maandag 26 april 2010

Hoe word ik de beste jongensdocent? (1)



Vraag aan een willekeurige honderd docenten hun meest lastige leerling in hun hoofd te nemen. Onze ervaring leert dat dan minstens 95 van de docenten aan een jongen denkt. Jongens en het onderwijs. Het lijkt tegenwoordig een steeds lastigere combinatie. Waar het aan ligt? Zijn de jongens moeilijker geworden? Kunnen we moeilijker met ze omgaan? In dit artikel geven we géén analyse van het hoe en waarom van jongensgedrag. Dat jongens blijkbaar vaker als lastig worden ervaren is een feit. In dit artikel gaan we op zoek naar hoe we terug kunnen keren naar lol hebben in jongensgedrag. Hoe kun jij als docent weer genieten van de ettertjes uit je klas? Hoe zorg je ervoor dat je glimlacht om hun onbeholpen gedrag en onhandigheden. Hoe word jij de beste jongensdocent?


Les 1: Een jongen wordt nooit een meisje
Meisjes hebben een paar eigenschappen die in ons schoolsysteem behoorlijk handig zijn. Ze kunnen relatief goed stil zitten. Ze kunnen al op redelijk jonge leeftijd reflecteren op hun eigen gedrag en ze zijn verbaal handig. Dat komt ons als docenten best goed uit. Jongens daarentegen zijn op deze drie vlakken net iets onhandiger. Daar kunnen ze niets aan doen. Dat heeft de natuur zo geregeld. En dat is voor hun zelf net zo lastig als voor de docent die met ze moet werken. Je zou bijvoorbeeld maar langer dan een half uur moeten stilzitten terwijl er net een testosteronboost door je lijf jaagt. Ga d’r maar aan staan.
Accepteren dat de jongens in de klas zich dus anders gedragen dan de meisjes is een start van een betere jongensdocent zijn. Laten we van de jongens geen meisjes proberen te maken. Dat scheelt een heleboel strijd en evenzoveel energie.

(Volgende week les 2: Grenzen opzoeken is gezond. Grenzen geven een noodzaak

Een lessenserie van: John, Elsbeth en Henno

.

woensdag 21 april 2010

500 comazuipers in ziekenhuis

.

vrijdag 16 april 2010

Straatcultuur

Jongeren, die in de (pré)puberteit voornamelijk opgroeien en socialiseren op straat, hebben een stuk minder kans om succesvol te participeren in onze mainstream maatschappij. Ze leren van alles op straat, maar dat zijn veelal geen zaken waar je later een baan mee krijgt of waarmee je straks een winstgevende (legale) zaak opzet. Docenten kunnen het verschil maken en hen in deze periode weer terugbrengen of terugverleiden, de burgercultuur in.
We hebben nogal snel de neiging om straatcultuur te dichten aan een bepaalde cultuur: ‘het komt door de Marokkaanse cultuur, daar leven ze vrijwel altijd op straat’. Naast dat dit niet waar blijkt, brengt het ook weinig oplossingen. Om de eerste stap te zetten naar een aanpak is het belangrijk om gedrag goed te duiden. Onderstaande dia’s kunnen jullie helpen. Bespreek op de volgende leerling-bespreking eens die leerling waarvan je denkt dat de straat weleens meer invloed op hem/haar heeft dan de school.

.

vrijdag 9 april 2010

Week van autisme (2)

Even in de huid kruipen van een autistische jongen? David Barth (11 jaar oud) was eergister bij Pauw & Witteman om uit te leggen wat het betekent om het syndroom van Asperger (een vorm van autisme) te hebben.

Beter dan op tv lukt het hem om dit beeld te schetsen, samen met z’n moeder, al tekenend in het (strip)boek ‘Wat is er toch met Kobus?’ van uitgeverij FortMedia. Het is een prachtig vormgegeven boek, je leest het in een uur uit en heeft zeer humoristische sketches. Als je ze herkent, weet je ook veel beter wat wel en niet te doen als er morgen weer een leerling met Asperger of autistische trekken voor je staat. Een fragment uit het boek:

.

donderdag 8 april 2010

Week van autisme (1)

“Het lijkt wel of er steeds meer PDD-Nossers en Aspergers komen”. Waarschijnlijk is het zo dat steeds meer jongeren gediagnosticeerd worden als zijnde ‘autistisch’ en waren ze er altijd al…en zaten ze gewoon bij je in de klas. Of zal het toch een evolutionair voordeel hebben om iets autistisch te zijn in deze snelle maatschappij?

REC Oost-Nederland ontwikkelde de volgende poster in het omgaan met leerlingen die, in onze ogen, soms wat vreemd contact maken.
De autismeposter voor docenten is te bestellen voor €3,-. Je kan er ook een poster bestellen van de sterke kanten van autisme zelf.

.

donderdag 1 april 2010

Blijf er niet mee zitten

Gelukkig reageerden de meeste bezoekers van ons blog met ‘ik voel me steeds uitgedaagd’ op de vraag wat knaplastige leerlingen met jou doen. Maar daar vlak achteraan komt ‘ik twijfel aan mijn eigen functioneren’(24%) en ‘ik verlies het plezier in lesgeven’ (22%). Dat zijn hele eerlijke antwoorden, leerlingen zitten soms echt ‘op je huid’. Het belangrijkste advies dat we je kunnen geven is: ‘blijf er niet mee zitten’. Deze lastige leerlingen maken duidelijk dat het nodig is om in het onderwijs de switch te maken van solospelers naar teamplayers. We kunnen en hoeven het niet alleen. Dus ‘kom uit de kast’ en vraag vandaag nog 2 of 3 collega’s om je te helpen met die lastige leerling of die lastige klas. Vraag ze om jou een half uur te helpen dmv de onderstaande methode. Deze methode heeft z’n maximale effect als je je strak aan de 4 stappen houdt en ‘m in de juiste volgorde afloopt.
Hoe vaker je hem doet, hoe sneller en effectiever deze methode wordt. Gewoon blijven oefenen en aanscherpen…

.

dinsdag 30 maart 2010

Les 1. Ken uw kinderen


.

vrijdag 26 maart 2010

Nèt anders (4)

Leerlingen indelen in allerlei categorieën en classificaties wekt nogal eens de reactie op 'dan kan ik er ook niets aan doen'. Jan Hooiveld geeft een aantal handvatten om juist wél te handelen. Hieronder zijn laatste placemat in de serie van 4.

.

vrijdag 19 maart 2010

Lastige klas

Elk jaar is er zo’n klas waar het maar niet lijkt te lukken. Je wordt al chagrijnig als je aan de klas denkt, je ziet ze liever komen dan gaan en, grote kans, dat ze je laten twijfelen over je eigen kunnen als docent. De klas is al vaak besproken tijdens de rapportvergadering ..ook collega’s krijgen er geen grip op. Dit stelt je dan in ieder geval gerust: ‘ik ben niet de enige’…..
Tijd om achter de oren te krabben. Deze situatie is voor docenten noch leerlingen goed. Bedenk dat die leerlingen het hele jaar dag-in-dag-uit in zo’n ‘rotklas’ zitten. Er zijn mogelijkheden die werken: geen klas is sterker dan een team.Meer info over deze wetmatigheden in de aanpak.
De aanpak betekent dat je met het hele docententeam van deze klas aan de slag gaat, geen docent uitgezonderd:
STAP 1: een zeer gestructureerde bijeenkomst met alle docenten waarin je een analyse maakt, mogelijke oplossingen op tafel legt en vervolgens een strategie uitstippelt.
STAP 2: gesprek met de klas waar je de aanpak neerlegt, de leerlingen hun aandeel in de verbetering aangeven, en de klas een beloning bedenkt die gegeven wordt op het moment dat de klas zich positief keert.
STAP 3: elke docent waarbij het nog niet loopt zoals hij/zij wenst pleegt met 2 of 3 docenten van dezelfde klas een (korte) intervisie.
STAP 4: een docentenbijeenkomst na 2 weken waarbij je evalueert en bijstelt.
STAP 5: een docentenbijeenkomst na 6 weken waarbij je bespreekt wat deze aanpak betekent voor de school en de volgende keer dat zoiets gebeurt.
STAP 6: de beloning voor de klas.

Meer info over de aanpak: Dolf Hautvast

.

donderdag 4 maart 2010

De vulkaan en de gifkikker

Je kan 2 soorten agressie onderscheiden.
1. Frustratieagressie
Een leerling gebruikt verbaal geweld als direct en veelal impulsief gevolg op een voor hem frustrerende gebeurtenis: hij wordt gepest, hij heeft net een onvoldoende gekregen of heeft thuis iets naars meegemaakt enz.

2. Instrumentele agressie
Een leerling gebruikt kwaadheid, schelden, pesten, dreiging of andere vormen van geweld opzettelijk, meestal om een bepaald doel of effect te bereiken. De leerling wil dan de macht overnemen of de leerkracht (of anderen) bewust bang maken, zodat hij gaat toegeven, bv: een hoger cijfer of dat hij er toch niet wordt verwijderd.

Hieronder een aantal filmpjes en opdrachten om dit te verhelderen. En om te onderzoeken welk gedrag effectief is bij welk type agressie. Bedenk bij het kijken naar de eerste 2 filmpjes dat de docent aan het begin het gesprek tussen de meiden onderling NIET hoort.


  • Op welk moment zou jij ingegrepen hebben en met welke reactie?
  • Op welk effect reken je bij de leerling?

Kijk nu naar onderstaand filmpje. Stop precies bij 1.01 seconden

  • Wat zou een de-escalerende reactie van de leerkracht kunnen zijn?



Bekijk nu het hele bovenstaande filmpje:

  • Hoe de-escaleert de leerkracht verder?
  • Wat zie je als effect op de leerlingen?

In de klas komt het nog al eens voor dat leerlingen aanvankelijk gefrustreerd zijn (over een onvoldoende bv). Als je dan begrip toont, en probeert te achterhalen wat de aanleiding is, is de kans groter de leerling ‘bekoelt’. Dit doe je vooral door goede vragen te stellen, dat de-escaleert. Je op- of aanmerkingen kunnen ook tot escalatie leiden: er komt nog meer agressie omhoog. Je gooit dan olie-op-het-vuur, omdat je bv de leerling te brutaal vindt. Sommige leerlingen proberen dan de macht over te nemen: ze worden opzettelijk verbaal agressief. Dan wordt het instrumentele agressie. Op school komt dat nog al eens voor bij leerkrachten met veel ordeproblemen.
Daarover gaat het volgende filmpje. Bekijk ‘m maar STOP na 26 seconden. Wat zou jij nu zeggen als reactie op de leerling? Wat zou het effect van de leerling kunnen zijn op jouw reactie?



Bekijk het filmpje nog een keer, nu helemaal. Wat zie je gebeuren als reactie op de leerkracht? Wie is ten slotte de baas? Hoe zie je dat?

Bekijk het volgende filmpje. Let goed op de reactie van de leerkracht na de eerste halve minuut.

  • Vergelijk deze reactie van de leerkracht met die van jou na filmpje 1.
  • Wat zijn overeenkomsten en verschillen?
  • Wat leer je over je eigen gedragsgewoontes bij agressief gedrag van leerlingen?



Met frustratieagressie ga je dus anders om dan met instrumentele agressie.

met dank aan Johan Hamstra

.

vrijdag 19 februari 2010

Verloren wijsheid (over moraliteit)

Een briljant verhaal van Barry Schwartz over onze verloren wijsheid. Iets om over na te denken tijdens de vakantie.

Tip: Neem er de tijd voor!

Onder het filmpje kan je het laten ondertitelen.
Bekijk hem hier op groot scherm.
Fijne vakantie!
met dank aan Alice

.

donderdag 18 februari 2010

Minister André Rouvoet opent online opvoeddebat


Minister André Rouvoet (Jeugd en Gezin) heeft vanmiddag het online opvoeddebat geopend. Hij deed dat door in het Museum van Communicatie in Den Haag als eerste te reageren op de stelling ‘Pubers hebben tot hun 25e steun en sturing nodig’.
De minister reageerde daarop met: ‘Opvoeders hebben meer invloed op het gedrag van pubers dan dat ze zelf denken. Ook geven jongeren zelf aan behoefte te hebben aan steun en sturing’.
Het online debat maakt deel uit van het opvoeddebat, dat Rouvoet vorig jaar in gang gezet heeft. Met het opvoeddebat hoopt de minister voor Jeugd en Gezin opvoeding bespreekbaar te maken, onder meer door ouders en andere opvoeders rondom een aantal thema’s naar hun mening te vragen. Uit de tientallen opvoeddebatten die overal in het land zijn gehouden, blijkt dat veel opvoeders behoefte hebben om ervaringen over de opvoeding uit wisselen met elkaar en professionals.
In het online debat, dat via www.opvoeddebat.nl tot oktober gevoerd zal worden, kunnen opvoeders, professionals en publiek reageren op stellingen over thema’s als: op voeding van pubers, opvoeden in de buurt, vaders en opvoeding en school en opvoeding.

.

woensdag 17 februari 2010

Het 5-staat-tot-1 principe

Straffen kan effectief zijn om tot gedragsverandering te komen. Maar dan wél als daar ook positieve bekrachtigingen tegenover staan. Dan wordt een straf pas effectief. Elke keer als er een grens gesteld wordt stel je daar minstens 5 complimentjes tegenover. Dit blijkt uit onderzoek van Forgatch (2004). Dit 5-staat-tot-1-principe blijkt te gelden bij kinderen, adolescenten, maar ook bij ons als volwassenen.

.

dinsdag 16 februari 2010

Rapport Onderwijsraad: gedragsproblemen


De onderwijsraad heeft 15 februari het rapport 'de school en leerlingen met gedragproblemen' gepubliceerd. Er is ook een samenvatting beschikbaar.


De laatste jaren is er toenemende aandacht voor kinderen en jongeren met gedragsproblemen, variërend van ADHD tot autistische en psychosociale stoornissen. Die aandacht kan niet altijd omgezet worden in actie wanneer tijd en geld ontbreken.

Het rapport geeft op hoofdlijnen drie adviezen:
1. Wees nuchter (laat diagnose aan deskundige over) en werk preventief (verander omgeving waar die negatief invloed heeft op gedrag)
2. Steun scholen in het omgaan met gedragsproblemen in structuur, zorgsysteem en scholing van docenten
3. Breng de actoren rond de school in stelling. Activeer de verantwoordelijkheid van ouders waar dit nodig is, zorg voor een professionele relatie met centra voor jeugd en gezin, schakel scholen voor speciaal onderwijs in als het gaat om specialistische kennis, en gedragsproblemen zouden in het kerncurriculum van lerarenopleiding moeten komen.

Noemenswaardig is verder dat er gestreefd wordt naar een Academische Werkgemeenschap Gedragsproblemen en Onderwijs. Kennis over methodieken en handleidingen voor de aanpak van gedragsproblemen wordt daar gebundeld en toegankelijk gemaakt.
In de werkgemeenschap werken wetenschappers, opleiders en mensen uit de praktijk (regulier en speciaal onderwijs) samen.

Meer informatie (rapport, samenvatting, minisymposium en pers op) de site van de onderwijsraad

.

maandag 8 februari 2010

Nèt anders (3)

Het indelen en namen geven aan het 'nèt anders zijn' is waardeloos als ik er een goede reden van m'n eigen onvermogen in zie. Maar zeer waardevol als het mij inzicht geeft in hoe ik kan handelen. Hierbij de derde placemat uit de Jan Hooiveld serie.

.

dinsdag 2 februari 2010

allemaal opvoeders

Wie voedt wie op?
Lag de nadruk van opvoeding eerst vooral binnen het gezin. Nu is er gedeelde verantwoordelijkheid tussen onder andere gezin, school, buurt, verenigingen.

Opvoeden zou niet langer alleen een verantwoordelijkheid van afzonderlijke gezinnen mogen zijn. Ouders hebben behoefte aan informele steun bij de opvoeding, en kinderen en jongeren hebben profijt van een positief opvoedklimaat in de wijk. We moeten het daarom weer gewoon gaan vinden om met elkaar over opvoeden te praten. Met z’n allen eraan deelnemen en voor elkaar klaar staan als het nodig is!

Dat kunnen we doen binnen formele en informele netwerken: in de buurt, rond de school of langs de zijlijn van het sportveld. Bijvoorbeeld door het organiseren van huiskameravonden, inloopochtenden, en straatspeeldagen. Of jongeren hun eigen speelveld in de buurt laten onderhouden. Dit perspectief noemen we de ‘pedagogische civil society’. Het Centrum voor Jeugd en Gezin is bij uitstek de partij die de versterking van die pedagogische civil society in gang kan zetten.

Project ‘Allemaal opvoeders’
De komende twee jaar verkennen twaalf gemeenten in pilots het terrein van de pedagogische civil society. Zij worden daarbij ondersteund door het Nederlands Jeugdinstituut en de Universiteit Utrecht. Doel van dit project is het versterken van de informele sociale steun rondom gezinnen, en specifiek te onderzoeken hoe dat kan via de Centra voor Jeugd en Gezin.


Bron: Nederlands Jeugdinstituut www.nji.nl

.

vrijdag 29 januari 2010

Bureaucratie voorkomen en toch een goede overdracht


Wanneer je op school veel zorgleerlingen hebt vraagt dat vaak ook een stevige administratie. Het maken en bijhouden van handelingsplannen is daar een voorbeeld van. Omdat handelingsplannen vaak ook stevige dossiers zijn, ga je als docent niet elke dag de plannen bekijken. Daar is de tijd niet voor. Zeker in het voortgezet onderwijs, waarbij een docent elk uur een nieuwe klas krijgt.
Hoe kun je dan toch zorgen voor een goede overdracht?
Het Teylingen College Duinzigt (Oegstgeest) heeft daar een praktische oplossing voor gevonden. Alle ‘tips’ / aandachtspunten van een klas zijn samengevat op één A4-tje. Elke docent heeft dan in één oogopslag concrete informatie bij de hand. Om de acht weken wordt het ‘groepsplan’ geactualiseerd en verspreid. Dat ene velletje maakt je dan weer alert.
Voorbeelden van individuele handelingstips op het groepsplan zijn: ‘biedt hulp bij concentratie’, ‘let op pestgedrag’, ‘geef positieve feedback’, ‘controleer huiswerk’, ‘geen aandacht geven op medisch gebied (!), ‘Mark zit niet naast Robin’, ‘Hans een kopie met EXTRA GROTE LETTERS vanwege dyslexie’, enzovoort….

Bron: Volkskrant 26 januari 2010 in het kader van de onderwijsagenda: “Hoe lossen we organisatorische rompslomp op?”

.

maandag 25 januari 2010

'Engageren to the max'

Ben jij, of ken jij ook zo'n leraar die de leerlingen bij binnenkomst allemaal met een 'boks' verwelkomt? Weet jij welke 'patta's' je moet dragen en welke muziek 'master' is?
Of staat jouw wereld ver af van die van de jongeren? Je hebt zeer duidelijke (strenge) grenzen zonder ruimte en je draagt gewoon nog je oude 'kloffie'.
Voor beide groepen hier hetzelfde filmpje. Om bij te leren, of om beter te begrijpen.




Zorg wel voor een gezonde verhouding tussen ENGAGEREN en POSITIONEREN
Onderwerp voor gesprek op jouw school?

.

maandag 18 januari 2010

Leraar 24

Leraar 24 heeft een schat aan video's die in 5 of 10 minuten iets interessants vertellen of laten zien over het onderwijs. Vaak docenten die iets moois ontdekt hebben en collega's willen inspireren. Hier Henno Oldenbeuving over 'omgaan met agressie op school'.
Wil je het filmpje zien? klik hier

.

dinsdag 12 januari 2010

Nèt anders (2)

Weer een placemat uit de serie van Jan Hooiveld. Hij beschrijft 4 type kinderen die net even anders zijn, en wat je kan doen om deze leerlingen erbij te houden en te kunnen onderwijzen. Als je tijdens een leerlingbespreking een collega (of jezelf) hoort zeggen 'hij heeft ADHD, dus daar kan ik verder ook niets aan doen' print dan deze placemats even uit....

.

maandag 11 januari 2010

Dank John

.

donderdag 7 januari 2010

TerWeijde in Culemborg

Ik woon in Culemborg.
Het was de afgelopen week weer raak met de onrust in de wijk TerWeijde. Veel aandacht in de landelijke en regionale pers, zowel op TV als in kranten. Iedereen heeft zijn eigen mening en analyse. En toch blijft de onrust (die er al jaren is) regelmatig terugkomen in gewelddadige incidenten, voorafgegaan door een onbenullige aanleiding.

Ik wil niet uitgebreid analyseren. Wel een uitweg zoeken naar een oplossing. Wat een klein deel van de jongeren doet aan gewelddadigheid en baldadigheid kan gewoon niet. Ik denk dan aan het in brand steken van auto’s, stenen door ruiten gooien, anderen aftuigen of intimideren. Op een zo direct mogelijke manier moet hier corrigerend tegen worden opgetreden.

Dat gedrag kunnen we zonder discussie gedragslastig noemen. Wanneer we wat preciezer kijken zien we dat dit om jongeren gaat die problemen hebben op het gebied van financiën, gezondheid, huisvesting, sociale omgeving of maatschappelijk functioneren. Vaak hebben deze jongeren de school verlaten zonder diploma en zonder perspectief.
Een deel van de oplossing kan zijn om deze jongeren weer echt te laten meedoen aan de samenleving. Het volgen van een passende opleiding,het hebben van werk en een sociaal netwerk dat een ‘tegenwicht’ voor ‘straatcultuur’ biedt, zijn ingrediënten.
Wanneer Terweijde van de voorpagina is verdwenen begint het echte werk. Met elkaar voor zorgen dat deze jongeren blijven meedoen, hun school afmaken, zinvol werk vinden.
Dit echte werk ligt binnen de gezinnen, op scholen en (sport-) verenigingen.

.

maandag 4 januari 2010

Ontmoetingskunst

"Ontmoeten is een kunst". Olivia Grebbeek en Evelien Krijl willen met hun T-shirt mensen uitnodigen tot een ontmoeting. Er zijn T-shirts met 10 verschillende teksten: - Iets vragen - Luisteren - Uiten van kwaadheid - Een praatje maken - Kritiek uiten - Kritiek krijgen - Kennis maken - Iets bepraten - Nee zeggen - Afscheid nemen -. Wie het kledingstuk met één van deze basisrecepten draagt, kan non-verbaal de eerste stap zetten tot een 'ongestoord' gesprek. Eens uitproberen met één van je leerlingen? Ga naar Amsterdam naar de tentoonstelling 'NIET NORMAAL' (over wat is normaal en wie bepaalt dat) in de Beurs van Berlage en koop de T-shirts in de tentoonstellingswinkel. NIET NORMAAL is te bezichtigen tot 8 maart.

.

woensdag 30 december 2009

Dramadriehoek

Als docent voer je nogal eens wat gesprekken.... met je leerlingen, met ouders, met collega’s. Soms ontsporen deze gesprekken plotseling. Er gebeurt iets waardoor je het gevoel krijgt dat je vast zit, je draait in kringetjes om elkaar heen. Je hoort jezelf anders reageren dan je had verwacht en het gesprek is niet meer constructief. Grote kans dat jullie de dramadriehoek zijn binnengetreden. Als er sprake is van een conflict of een gesprek ‘dat niet lekker loopt’, hanteren de gesprekspartners veelal vaste communicatiepatronen. Dergelijke patronen zijn te herleiden tot één van de drie posities uit de dramadriehoek:De aanklager schept er genoegen in anderen te pakken op hun zwakke plekken om daarmee de schuld bij anderen neer te leggen.

Het slachtoffer reageert vanuit de positie van waaruit iemand zich hulpeloos gedraagt, uit angst voor het nieuwe, uit angst om risico’s te nemen, om fouten te maken. Het slachtoffer kan op twee manieren slachtoffer zijn: op een zielige manier waardoor hij reddersgedrag uitlokt of op een irritante manier waardoor hij anderen uitlokt om hem aan te klagen (de aanklager).

De redder is de positie van waaruit iemand veelal ongevraagd zijn hulp aanbiedt. Hij maakt anderen door zijn hulp afhankelijk.

meer info>>

Manieren om uit de dramadriehoek te blijven

  1. Herken dat je in de dramadriehoek bent gestapt
  2. Spendeer geen tijd aan roddelen of “ tactisch, strategisch” gedrag, maar aan hetgeen je bereiken wil
  3. Als je het idee of het gevoel hebt dat je uitgenodigd wordt in de dramadriehoek:
    - geef dan een onverwachte reactie
    - ga na wat de ander echt wil en/of behoefte aan heeft
    - bedenk ‘ik ben oké en hij/zij is oké’ en geef dan een reactie
    - bedenk hoe zou je kunnen reageren vanuit de winnaarsdriehoek

.

donderdag 10 december 2009

Nèt anders (1)

In een reeks van 4 geeft Jan Hooiveld ons typeringen van kinderen die net iets anders zijn. Er zijn speciale medische diagnoses en termen voor, maar eigenlijk zijn gewoon 'tegendraads', 'druk', 'anders in contact' of 'verbaal vaardig maar slecht van begrip'. Woorden die oma ook begrijpt en waar ook zij met al haar ervaring weet hoe je het aan moet pakken. Hierbij de eerste placemat....spaar ze allemaal..

.

vrijdag 4 december 2009

'Daar had je me te pakken'

.

dinsdag 1 december 2009

De grenzeloze generatie en de eeuwige jeugd van hun opvoeders




'Nederlandse jeugd is de gelukkigste ter wereld', lezen we al een paar dagen in de kranten. Maar ......


Vandaag is het boek 'De grenzeloze generatie en de eeuwige jeugd van hun opvoeders' verschenen. Veel aandacht van de media natuurlijk.
Kern van het onderzoek, uitgevoerd door buro Motivaction, is dat steeds meer jongeren met problemen kampen die een leger hulpverleners niet onder controle krijgt.

Verschillen met eerdere generaties zijn (bron volkskrant 1 december):
- Jongeren houden er meer van naar zichzelf te kijken
- Meer jongeren vinden het acceptabel dat mensen af en toe geweld gebruiken
- Minder jongeren voelen zich betrokken bij politiek
- Minder jongeren proberen milieubewust te leven
- Meer jongeren vinden dat de vrouw vooral de rol van goede moeder en echtgenote moet vervullen (!)
- 'ik voel me gelukkig als ik geld kan uitgeven'

De grenzeloze generatie heeft de ambitie om een een urgent en complex vraagstuk inzichtelijk te maken en beoogt met praktische oplossingen steun te bieden aan ouders, leerkrachten en beleidsmakers, die zorgdragen voor de toekomst van onze jeugd.
Ik ga het lezen, en ben vooral benieuwd naar de praktische oplossingen.
Jullie ook?

ISBN 978 90 468 0674 6
288 blz. 16 x 23 cm
geïllustreerd
paperback € 19,95

.

maandag 30 november 2009

Schreeuwende ouder vraagt om ongewenst gedrag

25 november 2009
Een kind schreeuwend terechtwijzen of zwaar bekritiseren bij ongewenst gedrag kan ertoe leiden dat het uiteindelijk meer gaat liegen, spijbelen of stelen. Dat blijkt uit onderzoek van Amaranta de Haan van de Universiteit Utrecht onder 586 kinderen van 6 tot 16 jaar en hun ouders. Zij vulden in een periode van zes jaar driemaal een vragenlijst in.
Vooral kinderen die introvert, onwelwillend of niet-ordelijk zijn en kinderen met veel fantasie vertonen meer agressief en regeloverschrijdend gedrag wanneer hun ouders hen op een heftige manier aanspreken. De Haan adviseert ouders dan ook niet te schreeuwen tegen kinderen die voldoen aan deze persoonlijkheidskenmerken. De resultaten van het onderzoek verschijnen binnenkort in The Journal of Child Psychology and Psychiatry.

Bron: Universiteit Utrecht

.

maandag 23 november 2009

Straatcultuur binnen de muren van je school

Straatcultuur komt de school in. Je herkent het aan het volgende gedrag:

  • hij staat meteen op scherp,
  • hij geeft nooit toe,
  • hij pakt je op je zwakste punt,
  • je mag hem nooit aanraken

Frank van Strijen geeft mooie voorbeelden in zijn boek 'van de straat' hoe je deze jongeren kan bereiken, en hoe je, al zoekende, openingen kan vinden.
Wij snappen vanuit onze burgercultuur moeilijk dat op straat ‘eergevoel’ boven ‘eerlijkheid en transparantie’ gaat. Gezichtsverlies is het ergste wat je kan overkomen. Zo werkt dat. Nu je dit weet kan je er ook gebruik van maken: vraag de persoon die je meest verdenkt je te helpen de situatie op te lossen. Je doet daarmee een positief beroep op z'n eergevoel: 'de mobiel van Joshua is gestolen, jij hebt wel invloed op de jongens in de klas, het is voor mij niet zo belangrijk om te weten wie het gedaan heeft -we maken allemaal wel eens een vergissing-, kan jij er misschien voor zorgen dat ie morgen in een plastic tas op m'n bureau ligt'.

.

dinsdag 10 november 2009

VERJUFFING onderwijs slecht voor jongens


Het aantal mannelijke docenten neemt in rap tempo af. Nog geen vijfde van alle nieuwe pabostudenten is van het mannelijke geslacht. Daarvan haakt ook nog eens een gedeelte vroegtijdig af. Bovendien gaan er nu veel mannelijke leraren, de oude garde, met pensioen. Gevolg: scholen vrijwel geheel bestaande uit een vrouwelijk lerarenkorps. Staatssecretaris Van Bijsterveldt zegt het belangrijk te vinden mannen voor de klas te hebben, maar geeft aan dat de scholen daar zelf zorg voor dienen te dragen. Het Sectorbestuur Onderwijsarbeidsmarkt (SBO) luidt de noodklok en roept op tot actie.


De verjuffing van het onderwijs is een feit. Kijk maar eens op een willekeurige basisschool. Je moet de mannelijk leerkracht met een loep zoeken. Dolblij waren wij onlangs met de nieuwe leerkracht op school: een man. Eindelijk. Na jaren juffen en gesprekken over onze 'drukke jongen' eindelijk eens iemand, zo hopen we, die niet zo schrikt van concentratieproblemen. Niet zo onder de indruk is van de onrust in zijn jonge jongensbenen. Iemand die gewoon eens een balletje meetrapt en zijn stem verheft als het nodig is.

Woordvoerder Presley Bergen van de stichting Beter Onderwijs Nederland, zelf hbo-docent en vader van twee zonen, geeft de schuld aan het 'nieuwe leren': "In de lerarenopleiding wordt de nadruk gelegd op zelfontplooiing. Het is een knip en plakcultuur, waarin werkstukken en praatgroepen belangrijk zijn dan de inhoud. Reflecteren op jezelf is het hoofdvak. Meisjes zijn daar nu eenmaal beter in dan jongens. Die vinden het prima om in groepjes te praten, projecten te doen. Jongens willen afgerekend worden op de inhoud. Reken- en taalles worden niet meer voldoende gegeven. Daar moet meer tijd voor komen, in plaats van het geleuter over je eigen leerproces. Zoals de zaken er nu voor staan heeft het geen zin om campagne te voeren om meer jongens naar de pabo te krijgen, daarvoor moet je de opleiding eerst aantrekkelijk voor ze maken."

Lesgeven

"Het ergste is nog dat de meisjes die van die opleiding komen ook op dezelfde manier gaan lesgeven, waardoor jongens het slecht doen op school. Uit onderzoek bleek dat de verschillen tegen het einde van de basisschool nog niet zo zichtbaar zijn, al kunnen de fundamenten daar wel gelegd worden, maar dat jongens moeite hebben zich staande te houden op de middelbare school. Je hebt vwo-klassen waar geen jongen meer te vinden is."

Er is hoop. Zo richtten drie pabostudenten onlangs een jongensvereniging op: Meester. Want de pabo is geen vrouwenopleiding vinden zij. Op Paboweb vertelt één van de initiatiefnemers, Freek Siero, dat de organisatie op termijn hoopt dat de pabo beter aan kan sluiten bij de interesses van mannen. "Vrouwen zijn vaak meer gericht op de zorg voor leerlingen. Dat hoort er natuurlijk bij. Maar de pabo is geen opleiding tot pedagoog, maar tot leraar. Wij zijn meer geïnteresseerd hoe je een goede, leuke les geeft."

De Telegraaf, 02-11-2009

.