maandag 19 juli 2010

'Verveling is een bron voor creativiteit en zelfstandigheid'


Radio 1
7 juli 2010


De vakanties staan voor de deur of zijn net begonnen. Met ontwikkelingspsycholoog Steven Pont blikken we vooruit op die lange vakantie en wat dat met kinderen doet. Ze gaan zich vervelen. Maar wat blijkt: vervelen is het begin van alle creativiteit. In de rubriek 'Achter de voordeur' gaat het over de zin van verveling.
Verder heeft hij het over de combinatie jongens en hedendaags onderwijs.

Luister het interview hier

.

woensdag 30 juni 2010

Straatcultuur (2)

Jongeren, die voornamelijk in de straatcultuur opgroeien houden er vaak andere codes en mores op na, dan jongeren, die opgegroeid zijn in de burgercultuur.
Frank van Strijen heeft daar verhelderend en indringend over geschreven in zijn boek 'Van de Straat, De straatcultuur van de jongeren ontrafeld'
Dat gedrag wordt ook prachtig in beeld gebracht door de film Entre les Murs (zie post maandag 12 jan 2009)
Het boek geeft je ook goede handreikingen voor leerkrachten, hoewel het niet specifiek voor hen geschreven is.
Hieronder bewerken we een aantal tips van Frank van Strijen voor de klasse situatie.dank aan Johan

.

woensdag 9 juni 2010

'Mijn' autisme (Nathan Vogelzang)


Kleine handleiding voor docenten

Dini van Donselaar werkte samen met de Ambelt in Zwolle (www.ambelt.nl) aan het ontwikkelen van een betekenisvolle leeromgeving voor de afdeling jongeren Praktijkgericht onderwijs. Doel was jongeren meer verantwoordelijk te maken voor hun eigen leren en het onderwijs zodanig in te richten dat talenten meer zichtbaar worden.

Nathan Vogelzang schreef binnen het thema Wie ben ik? zijn levensverhaal. Het is een humoristisch boekje geworden met tips voor docenten. Het laat mooi zien dat jongeren veel te melden hebben wanneer het gaat om het verwoorden van hun onderwijsbehoefte.

Bestel hem hier

.

dinsdag 8 juni 2010

Sir Ken Robinson: Bring on the learning revolution!

Sir Ken Robinson is terug op TED met een inspirerend (vervolg) verhaal!



Kijk ook zijn inspirerende verhaal terug dat gepost is op 23 januari 2009 Do schools kill creativity?

.

maandag 7 juni 2010

Hoe word ik de beste jongensdocent? (6)



Na 5 weken zijn we aangekomen aan de laatste les in de serie 'Hoe word ik de best jongensdocent?' Sla de 5 voorgaande lessen er nog maar eens op na. Les zes is echter essentieel in je repertoire als vakman/vrouw.

Les zes: stap voor stap

Een Chinees gezegde leert ons: “zelfs een mars van duizend mijl begint met een eerste stap.” Wil je meer lol hebben in jongensgedrag begin dan met een stap per dag, of een stap per week. Sta morgen eens een minuut of tien stil bij een jongen. En kijk dan gewoon vanuit stilte met een open blik naar dit unieke menselijke exemplaar. Zonder er iets mee te moeten, zonder er iets aan te willen veranderen. Wie is deze leerling? Wat leeft er? Wat speelt er? Wat doet deze leerling jou? Waar raakt hij je? Adem dan nog eens een paar keer rustig door voordat je samen verder gaat.

Een lessenserie van John, Elsbeth en Henno

.

maandag 31 mei 2010

Hoe word ik de beste jongensdocent? (5)



Les 5: Een jongen moet gezien worden

Vallen en opstaan is dus een leermethode die bij de jongen past. Een methode waar zelfvertrouwen voor nodig is en misschien zelfs een gezonde hoeveelheid overmoed.
Wat een jongen hier in ieder geval voor nodig heeft is bevestiging. Op vroege, maar ook op latere leeftijd. Jongens hebben vaak meer bevestiging nodig dan je denkt en bovendien meer dan ze zelf zouden willen. En dat is direct een lastige paradox. Aan de ene kant hebben jongens sterke behoefte aan een ijkpunt: een persoon die vanuit een volwassen perspectief liefdevol eerlijk en oprecht aangeeft wat goed is, wat beter moet, wat ronduit slecht is, wat uitmuntend is.
En aan de andere kant wil als jongen gezien worden in wie je bent. In de kwaliteiten die in jou als persoon besloten liggen en waarvan je wilt horen dat die toch ruimschoots opwegen tegen je beperkingen of onhebbelijkheden.
Juist omdat het voor jongens zo moeilijk is om met deze verwarring om te gaan, is het belangrijk dat er mensen zijn die oprecht in ze geloven. Voor een jongen moeten er mensen zijn die hem zien zitten, die hem zien staan. Die blij zijn dat juist hij in hun klas zit en bij wie hij kan voelen dat hij helemaal goed is zoals hij is. Ook als hij niet zo goed stil kan zitten, soms brutaal is en grenzen zoekt.
Vraag eens aan je collega’s om hun favoriete jongensleerling in hun hoofd te nemen en zijn kwaliteiten. Vraag ze daarna of de jongen weet dat zij zo positief over hem denken.

Volgende week de laatste les. Les 6:stap voor stap

Een lessenserie van John, Elsbeth en Henno

.

donderdag 27 mei 2010

(Hoog)begaafdheid

Een vooroordeel of een feit?
Het is een vooroordeel, maar wel met een kern van waarheid: wanneer (hoog)begaafde kinderen niet voldoende uitgedaagd worden, zijn ze niet gemotiveerd om aan het werk te gaan. Een leerling die al lang het hele verhaal kent (en er misschien nog wel meer van weet dan de docent....) zal niet luisteren naar het verhaal en gaat naar buiten kijken, vervelend doen, kortom lastig gedrag vertonen. Vermoed je dan een (hoog)begaafde leerling?
Meer feiten en fabels: doe het vooroordelenspel over (hoog)begaafdheid.
Wat is (hoog)begaafdheid eigenlijk? (Hoog)begaafden hebben een goed verstand maar vaak ook een speciale manier van denken. Ze denken in grotere sprongen dan andere leerlingen. Ze zijn creatiever in het bedenken van oplossingen en ze tonen een groter doorzettingsvermogen. Professor F. Mönks van de Universiteit Nijmegen heeft het weergegeven in het model hiernaast. De cirkels hebben te maken met je persoonlijke eigenschappen. De punten van de driehoek met de invloed van de omgeving.
Suzanne Sjoers specialist in werken met (hoog)begaafde leerlingen: ‘je bent niet (hoog)begaafd, dat moet je worden. Deze leerlingen zijn geen probleem, maar kunnen dat wel worden. School speelt een belangrijke rol bij de motivatie om goede prestaties neer te zetten. Je kan ze motiveren door uitdagende, creatieve en open opdrachten’. Daarom is de bol ‘motivatie’ hier groter getekend dan in het oorspronkelijk model van Mönks.

.

maandag 24 mei 2010

Hoe word ik de beste jongensdocent? (4)



Les 4: Reflecteren gaat niet vanzelf

Kijken en doen gaat jongens makkelijk af. Jongens leren door te ondernemen en door te ontdekken; met vallen en met opstaan. Maar leren gaat nog sneller als je ook reflecteert. Wat ging er in goed en waarom ging dat goed? Wat dacht ik toen ik die fout maakte en wat had ik anders moeten doen? Voor meisjes is ‘iets voelen’ en er over willen praten veel vanzelfsprekender dan voor jongens. Bij jongens komt de reflectie vaak pas later, of niet. Met het gevaar dat ze hardleers lijken.
Help je de jongens niet met reflecteren, dan is de kans groot dat ze weinig leren van fouten, of van zaken die goed gingen. Voor jou als docent ligt hier wat jongens betreft dus een schone taak. Help ze nadenken over wat mis gaat en over wat goed gaat. Bouw momenten in waarop ze met elkaar oefeningen of handelingen bespreken, bijvoorbeeld met behulp van feedbackformulieren. Zoek voor jou en voor ‘je jongens’ een geschikte methode. Confronteer op momenten dat het nodig is en durf terug te komen op zaken die je niet bevielen.

Ons schoolsysteem speelt zich nog steeds voor een belangrijk deel af rond het thema 'hoeveel fouten heb je gemaakt'? Op school, maar ook in onze samenleving, gaat veel aandacht, tijd en energie zitten in 'wat fout gaat'. Maar je helpt de jongen juist door niet alleen op fouten te concentreren. Bouw ook positieve stimuli in, spreek de jongen aan op zijn kwaliteiten; geef complimentjes, goedkeuring, privileges of tastbare beloningen. Als je er alert bent op bent dat je ‘negatieve’ feedback afwisselt met benadrukken en bespreken van goed gedrag dan zou je zomaar snel effect kunnen zien.

Volgende week les 5: Een jongen moet gezien worden

Een lessenserie van John, Elsbeth en Henno

.

woensdag 19 mei 2010

Het belang van goed ruzie maken

Een puber heeft 2 wezenlijke behoeftes: zich veilig weten en zijn eigen keuzes maken. De spanning tussen deze 2 behoeftes zorgt voor meningsverschillen en conflicten. Niets mis mee…een goed moment om ze aan te gaan, en er (beide) van te leren.Hoe kan je nu het beste omgaan met conflicten? Bedenk dat jij als volwassene als eerste aan zet bent. Er zijn vervolgens geen wondermiddelen, maar de volgende strategie geeft de meeste kansen:
  1. Geef de jongere de gelegenheid om zijn gevoelens en perspectief te uiten. Onderbreek het verhaal niet, moedig hem aan in de ik-vorm te spreken. Blijf luisteren, ook al ben je het er niet mee eens
  2. Check of je alles goed begrepen hebt door een samenvatting te geven
  3. Leg jouw gevoelens en perspectief uit
  4. Trek dan de conclusie ‘we hebben een verschil van mening over…’
  5. Brainstorm samen over een oplossingen, laat de jongere als eerste komen
  6. Zijn er geen overeenkomsten dan is het probleem op dat moment niet oplosbaar (maak afspraak voor later), zijn er wel overeenkomsten maak dan een plannetje waarin je duidelijk afspreekt wat je van elkaar verwacht
  7. Spreek een later tijdstip af, hoe kort ook, om samen na te gaan of het heeft gewerkt


Dit en andere wetenswaardigheden waar je als opvoeder veel plezier van kan hebben in het boek Opvoedingscanon. Je kan ook een test doen hoe het staat met je kennis over ontwikkeling van kinderen en opvoeden. Wel veel vragen over baby’s en peuters… maar ook wat doordenkers over pubers.

.

woensdag 12 mei 2010

Theater als middel

'Er komt wat op je af als je leerling bent'. Hieronder een prachtige manier hoe je de leerlingen kan helpen zich door de jungle, die school heet, te bewegen. En als je het dan ook nog zó kan uitbeelden als René Koenegras dan zitten de leerlingen op het puntje van hun stoel. Kijkend naar en spelend in hun eigen leven. Met overal mogelijkheden om het eens anders aan te pakken.

.

maandag 10 mei 2010

Hoe word ik de beste jongensdocent? (3)



Les 3: Ze zijn levendig en niet alleen maar druk

Jongens zijn levendig. Bewegelijk. Energiek. Ze hebben, meer dan meisjes, beweging nodig om zich te ontwikkelen. Ze moeten iets met dat lijf van ze. Wist je dat het biologisch gezien onmogelijk is voor een jongen van 13 om twee uur stil te zitten?

Als je de levendigheid negatief labelt in ‘druk zijn’ en je dit gedrag continu alleen maar probeert in te dammen, kan de positieve energie die ze hebben voor jongens omslaan in het tegenovergestelde: een uitgebluste houding. In afhaken, afwezigheid. In de les is het dus voor jou als docent een behoorlijke klus om te balanceren tussen een te levendige of chaotische groep en een stel ongeconcentreerde lamlendelingen.

Wellicht kan het je helpen om je te realiseren dat de vitaliteit van de jongen nodig is en helpt het om hier met respect naar te kijken. Maar doe dit niet zonder respect voor je eigen grenzen. Grenzen aangeven blijft hier belangrijk. Misschien vaker en langer dan je lief is. Maar wederzijds respect moet je een heel eind brengen. En hier en daar wat chaos in de les, kan wellicht ook tot hele mooie resultaten leiden.

Volgende week les 4: Reflecteren gaat niet vanzelf

Een lessenserie van John, Elsbeth en Henno

.

maandag 3 mei 2010

Hoe word ik de beste jongensdocent? (2)



Les 2: Grenzen opzoeken is gezond. Grenzen geven een noodzaak

Je zou maar een klas hebben vol volgzame leerlingen. Nooit een grote mond, geen onverwacht gedrag. Muziek in je oren, of dodelijk saai? In ieder geval niet realistisch. Pubers, en vooral jongens, hebben het nodig om grenzen te zoeken. Dat is één van hun manieren van leren en verder te komen. Je neerleggen bij grenzen zou stilstand betekenen.

Krijg je een brutale opmerking naar je hoofd, bedenk dan dat dit een poging is tot groter groeien. Het zegt niets over jou als docent, maar het zegt iets over de jongen die zoekende is. Een zoektocht naar grenzen, waarmee jij hem kunt helpen. De grote mond vraagt dus om een correctie, een grens. Die je daarna, wellicht met een glimlach in gedachte, ferm en duidelijk kunt geven.

Volgende week les 3: Ze zijn levendig en niet alleen maar druk

Een lessenserie van John, Elsbeth en Henno

.

maandag 26 april 2010

Hoe word ik de beste jongensdocent? (1)



Vraag aan een willekeurige honderd docenten hun meest lastige leerling in hun hoofd te nemen. Onze ervaring leert dat dan minstens 95 van de docenten aan een jongen denkt. Jongens en het onderwijs. Het lijkt tegenwoordig een steeds lastigere combinatie. Waar het aan ligt? Zijn de jongens moeilijker geworden? Kunnen we moeilijker met ze omgaan? In dit artikel geven we géén analyse van het hoe en waarom van jongensgedrag. Dat jongens blijkbaar vaker als lastig worden ervaren is een feit. In dit artikel gaan we op zoek naar hoe we terug kunnen keren naar lol hebben in jongensgedrag. Hoe kun jij als docent weer genieten van de ettertjes uit je klas? Hoe zorg je ervoor dat je glimlacht om hun onbeholpen gedrag en onhandigheden. Hoe word jij de beste jongensdocent?


Les 1: Een jongen wordt nooit een meisje
Meisjes hebben een paar eigenschappen die in ons schoolsysteem behoorlijk handig zijn. Ze kunnen relatief goed stil zitten. Ze kunnen al op redelijk jonge leeftijd reflecteren op hun eigen gedrag en ze zijn verbaal handig. Dat komt ons als docenten best goed uit. Jongens daarentegen zijn op deze drie vlakken net iets onhandiger. Daar kunnen ze niets aan doen. Dat heeft de natuur zo geregeld. En dat is voor hun zelf net zo lastig als voor de docent die met ze moet werken. Je zou bijvoorbeeld maar langer dan een half uur moeten stilzitten terwijl er net een testosteronboost door je lijf jaagt. Ga d’r maar aan staan.
Accepteren dat de jongens in de klas zich dus anders gedragen dan de meisjes is een start van een betere jongensdocent zijn. Laten we van de jongens geen meisjes proberen te maken. Dat scheelt een heleboel strijd en evenzoveel energie.

(Volgende week les 2: Grenzen opzoeken is gezond. Grenzen geven een noodzaak

Een lessenserie van: John, Elsbeth en Henno

.

woensdag 21 april 2010

500 comazuipers in ziekenhuis

.

vrijdag 16 april 2010

Straatcultuur

Jongeren, die in de (pré)puberteit voornamelijk opgroeien en socialiseren op straat, hebben een stuk minder kans om succesvol te participeren in onze mainstream maatschappij. Ze leren van alles op straat, maar dat zijn veelal geen zaken waar je later een baan mee krijgt of waarmee je straks een winstgevende (legale) zaak opzet. Docenten kunnen het verschil maken en hen in deze periode weer terugbrengen of terugverleiden, de burgercultuur in.
We hebben nogal snel de neiging om straatcultuur te dichten aan een bepaalde cultuur: ‘het komt door de Marokkaanse cultuur, daar leven ze vrijwel altijd op straat’. Naast dat dit niet waar blijkt, brengt het ook weinig oplossingen. Om de eerste stap te zetten naar een aanpak is het belangrijk om gedrag goed te duiden. Onderstaande dia’s kunnen jullie helpen. Bespreek op de volgende leerling-bespreking eens die leerling waarvan je denkt dat de straat weleens meer invloed op hem/haar heeft dan de school.

.

vrijdag 9 april 2010

Week van autisme (2)

Even in de huid kruipen van een autistische jongen? David Barth (11 jaar oud) was eergister bij Pauw & Witteman om uit te leggen wat het betekent om het syndroom van Asperger (een vorm van autisme) te hebben.

Beter dan op tv lukt het hem om dit beeld te schetsen, samen met z’n moeder, al tekenend in het (strip)boek ‘Wat is er toch met Kobus?’ van uitgeverij FortMedia. Het is een prachtig vormgegeven boek, je leest het in een uur uit en heeft zeer humoristische sketches. Als je ze herkent, weet je ook veel beter wat wel en niet te doen als er morgen weer een leerling met Asperger of autistische trekken voor je staat. Een fragment uit het boek:

.

donderdag 8 april 2010

Week van autisme (1)

“Het lijkt wel of er steeds meer PDD-Nossers en Aspergers komen”. Waarschijnlijk is het zo dat steeds meer jongeren gediagnosticeerd worden als zijnde ‘autistisch’ en waren ze er altijd al…en zaten ze gewoon bij je in de klas. Of zal het toch een evolutionair voordeel hebben om iets autistisch te zijn in deze snelle maatschappij?

REC Oost-Nederland ontwikkelde de volgende poster in het omgaan met leerlingen die, in onze ogen, soms wat vreemd contact maken.
De autismeposter voor docenten is te bestellen voor €3,-. Je kan er ook een poster bestellen van de sterke kanten van autisme zelf.

.

donderdag 1 april 2010

Blijf er niet mee zitten

Gelukkig reageerden de meeste bezoekers van ons blog met ‘ik voel me steeds uitgedaagd’ op de vraag wat knaplastige leerlingen met jou doen. Maar daar vlak achteraan komt ‘ik twijfel aan mijn eigen functioneren’(24%) en ‘ik verlies het plezier in lesgeven’ (22%). Dat zijn hele eerlijke antwoorden, leerlingen zitten soms echt ‘op je huid’. Het belangrijkste advies dat we je kunnen geven is: ‘blijf er niet mee zitten’. Deze lastige leerlingen maken duidelijk dat het nodig is om in het onderwijs de switch te maken van solospelers naar teamplayers. We kunnen en hoeven het niet alleen. Dus ‘kom uit de kast’ en vraag vandaag nog 2 of 3 collega’s om je te helpen met die lastige leerling of die lastige klas. Vraag ze om jou een half uur te helpen dmv de onderstaande methode. Deze methode heeft z’n maximale effect als je je strak aan de 4 stappen houdt en ‘m in de juiste volgorde afloopt.
Hoe vaker je hem doet, hoe sneller en effectiever deze methode wordt. Gewoon blijven oefenen en aanscherpen…

.

dinsdag 30 maart 2010

Les 1. Ken uw kinderen


.

vrijdag 26 maart 2010

Nèt anders (4)

Leerlingen indelen in allerlei categorieën en classificaties wekt nogal eens de reactie op 'dan kan ik er ook niets aan doen'. Jan Hooiveld geeft een aantal handvatten om juist wél te handelen. Hieronder zijn laatste placemat in de serie van 4.

.

vrijdag 19 maart 2010

Lastige klas

Elk jaar is er zo’n klas waar het maar niet lijkt te lukken. Je wordt al chagrijnig als je aan de klas denkt, je ziet ze liever komen dan gaan en, grote kans, dat ze je laten twijfelen over je eigen kunnen als docent. De klas is al vaak besproken tijdens de rapportvergadering ..ook collega’s krijgen er geen grip op. Dit stelt je dan in ieder geval gerust: ‘ik ben niet de enige’…..
Tijd om achter de oren te krabben. Deze situatie is voor docenten noch leerlingen goed. Bedenk dat die leerlingen het hele jaar dag-in-dag-uit in zo’n ‘rotklas’ zitten. Er zijn mogelijkheden die werken: geen klas is sterker dan een team.Meer info over deze wetmatigheden in de aanpak.
De aanpak betekent dat je met het hele docententeam van deze klas aan de slag gaat, geen docent uitgezonderd:
STAP 1: een zeer gestructureerde bijeenkomst met alle docenten waarin je een analyse maakt, mogelijke oplossingen op tafel legt en vervolgens een strategie uitstippelt.
STAP 2: gesprek met de klas waar je de aanpak neerlegt, de leerlingen hun aandeel in de verbetering aangeven, en de klas een beloning bedenkt die gegeven wordt op het moment dat de klas zich positief keert.
STAP 3: elke docent waarbij het nog niet loopt zoals hij/zij wenst pleegt met 2 of 3 docenten van dezelfde klas een (korte) intervisie.
STAP 4: een docentenbijeenkomst na 2 weken waarbij je evalueert en bijstelt.
STAP 5: een docentenbijeenkomst na 6 weken waarbij je bespreekt wat deze aanpak betekent voor de school en de volgende keer dat zoiets gebeurt.
STAP 6: de beloning voor de klas.

Meer info over de aanpak: Dolf Hautvast

.

donderdag 4 maart 2010

De vulkaan en de gifkikker

Je kan 2 soorten agressie onderscheiden.
1. Frustratieagressie
Een leerling gebruikt verbaal geweld als direct en veelal impulsief gevolg op een voor hem frustrerende gebeurtenis: hij wordt gepest, hij heeft net een onvoldoende gekregen of heeft thuis iets naars meegemaakt enz.

2. Instrumentele agressie
Een leerling gebruikt kwaadheid, schelden, pesten, dreiging of andere vormen van geweld opzettelijk, meestal om een bepaald doel of effect te bereiken. De leerling wil dan de macht overnemen of de leerkracht (of anderen) bewust bang maken, zodat hij gaat toegeven, bv: een hoger cijfer of dat hij er toch niet wordt verwijderd.

Hieronder een aantal filmpjes en opdrachten om dit te verhelderen. En om te onderzoeken welk gedrag effectief is bij welk type agressie. Bedenk bij het kijken naar de eerste 2 filmpjes dat de docent aan het begin het gesprek tussen de meiden onderling NIET hoort.


  • Op welk moment zou jij ingegrepen hebben en met welke reactie?
  • Op welk effect reken je bij de leerling?

Kijk nu naar onderstaand filmpje. Stop precies bij 1.01 seconden

  • Wat zou een de-escalerende reactie van de leerkracht kunnen zijn?



Bekijk nu het hele bovenstaande filmpje:

  • Hoe de-escaleert de leerkracht verder?
  • Wat zie je als effect op de leerlingen?

In de klas komt het nog al eens voor dat leerlingen aanvankelijk gefrustreerd zijn (over een onvoldoende bv). Als je dan begrip toont, en probeert te achterhalen wat de aanleiding is, is de kans groter de leerling ‘bekoelt’. Dit doe je vooral door goede vragen te stellen, dat de-escaleert. Je op- of aanmerkingen kunnen ook tot escalatie leiden: er komt nog meer agressie omhoog. Je gooit dan olie-op-het-vuur, omdat je bv de leerling te brutaal vindt. Sommige leerlingen proberen dan de macht over te nemen: ze worden opzettelijk verbaal agressief. Dan wordt het instrumentele agressie. Op school komt dat nog al eens voor bij leerkrachten met veel ordeproblemen.
Daarover gaat het volgende filmpje. Bekijk ‘m maar STOP na 26 seconden. Wat zou jij nu zeggen als reactie op de leerling? Wat zou het effect van de leerling kunnen zijn op jouw reactie?



Bekijk het filmpje nog een keer, nu helemaal. Wat zie je gebeuren als reactie op de leerkracht? Wie is ten slotte de baas? Hoe zie je dat?

Bekijk het volgende filmpje. Let goed op de reactie van de leerkracht na de eerste halve minuut.

  • Vergelijk deze reactie van de leerkracht met die van jou na filmpje 1.
  • Wat zijn overeenkomsten en verschillen?
  • Wat leer je over je eigen gedragsgewoontes bij agressief gedrag van leerlingen?



Met frustratieagressie ga je dus anders om dan met instrumentele agressie.

met dank aan Johan Hamstra

.

vrijdag 19 februari 2010

Verloren wijsheid (over moraliteit)

Een briljant verhaal van Barry Schwartz over onze verloren wijsheid. Iets om over na te denken tijdens de vakantie.

Tip: Neem er de tijd voor!

Onder het filmpje kan je het laten ondertitelen.
Bekijk hem hier op groot scherm.
Fijne vakantie!
met dank aan Alice

.

donderdag 18 februari 2010

Minister André Rouvoet opent online opvoeddebat


Minister André Rouvoet (Jeugd en Gezin) heeft vanmiddag het online opvoeddebat geopend. Hij deed dat door in het Museum van Communicatie in Den Haag als eerste te reageren op de stelling ‘Pubers hebben tot hun 25e steun en sturing nodig’.
De minister reageerde daarop met: ‘Opvoeders hebben meer invloed op het gedrag van pubers dan dat ze zelf denken. Ook geven jongeren zelf aan behoefte te hebben aan steun en sturing’.
Het online debat maakt deel uit van het opvoeddebat, dat Rouvoet vorig jaar in gang gezet heeft. Met het opvoeddebat hoopt de minister voor Jeugd en Gezin opvoeding bespreekbaar te maken, onder meer door ouders en andere opvoeders rondom een aantal thema’s naar hun mening te vragen. Uit de tientallen opvoeddebatten die overal in het land zijn gehouden, blijkt dat veel opvoeders behoefte hebben om ervaringen over de opvoeding uit wisselen met elkaar en professionals.
In het online debat, dat via www.opvoeddebat.nl tot oktober gevoerd zal worden, kunnen opvoeders, professionals en publiek reageren op stellingen over thema’s als: op voeding van pubers, opvoeden in de buurt, vaders en opvoeding en school en opvoeding.

.

woensdag 17 februari 2010

Het 5-staat-tot-1 principe

Straffen kan effectief zijn om tot gedragsverandering te komen. Maar dan wél als daar ook positieve bekrachtigingen tegenover staan. Dan wordt een straf pas effectief. Elke keer als er een grens gesteld wordt stel je daar minstens 5 complimentjes tegenover. Dit blijkt uit onderzoek van Forgatch (2004). Dit 5-staat-tot-1-principe blijkt te gelden bij kinderen, adolescenten, maar ook bij ons als volwassenen.

.

dinsdag 16 februari 2010

Rapport Onderwijsraad: gedragsproblemen


De onderwijsraad heeft 15 februari het rapport 'de school en leerlingen met gedragproblemen' gepubliceerd. Er is ook een samenvatting beschikbaar.


De laatste jaren is er toenemende aandacht voor kinderen en jongeren met gedragsproblemen, variërend van ADHD tot autistische en psychosociale stoornissen. Die aandacht kan niet altijd omgezet worden in actie wanneer tijd en geld ontbreken.

Het rapport geeft op hoofdlijnen drie adviezen:
1. Wees nuchter (laat diagnose aan deskundige over) en werk preventief (verander omgeving waar die negatief invloed heeft op gedrag)
2. Steun scholen in het omgaan met gedragsproblemen in structuur, zorgsysteem en scholing van docenten
3. Breng de actoren rond de school in stelling. Activeer de verantwoordelijkheid van ouders waar dit nodig is, zorg voor een professionele relatie met centra voor jeugd en gezin, schakel scholen voor speciaal onderwijs in als het gaat om specialistische kennis, en gedragsproblemen zouden in het kerncurriculum van lerarenopleiding moeten komen.

Noemenswaardig is verder dat er gestreefd wordt naar een Academische Werkgemeenschap Gedragsproblemen en Onderwijs. Kennis over methodieken en handleidingen voor de aanpak van gedragsproblemen wordt daar gebundeld en toegankelijk gemaakt.
In de werkgemeenschap werken wetenschappers, opleiders en mensen uit de praktijk (regulier en speciaal onderwijs) samen.

Meer informatie (rapport, samenvatting, minisymposium en pers op) de site van de onderwijsraad

.

maandag 8 februari 2010

Nèt anders (3)

Het indelen en namen geven aan het 'nèt anders zijn' is waardeloos als ik er een goede reden van m'n eigen onvermogen in zie. Maar zeer waardevol als het mij inzicht geeft in hoe ik kan handelen. Hierbij de derde placemat uit de Jan Hooiveld serie.

.

dinsdag 2 februari 2010

allemaal opvoeders

Wie voedt wie op?
Lag de nadruk van opvoeding eerst vooral binnen het gezin. Nu is er gedeelde verantwoordelijkheid tussen onder andere gezin, school, buurt, verenigingen.

Opvoeden zou niet langer alleen een verantwoordelijkheid van afzonderlijke gezinnen mogen zijn. Ouders hebben behoefte aan informele steun bij de opvoeding, en kinderen en jongeren hebben profijt van een positief opvoedklimaat in de wijk. We moeten het daarom weer gewoon gaan vinden om met elkaar over opvoeden te praten. Met z’n allen eraan deelnemen en voor elkaar klaar staan als het nodig is!

Dat kunnen we doen binnen formele en informele netwerken: in de buurt, rond de school of langs de zijlijn van het sportveld. Bijvoorbeeld door het organiseren van huiskameravonden, inloopochtenden, en straatspeeldagen. Of jongeren hun eigen speelveld in de buurt laten onderhouden. Dit perspectief noemen we de ‘pedagogische civil society’. Het Centrum voor Jeugd en Gezin is bij uitstek de partij die de versterking van die pedagogische civil society in gang kan zetten.

Project ‘Allemaal opvoeders’
De komende twee jaar verkennen twaalf gemeenten in pilots het terrein van de pedagogische civil society. Zij worden daarbij ondersteund door het Nederlands Jeugdinstituut en de Universiteit Utrecht. Doel van dit project is het versterken van de informele sociale steun rondom gezinnen, en specifiek te onderzoeken hoe dat kan via de Centra voor Jeugd en Gezin.


Bron: Nederlands Jeugdinstituut www.nji.nl

.

vrijdag 29 januari 2010

Bureaucratie voorkomen en toch een goede overdracht


Wanneer je op school veel zorgleerlingen hebt vraagt dat vaak ook een stevige administratie. Het maken en bijhouden van handelingsplannen is daar een voorbeeld van. Omdat handelingsplannen vaak ook stevige dossiers zijn, ga je als docent niet elke dag de plannen bekijken. Daar is de tijd niet voor. Zeker in het voortgezet onderwijs, waarbij een docent elk uur een nieuwe klas krijgt.
Hoe kun je dan toch zorgen voor een goede overdracht?
Het Teylingen College Duinzigt (Oegstgeest) heeft daar een praktische oplossing voor gevonden. Alle ‘tips’ / aandachtspunten van een klas zijn samengevat op één A4-tje. Elke docent heeft dan in één oogopslag concrete informatie bij de hand. Om de acht weken wordt het ‘groepsplan’ geactualiseerd en verspreid. Dat ene velletje maakt je dan weer alert.
Voorbeelden van individuele handelingstips op het groepsplan zijn: ‘biedt hulp bij concentratie’, ‘let op pestgedrag’, ‘geef positieve feedback’, ‘controleer huiswerk’, ‘geen aandacht geven op medisch gebied (!), ‘Mark zit niet naast Robin’, ‘Hans een kopie met EXTRA GROTE LETTERS vanwege dyslexie’, enzovoort….

Bron: Volkskrant 26 januari 2010 in het kader van de onderwijsagenda: “Hoe lossen we organisatorische rompslomp op?”

.

maandag 25 januari 2010

'Engageren to the max'

Ben jij, of ken jij ook zo'n leraar die de leerlingen bij binnenkomst allemaal met een 'boks' verwelkomt? Weet jij welke 'patta's' je moet dragen en welke muziek 'master' is?
Of staat jouw wereld ver af van die van de jongeren? Je hebt zeer duidelijke (strenge) grenzen zonder ruimte en je draagt gewoon nog je oude 'kloffie'.
Voor beide groepen hier hetzelfde filmpje. Om bij te leren, of om beter te begrijpen.




Zorg wel voor een gezonde verhouding tussen ENGAGEREN en POSITIONEREN
Onderwerp voor gesprek op jouw school?

.