donderdag 30 september 2010

Groepsvorming 4: Performing (presteren)

Deel 4 in het 5-luik groepsvorming: na forming (oriëntatie), norming (normeren) en storming (presenteren), nu de performing-fase. In deze fase kan je met de leerlingen full-swing vooruit. Als de vorige fases goed zijn verlopen is de werksfeer positief. Als je ‘een lekker werkende groep’ hebt hieronder weer een dia uit het boek Handboek Positieve Groepsvorming.
Als je in deze fase merkt dat het niet loopt met een groep (een aantal leerlingen manifesteren zich negatief, de rest volgt de codes van hen, de klas is als los zand) wacht dan niet te lang en start het traject ‘de lastige klas’ waarin je als docententeam samen met de klas het proces weer vlot trekt: “geen klas is sterker dan een team”.

.

dinsdag 28 september 2010

'Talent is iets waar anderen je op moeten wijzen'

Een mooi diep interview met Luk Dewulf over talent, autenticiteit en talentontwikkeling




Luuk Dewulf: 'Veel kinderen hebben talenten die niet aansluiten bij het onderwijs'

.

maandag 27 september 2010

Omgaan met moeilijk gedrag (ecologisch pedagogisch perspectief)


Interview met Peter Truijens, werkzaam bij het Seminarium voor Orthopedagogiek, spreekt liever over gedragsmoeilijke leerlingen, dan over probleemgedrag. Bij het zoeken naar oplossingen spelen omgevingsfactoren volgens hem een hoofdrol.

Gedrag in de klas is afhankelijk van verschillende factoren. Bij probleemgedrag wordt vaak eerst gekeken naar de leerling zelf: heeft die een gedragsstoornis of –aandoening? Benader je gedrag echter vanuit ecologisch pedagogisch perspectief, dan kijk je niet alleen naar de leerling zelf, maar ook naar alle andere (omgevings)factoren die het moeilijke gedrag mogelijk beïnvloeden.

Gedragsmoeilijk
“Heb je het over gedragsproblemen, of ‘probleemgedrag’, dan trek je het gedrag gelijk in de negatieve sfeer,” legt Peter Truijens, coördinator van het Expertisecentrum Gedrag van het Seminarium voor Orthopedagogiek, Hogeschool Utrecht uit. “Je legt bijna automatisch de schuld voor het gedrag bij de leerling. Maar gedragsproblemen hebben te maken met opvoeding, slechte vriendjes, onbegrip. Allerlei omgevingsfactoren dus. En ja, de aanleg van de leerling speelt ook een rol. Probleemgedrag kun je in principe veranderen. We hebben het dan ook liever over gedragsmoeilijke leerlingen.”


Lees hier het hele interview

Auteur:Cecile Bolwerk
11-5-2010

.

zaterdag 25 september 2010

Later! Conferentie 13 oktober



Hoe denken jongeren over later? Huisman of carrièrevrouw? De discussie over de rol-, werk- en taakverdeling in het gezin is actueler dan ooit. Iedereen denkt te weten hoe de keuzes gemaakt moeten worden en wat goed voor jongeren is. Opleiding, ouders en werkgevers, allemaal factoren die - bewust en onbewust - deze lastige keuzes voor de huidige generatie jongeren beïnvloeden.

Op 13 oktober organiseert APS in samenwerking met NJR hierover de conferentie ‘Later!’ Per pijler (onderwijs, opvoeders, arbeidsmarkt) wordt een mix van wetenschappers, praktijktheoretici en professionals uitgenodigd, met ieder hun eigen expertise en invalshoek. Deelnemers krijgen tijdens de conferentie de kans om zowel binnen als buiten hun pijler het debat aan te gaan en hun kennis en ervaring te delen.

Ben je geïnteresseerd in het onderwerp en wil je meedenken? APS en NJR nodigen je uit erbij te zijn op 13 oktober. Klik hier voor meer informatie over de conferentie en hoe je je kunt aanmelden. Deelname is kosteloos. Er zijn al 80 deelnemers, dus wees er snel bij!

.

vrijdag 24 september 2010

Heeft de hij-instromer de toekomst?

Pabo ‘mannenklas’ moet meer meesters voor het bord brengen


Pabo Hogeschool Rotterdam gaat zich inzetten om meer mannen voor de klas te krijgen. Onder het motto ‘meer meesters voor de klas’ heeft Pabo Hogeschool Rotterdam in samenwerking met het RVKO dit studiejaar voor het eerst studenten geworven voor een speciale ‘mannenklas’.
Met een percentage van slechts 14% blijft het aantal mannelijke studenten op de Pabo ver achter bij het aantal vrouwelijke. Hierin willen beide partijen verandering brengen. De ‘mannenklas’ moet de instroom van mannelijke studenten bevorderen en zo voor meer diversiteit in het basisonderwijs zorgen.

Lees hier verder

.

woensdag 22 september 2010

Wel of geen potentie?


Vraag: Wat is het potentieel van een eikel?

.

dinsdag 14 september 2010

Het Speelveld


met dank aan Frits Prior

.

zaterdag 11 september 2010

Op orde en tucht rust een stevig taboe (verschil tussen D en NL)


Duitsland 2010.
Op kleine afstand kunnen de ideeën over opvoeding soms radicaal verschillen. Daar debatteren opvoedkundigen fel over het thema discipline.

Op een paar scholen is het weer ingevoerd. Het begroetingsritueel. Opstaan, handen op de rug, borst naar voren, en dan in koor: „Goedemorgen, meneer de leraar!” De een noemt het een terugkeer naar de nazitijd, de ander ziet het als een uitweg uit de opvoedingscrisis. Want dat in Duitsland opvoeders het spoor bijster zijn, daar lijkt iedereen het over eens.

Ouders, leerkrachten, pedagogen, ze weten niet meer hoe het moet: opvoeden. En zo kan het gebeuren dat in die algehele onzekerheid een boek met het simpelst denkbare recept een bestseller wordt, omarmd door overspannen ouders, overwerkte leraren en overvraagde opvoedkundigen. ’Lof der discipline’ heet het boek, geschreven door Bernhard Bueb.

Lees hier verder

Trouw, 12 AUGUSTUS 2010 Antoine Verbij

.

dinsdag 7 september 2010

Opvoeden knaplastig

.

maandag 6 september 2010

Groepsvorming 3: Storming (presenteren)

Tijdens je eerste paar lessen zijn er vaak nog niet zoveel leerlingen die je echt lastig vindt. Er wordt nog veel de-kat-uit-de-boom gekeken…als je als leraar érgens invloed hebt om gedragsproblemen láter te voorkomen dan is het wel in de eerste weken. Daarom in een 5-luik de 5 fases van groepsvorming en hoe je tot een positief klimaat kan komen. We hebben er nu 2 gehad: de forming (oriëntatie), met meteen er achteraan de norming (normeren). Nu is de klas klaar om groepjes te formeren (wie hoort bij wie?) en de onvermijdelijke rangorde te bepalen. Jij als leraar kan ze helpen om de grond waarop ze dat doen goed onderbouwd is, nml dat ze goed weten wie de ander is en wat ze aan elkaar hebben. Hieronder weer een dia uit het boek Handboek Positieve Groepsvorming van Maya Bakker en Ivo Myland.

.

donderdag 2 september 2010

Selffulfilling prophecy

Vorm je een beeld van de kinderen hieronder … in welke 2 groepen zou je ze indelen?Grote kans dat je de namen Kimberley, Wesley, Kevin en Destiny associeert met een lagere sociale klasse (‘dom’) en Olivier, Sophie, Maxim en Alexander met slim en sociaal. Jij bent niet de enige. De Duitse pedagoge Astrid Kaiser ontdekte dat dit bij de meeste docenten zo werkt. Het vervelende van dit mechanisme is dat je als docent de eerste groep ook onbewust minder aandacht geeft. En dat de leerlingen in de gaten krijgen dat ze voor ‘dom’ wordt aangezien en zich vervolgens ook dom gaan gedragen.
Dat blijkt wel uit het volgende Indiase verhaal: een groep kinderen van 11-12 jaar gingen puzzels oplossen. De kinderen wisten van elkaar niet uit welke kaste ze kwamen. De kinderen uit verschillende kasten scoorden gelijk. Nadat de kinderen elkaar hadden verteld waar ze vandaan kwamen en wat hun kaste was, deden ze weer puzzels. De kinderen uit de lage kasten scoorden prompt een stuk slechter…
Leerlingen hebben dus de neiging zich stereotiep te gedragen…dus als jij denkt dat een leerling lastig is, hij waarschijnlijk ook lastig wordt..…..

Met dank aan Suzanne die de Pers van 20 augustus goed las

.

maandag 30 augustus 2010

Groepsvorming 2: Norming (normeren)

Direct na de eerste fase van forming (oriëntatie) komt de ‘norming’ (normeren). Als je aan deze fase geen aandacht besteedt heb je grote kans dat je groep direct na fase 1 in fase 3 ‘storming’ (presenteren) terechtkomt. Dat betekent dat leerlingen zonder enige begeleiding, uitgangspunten en regels zelf de rangorde vormen… van baasjes, meelopers tot aan de pispalen.
Dit is je kans om de omgang met elkaar te bepalen. Hieronder weer een dia uit de reeks van 5 uit het boek Handboek Positieve Groepsvorming van Maya Bakker en Ivo Myland.

.

zondag 29 augustus 2010

'The Nothingbox'

Verschil tussen mannen en vrouwen. Moeten we hier wat mee in het onderwijs?

.

donderdag 26 augustus 2010

Groepsvorming 1: Forming (oriëntatie)

De zomervakantie is (voor een deel van het land) weer voorbij…nieuwe klassen worden gevormd...een gouden moment om goede groepen te creëren. Goede groepen zorgen straks voor een stuk minder lastige leerlingen. Op de post van vorig jaar zijn we ingegaan op de 5 fases: forming, norming, storming, performing en termination.
Maya Bakker legt op Leraar24 de fases van groepsvorming uit en welke acties van jou als docent of mentor daarin belangrijk zijn.Wil je het filmpje zien? Klik hier.

Voor diegene die veel meer over achtergronden van groepsvorming, en handvaten hoe die positief te beïnvloeden, willen weten: lees het Handboek Positieve Groepsvorming van haar en Ivo Mijland. Uit dit boek geven we jullie de komende weken, in een serie van 5, informatie over elke fase en een bijbehorende oefening die je kan doen om het groepsproces te bevorderen.

.

woensdag 25 augustus 2010

arme Papa en Mama



bron: Volkskrant 25 augustus 2010

.

maandag 23 augustus 2010

verschil God en docent

Dit wordt een beetje een zure column aan het begin van het schooljaar..maar wel eentje met een glimlach aan het eind. Aanleiding is de vakantievraag over de mogelijke oorzaak van het lastige gedrag van je aller-lastigste kind van het afgelopen schooljaar. Niet veel lezers hadden zin om in hun vakantie met deze vraag bezig te zijn. Dit lijkt me een goed teken. Diegene die er wel over nagedacht hebben (9 in totaal) antwoordden ‘door de gezinssituatie’ of ‘door het kind zelf’. Dit wijkt niet veel af van een veel groter Amerikaans onderzoek van Ysseldijke, Algozinne en Thurlow (2000), waaruit blijkt dat leraren de oorzaak van gedragsproblemen in de klas voor 81% toeschrijven aan de gezinsomstandigheden, voor 14% aan de kinderen zelf, voor 4% aan de school en slechts voor 1% aan hun eigen functioneren en de eigen deskundigheid.
Even nog los van ‘de waarheid’ (wat die ook moge wezen) werkt deze manier van kijken van ons docenten niet echt mee: als je het probleem buiten jezelf (of de school) legt kan je veel moeilijker deel uitmaken van de oplossing…
Ik kan me nog een leerling in mijn klas herinneren die al alle psychologen van de stad had afgelopen en ik me daardoor gevrijwaard voelde van inspanningen om het bij mij wél te laten lukken. Ik had wel mooie verhalen overigens in de docentenkamer, thuis en op feestjes. Leuk, maar nu schaam ik me ervoor…ik hoop dat het goed met haar gaat.
Dus we denken dat dat lastige gedrag door van alles komt maar niet door onszelf…keep dreaming!…uit een ander (Oostenrijks) onderzoek van Krumm & Weiss blijkt dat 1/3 van het lastige gedrag van leerlingen wordt uitgelokt door de docent: verkeerde humor, sarcasme, onterechte beoordelingen, oneerlijke behandeling, vooroordelen, je niet aan afspraken houden ed. We kennen dit gedrag van docenten wel, maar dan vooral bij anderen.
Ik wens ons veel spiegels het komende schooljaar. En denk dan meteen aan de volgende Oostenrijkse vraag (wellicht ook geldig in Nederland):Antwoord: ‘Gott weiß alles, der Lehrer weiß alles besser'

.

maandag 19 juli 2010

'Verveling is een bron voor creativiteit en zelfstandigheid'


Radio 1
7 juli 2010


De vakanties staan voor de deur of zijn net begonnen. Met ontwikkelingspsycholoog Steven Pont blikken we vooruit op die lange vakantie en wat dat met kinderen doet. Ze gaan zich vervelen. Maar wat blijkt: vervelen is het begin van alle creativiteit. In de rubriek 'Achter de voordeur' gaat het over de zin van verveling.
Verder heeft hij het over de combinatie jongens en hedendaags onderwijs.

Luister het interview hier

.

woensdag 30 juni 2010

Straatcultuur (2)

Jongeren, die voornamelijk in de straatcultuur opgroeien houden er vaak andere codes en mores op na, dan jongeren, die opgegroeid zijn in de burgercultuur.
Frank van Strijen heeft daar verhelderend en indringend over geschreven in zijn boek 'Van de Straat, De straatcultuur van de jongeren ontrafeld'
Dat gedrag wordt ook prachtig in beeld gebracht door de film Entre les Murs (zie post maandag 12 jan 2009)
Het boek geeft je ook goede handreikingen voor leerkrachten, hoewel het niet specifiek voor hen geschreven is.
Hieronder bewerken we een aantal tips van Frank van Strijen voor de klasse situatie.dank aan Johan

.

woensdag 9 juni 2010

'Mijn' autisme (Nathan Vogelzang)


Kleine handleiding voor docenten

Dini van Donselaar werkte samen met de Ambelt in Zwolle (www.ambelt.nl) aan het ontwikkelen van een betekenisvolle leeromgeving voor de afdeling jongeren Praktijkgericht onderwijs. Doel was jongeren meer verantwoordelijk te maken voor hun eigen leren en het onderwijs zodanig in te richten dat talenten meer zichtbaar worden.

Nathan Vogelzang schreef binnen het thema Wie ben ik? zijn levensverhaal. Het is een humoristisch boekje geworden met tips voor docenten. Het laat mooi zien dat jongeren veel te melden hebben wanneer het gaat om het verwoorden van hun onderwijsbehoefte.

Bestel hem hier

.

dinsdag 8 juni 2010

Sir Ken Robinson: Bring on the learning revolution!

Sir Ken Robinson is terug op TED met een inspirerend (vervolg) verhaal!



Kijk ook zijn inspirerende verhaal terug dat gepost is op 23 januari 2009 Do schools kill creativity?

.

maandag 7 juni 2010

Hoe word ik de beste jongensdocent? (6)



Na 5 weken zijn we aangekomen aan de laatste les in de serie 'Hoe word ik de best jongensdocent?' Sla de 5 voorgaande lessen er nog maar eens op na. Les zes is echter essentieel in je repertoire als vakman/vrouw.

Les zes: stap voor stap

Een Chinees gezegde leert ons: “zelfs een mars van duizend mijl begint met een eerste stap.” Wil je meer lol hebben in jongensgedrag begin dan met een stap per dag, of een stap per week. Sta morgen eens een minuut of tien stil bij een jongen. En kijk dan gewoon vanuit stilte met een open blik naar dit unieke menselijke exemplaar. Zonder er iets mee te moeten, zonder er iets aan te willen veranderen. Wie is deze leerling? Wat leeft er? Wat speelt er? Wat doet deze leerling jou? Waar raakt hij je? Adem dan nog eens een paar keer rustig door voordat je samen verder gaat.

Een lessenserie van John, Elsbeth en Henno

.

maandag 31 mei 2010

Hoe word ik de beste jongensdocent? (5)



Les 5: Een jongen moet gezien worden

Vallen en opstaan is dus een leermethode die bij de jongen past. Een methode waar zelfvertrouwen voor nodig is en misschien zelfs een gezonde hoeveelheid overmoed.
Wat een jongen hier in ieder geval voor nodig heeft is bevestiging. Op vroege, maar ook op latere leeftijd. Jongens hebben vaak meer bevestiging nodig dan je denkt en bovendien meer dan ze zelf zouden willen. En dat is direct een lastige paradox. Aan de ene kant hebben jongens sterke behoefte aan een ijkpunt: een persoon die vanuit een volwassen perspectief liefdevol eerlijk en oprecht aangeeft wat goed is, wat beter moet, wat ronduit slecht is, wat uitmuntend is.
En aan de andere kant wil als jongen gezien worden in wie je bent. In de kwaliteiten die in jou als persoon besloten liggen en waarvan je wilt horen dat die toch ruimschoots opwegen tegen je beperkingen of onhebbelijkheden.
Juist omdat het voor jongens zo moeilijk is om met deze verwarring om te gaan, is het belangrijk dat er mensen zijn die oprecht in ze geloven. Voor een jongen moeten er mensen zijn die hem zien zitten, die hem zien staan. Die blij zijn dat juist hij in hun klas zit en bij wie hij kan voelen dat hij helemaal goed is zoals hij is. Ook als hij niet zo goed stil kan zitten, soms brutaal is en grenzen zoekt.
Vraag eens aan je collega’s om hun favoriete jongensleerling in hun hoofd te nemen en zijn kwaliteiten. Vraag ze daarna of de jongen weet dat zij zo positief over hem denken.

Volgende week de laatste les. Les 6:stap voor stap

Een lessenserie van John, Elsbeth en Henno

.

donderdag 27 mei 2010

(Hoog)begaafdheid

Een vooroordeel of een feit?
Het is een vooroordeel, maar wel met een kern van waarheid: wanneer (hoog)begaafde kinderen niet voldoende uitgedaagd worden, zijn ze niet gemotiveerd om aan het werk te gaan. Een leerling die al lang het hele verhaal kent (en er misschien nog wel meer van weet dan de docent....) zal niet luisteren naar het verhaal en gaat naar buiten kijken, vervelend doen, kortom lastig gedrag vertonen. Vermoed je dan een (hoog)begaafde leerling?
Meer feiten en fabels: doe het vooroordelenspel over (hoog)begaafdheid.
Wat is (hoog)begaafdheid eigenlijk? (Hoog)begaafden hebben een goed verstand maar vaak ook een speciale manier van denken. Ze denken in grotere sprongen dan andere leerlingen. Ze zijn creatiever in het bedenken van oplossingen en ze tonen een groter doorzettingsvermogen. Professor F. Mönks van de Universiteit Nijmegen heeft het weergegeven in het model hiernaast. De cirkels hebben te maken met je persoonlijke eigenschappen. De punten van de driehoek met de invloed van de omgeving.
Suzanne Sjoers specialist in werken met (hoog)begaafde leerlingen: ‘je bent niet (hoog)begaafd, dat moet je worden. Deze leerlingen zijn geen probleem, maar kunnen dat wel worden. School speelt een belangrijke rol bij de motivatie om goede prestaties neer te zetten. Je kan ze motiveren door uitdagende, creatieve en open opdrachten’. Daarom is de bol ‘motivatie’ hier groter getekend dan in het oorspronkelijk model van Mönks.

.

maandag 24 mei 2010

Hoe word ik de beste jongensdocent? (4)



Les 4: Reflecteren gaat niet vanzelf

Kijken en doen gaat jongens makkelijk af. Jongens leren door te ondernemen en door te ontdekken; met vallen en met opstaan. Maar leren gaat nog sneller als je ook reflecteert. Wat ging er in goed en waarom ging dat goed? Wat dacht ik toen ik die fout maakte en wat had ik anders moeten doen? Voor meisjes is ‘iets voelen’ en er over willen praten veel vanzelfsprekender dan voor jongens. Bij jongens komt de reflectie vaak pas later, of niet. Met het gevaar dat ze hardleers lijken.
Help je de jongens niet met reflecteren, dan is de kans groot dat ze weinig leren van fouten, of van zaken die goed gingen. Voor jou als docent ligt hier wat jongens betreft dus een schone taak. Help ze nadenken over wat mis gaat en over wat goed gaat. Bouw momenten in waarop ze met elkaar oefeningen of handelingen bespreken, bijvoorbeeld met behulp van feedbackformulieren. Zoek voor jou en voor ‘je jongens’ een geschikte methode. Confronteer op momenten dat het nodig is en durf terug te komen op zaken die je niet bevielen.

Ons schoolsysteem speelt zich nog steeds voor een belangrijk deel af rond het thema 'hoeveel fouten heb je gemaakt'? Op school, maar ook in onze samenleving, gaat veel aandacht, tijd en energie zitten in 'wat fout gaat'. Maar je helpt de jongen juist door niet alleen op fouten te concentreren. Bouw ook positieve stimuli in, spreek de jongen aan op zijn kwaliteiten; geef complimentjes, goedkeuring, privileges of tastbare beloningen. Als je er alert bent op bent dat je ‘negatieve’ feedback afwisselt met benadrukken en bespreken van goed gedrag dan zou je zomaar snel effect kunnen zien.

Volgende week les 5: Een jongen moet gezien worden

Een lessenserie van John, Elsbeth en Henno

.

woensdag 19 mei 2010

Het belang van goed ruzie maken

Een puber heeft 2 wezenlijke behoeftes: zich veilig weten en zijn eigen keuzes maken. De spanning tussen deze 2 behoeftes zorgt voor meningsverschillen en conflicten. Niets mis mee…een goed moment om ze aan te gaan, en er (beide) van te leren.Hoe kan je nu het beste omgaan met conflicten? Bedenk dat jij als volwassene als eerste aan zet bent. Er zijn vervolgens geen wondermiddelen, maar de volgende strategie geeft de meeste kansen:
  1. Geef de jongere de gelegenheid om zijn gevoelens en perspectief te uiten. Onderbreek het verhaal niet, moedig hem aan in de ik-vorm te spreken. Blijf luisteren, ook al ben je het er niet mee eens
  2. Check of je alles goed begrepen hebt door een samenvatting te geven
  3. Leg jouw gevoelens en perspectief uit
  4. Trek dan de conclusie ‘we hebben een verschil van mening over…’
  5. Brainstorm samen over een oplossingen, laat de jongere als eerste komen
  6. Zijn er geen overeenkomsten dan is het probleem op dat moment niet oplosbaar (maak afspraak voor later), zijn er wel overeenkomsten maak dan een plannetje waarin je duidelijk afspreekt wat je van elkaar verwacht
  7. Spreek een later tijdstip af, hoe kort ook, om samen na te gaan of het heeft gewerkt


Dit en andere wetenswaardigheden waar je als opvoeder veel plezier van kan hebben in het boek Opvoedingscanon. Je kan ook een test doen hoe het staat met je kennis over ontwikkeling van kinderen en opvoeden. Wel veel vragen over baby’s en peuters… maar ook wat doordenkers over pubers.

.

woensdag 12 mei 2010

Theater als middel

'Er komt wat op je af als je leerling bent'. Hieronder een prachtige manier hoe je de leerlingen kan helpen zich door de jungle, die school heet, te bewegen. En als je het dan ook nog zó kan uitbeelden als René Koenegras dan zitten de leerlingen op het puntje van hun stoel. Kijkend naar en spelend in hun eigen leven. Met overal mogelijkheden om het eens anders aan te pakken.

.

maandag 10 mei 2010

Hoe word ik de beste jongensdocent? (3)



Les 3: Ze zijn levendig en niet alleen maar druk

Jongens zijn levendig. Bewegelijk. Energiek. Ze hebben, meer dan meisjes, beweging nodig om zich te ontwikkelen. Ze moeten iets met dat lijf van ze. Wist je dat het biologisch gezien onmogelijk is voor een jongen van 13 om twee uur stil te zitten?

Als je de levendigheid negatief labelt in ‘druk zijn’ en je dit gedrag continu alleen maar probeert in te dammen, kan de positieve energie die ze hebben voor jongens omslaan in het tegenovergestelde: een uitgebluste houding. In afhaken, afwezigheid. In de les is het dus voor jou als docent een behoorlijke klus om te balanceren tussen een te levendige of chaotische groep en een stel ongeconcentreerde lamlendelingen.

Wellicht kan het je helpen om je te realiseren dat de vitaliteit van de jongen nodig is en helpt het om hier met respect naar te kijken. Maar doe dit niet zonder respect voor je eigen grenzen. Grenzen aangeven blijft hier belangrijk. Misschien vaker en langer dan je lief is. Maar wederzijds respect moet je een heel eind brengen. En hier en daar wat chaos in de les, kan wellicht ook tot hele mooie resultaten leiden.

Volgende week les 4: Reflecteren gaat niet vanzelf

Een lessenserie van John, Elsbeth en Henno

.

maandag 3 mei 2010

Hoe word ik de beste jongensdocent? (2)



Les 2: Grenzen opzoeken is gezond. Grenzen geven een noodzaak

Je zou maar een klas hebben vol volgzame leerlingen. Nooit een grote mond, geen onverwacht gedrag. Muziek in je oren, of dodelijk saai? In ieder geval niet realistisch. Pubers, en vooral jongens, hebben het nodig om grenzen te zoeken. Dat is één van hun manieren van leren en verder te komen. Je neerleggen bij grenzen zou stilstand betekenen.

Krijg je een brutale opmerking naar je hoofd, bedenk dan dat dit een poging is tot groter groeien. Het zegt niets over jou als docent, maar het zegt iets over de jongen die zoekende is. Een zoektocht naar grenzen, waarmee jij hem kunt helpen. De grote mond vraagt dus om een correctie, een grens. Die je daarna, wellicht met een glimlach in gedachte, ferm en duidelijk kunt geven.

Volgende week les 3: Ze zijn levendig en niet alleen maar druk

Een lessenserie van John, Elsbeth en Henno

.

maandag 26 april 2010

Hoe word ik de beste jongensdocent? (1)



Vraag aan een willekeurige honderd docenten hun meest lastige leerling in hun hoofd te nemen. Onze ervaring leert dat dan minstens 95 van de docenten aan een jongen denkt. Jongens en het onderwijs. Het lijkt tegenwoordig een steeds lastigere combinatie. Waar het aan ligt? Zijn de jongens moeilijker geworden? Kunnen we moeilijker met ze omgaan? In dit artikel geven we géén analyse van het hoe en waarom van jongensgedrag. Dat jongens blijkbaar vaker als lastig worden ervaren is een feit. In dit artikel gaan we op zoek naar hoe we terug kunnen keren naar lol hebben in jongensgedrag. Hoe kun jij als docent weer genieten van de ettertjes uit je klas? Hoe zorg je ervoor dat je glimlacht om hun onbeholpen gedrag en onhandigheden. Hoe word jij de beste jongensdocent?


Les 1: Een jongen wordt nooit een meisje
Meisjes hebben een paar eigenschappen die in ons schoolsysteem behoorlijk handig zijn. Ze kunnen relatief goed stil zitten. Ze kunnen al op redelijk jonge leeftijd reflecteren op hun eigen gedrag en ze zijn verbaal handig. Dat komt ons als docenten best goed uit. Jongens daarentegen zijn op deze drie vlakken net iets onhandiger. Daar kunnen ze niets aan doen. Dat heeft de natuur zo geregeld. En dat is voor hun zelf net zo lastig als voor de docent die met ze moet werken. Je zou bijvoorbeeld maar langer dan een half uur moeten stilzitten terwijl er net een testosteronboost door je lijf jaagt. Ga d’r maar aan staan.
Accepteren dat de jongens in de klas zich dus anders gedragen dan de meisjes is een start van een betere jongensdocent zijn. Laten we van de jongens geen meisjes proberen te maken. Dat scheelt een heleboel strijd en evenzoveel energie.

(Volgende week les 2: Grenzen opzoeken is gezond. Grenzen geven een noodzaak

Een lessenserie van: John, Elsbeth en Henno

.

woensdag 21 april 2010

500 comazuipers in ziekenhuis

.