitmaken….

Een trigger: woorden zijn als messen. Leer ze goed hanteren. Je laat je kind toch ook niet opereren door een chirurg zonder opleiding?


Ada van der Hoeven

.

vrijdag 8 april 2011

Rebel van 50 minuten

.

woensdag 6 april 2011

Herstelrecht

Er waait een wind door Nederland die roept om straf: “wie is de schuldige?” is de vraag en “hard aanpakken” het antwoord. Tijd om over onze landsgrenzen heen te kijken naar groener gras. Inspirerende ideeën waardoor we kunnen kijken waardoor de problemen ontstaan zijn, en die zorgen dat er een nieuwe start gemaakt kan worden. Dat zijn belangrijke waarden in een school. Die ene leerlingen die de andere een gebroken neus bezorgde zitten namelijk bij elkaar in de klas. Hoe die relatie, na het neusbot, weer te repareren? Echt anders kijken naar recht en straf doen de Maori’s in Nieuw Zeeland. Herstelrecht is afgeleid van hun manier van conflicten oplossen, waarbij de focus vooral is gericht op herstel van de aangerichte schade en van de verstoorde relatie. Hieronder in het kort het verschil in denken. Op een aantal manieren kan je herstelrecht inzetten:

.

maandag 4 april 2011

Mijmeringen -2-

Hij komt rustig binnen, oogt zelfverzekerd. Hij is meestal de eerste. Hij is het niet maar straalt een hoge mate van gevierd zijn uit. Een gebroken wit jack met nepbontkraag, een onverschillige blik. Alles onder controle, behalve zijn spullen. Meneer, mag ik even naar mijn kluisje, is een gevleugelde vraag geworden. Nee, een gevleugeld antwoord. Al weer toont de keizer der pubers zich dan even onthutst. Maar hij schakelt snel, hij heeft een vraag, een inhoudelijke vraag, het zal niet de laatste zijn. Hij is geïnteresseerd en onvermoeibaar met vragen. “Meneer, ik heb de heetste Spaanse peper die er bestaat gegeten, welke stof zit daarin?” Of ik dat weet. Vond je het lekker, is een gevaarlijke vraag. Wat ze allemaal in zo een groep wel of niet lekker vinden kan tot een eindeloze kakofonie leiden. Varkensvlees heeft hij nog nooit gegeten, hij weet niet hoe het smaakt, geeft hij toe. Hij is open en ontwapend, vertelt honderd uit, maar chaos is troef. “Meneer, meneer” ligt op zijn lippen bestorven. Keizer is weer even kind geworden.
Hij pakt zijn spullen, wel een boek en een pen, geen schrift. Was vol vorige keer, dat is al weken zo. Hij heeft wel weer een vraag, ze wellen vanzelf bij hem op, een onuitputtelijke bron, als het water was, had nooit iemand meer dorst, maar het zijn vragen, die lessen niet, zoals antwoorden zijn vraaghonger niet stillen.
“Meneer, ik zag het op tv, ze losten een stof op in water en konden er toen op lopen, welke stof is dat, ze wankelden wel, maar een paar stappen gingen goed, welke stof is dat?” Of ik dat weet. Een trucje van Jezus of Mohammed, hij lacht, hij heeft gevoel voor humor. Hij slist een beetje, dat heeft zo zijn charme.
Hij moet aan het werk, maar hij heeft een vraag. Tijdens de uitleg had hij steeds weer een vraag, zijdelings over de leerstof, hij associeert ongelofelijk. Hij kijkt veel tv, niet naar de slechtste programma’s, feiten, feiten, feiten, weten, weten, weten, showen, showen, showen, kan zo leraar worden. Zonder een antwoord kan hij niet leven, laat staan werken, maar een antwoord leidt tot een volgende vraag. Een duivels dilemma.


Hein Bruijnesteijn, docent scheikunde

.

vrijdag 1 april 2011

Leren zichtbaar

Ik liep van de week een school binnen waar de gangen waren opgepimpt met mooie schilderingen…’Gemaakt door leerlingen’ zei iemand. Hoe komt het op de ene school zoveel meer werk van de leerlingen te zien is dan op een andere school? Ik vroeg het een docent..het zit in het curriculum: “de leerlingen hebben de plaatjes opgezocht, gescreend op maatschappelijke context en overgenomen. Het leerdoel zat in het zoeken en de maatschappelijke context voor maatschappijleer en het vakmanschap van het schilderen bij de kunstvakken”.

Zo ga je met een lach het economielokaal in…

.

woensdag 23 maart 2011

Hoogbegaafdheid knaplastig of talent?



Vooroordelen
Wat zijn de feiten over hoogbegaafdheid, wat zijn verdraaide feiten en wat is er ronduit onzin? Via het vooroordelenspel komen docenten tot de juiste kennis.

Spel
In de video is te zien hoe het spel gespeeld en ervaren wordt. Begeleider Susanne Sjoers geeft achtergrondinformatie over hoe en waarom dit spel heel leerzaam en functioneel kan zijn.

Bron: leraar24.nl

.

dinsdag 22 maart 2011

Mijmeringen

Ik had de leerlingen weer eens ouderwets, één voor één, ongeremd, provocatief, ongezouten, met gevoel voor humor, onder uit de bus, pedagogisch volstrekt onverantwoord, maar wel liefdevol op hun nummer gezet.
Ogenschijnlijk onder de indruk waren ze aan het werk gegaan. Het is altijd maar afwachten hoe lang zo een lichtzinnig tot stand gekomen donderspeech effect heeft. Tijdens mijn begeleidingsrondje lopen sprak een van hen me aan.
“Mene-eer”, stelde ze fluisterend vast: “U bent wel een beetje raar, hè.”
“Klopt”, zei ik, inwendig lachend, “Klopt helemaal, laat dat beetje maar weg … maar niet verder vertellen, hoor!”
“Geeft niet, meneer”, vervolgde ze samenzweerderig, “Prettig gestoord, ben ik ook.”
Vertederd liep ik naar het volgende groepje.


Hein Bruijnesteijn, docent scheikunde

.

maandag 21 maart 2011

Leraargesprek

.

donderdag 17 maart 2011

out of the box

Soms is het ook gewoon heel erg grappig....

.

maandag 14 maart 2011

Instructie

Ik heb de laatste weken een aantal keren ‘achterin’ de klas gezeten. Er viel me iets op, vandaar deze post. Ik werd erbij gevraagd omdat het niet liep in een bepaalde klas of met een groep leerlingen. Ze verstoorden de les en de docent had er last van.
Alle docenten gaven aan dat deze leerlingen structuur nodig hadden, maar wat ik zag was net het tegenovergestelde. Wat mij bij ál deze lessen opviel was de weinige instructie die de leerlingen kregen als ze een opdracht kregen: ‘maak nu opgave 10 t/m 12’ ..iets van dien aard.

Goede instructie blijkt een zeer effectieve manier om gedragsproblemen te voorkomen: sla er John Hattie's meta-analyse ‘visible learning’ maar op na. Op basisscholen is veel geëxperimenteerd met het geven van goede instructie. Het directe instructiemodel blijkt zeer effectief.
Hieronder een iets simpeler, maar zeer werkzaam model met een 6-tal checkvragen (inclusief voorbeeld). Geef bij élke opdracht waar je leerlingen alleen of in groepen wilt laten werken, deze informatie. En dan niet denken ‘dat weten ze al wel, dat werkt bij mij in de les altijd zo’... aan jou als docent de taak om te bedenken wat en hóe je het wilt, en dat dan kort en krachtig mededelen. Dat scheelt een hoop onrust.

.