zondag 25 oktober 2009

Vraag niet om gedrag, organiseer het!

.

dinsdag 20 oktober 2009

Provoceren

Voor docenten met humor en relativeringsvermogen is het boek Provocerende Leerlingbegeleiding van Jan Ruigrok een must. Hoe kan je je humor, je lichtheid en je provocatieve manier van doen inzetten om een leerling op z'n eigen benen te laten staan? Je kan op 2 manieren provoceren: je kan de ander ermee afbranden of de ander ermee opstoken. Dit boek gaat over het tweede. Je brengt de leerling in verwarring, zet ‘m op het verkeerde been, zodat hij gedwongen wordt over zichzelf na te denken.
Leerling: “ik kan dit niet
Docent: “ik denk dat je gelijk hebt, volgens mij moet je erg slim zijn om dit te kunnen
Het boek fileert de techniek van provoceren en geeft prachtige voorbeelden waarin je de spanning voelt opkomen. En zeker weten dat je de favoriete conciërge van de leerlingen erin herkent!!
NRC.Next schreef er een mooi artikel over.

.

woensdag 14 oktober 2009
















Hij is nieuwsgierig naar de richting
van de wind, het afval bij de vuilnisbakken,
de blues, hij heeft plectrums, stukken
kwarts, een kompas, vuursteen en adressen
van ballonvaarders in zijn zakken.

Hij kent de Wadden, drijft op vlotten,
leidt kampen en maakt zonnewijzers,
vindt de begraven potten en hij
kan eenzaam lezen.

Hij heeft voor alles tijd,
kan niet slapen van nieuwsgierigheid
en komt tussen de vakanties langs
om te vertellen van vreemde breuken,
het nodige delen, het begrip verzameling;
op zijn gitaar laat hij horen
hoe een driekwartsmaat verschilt
van andere maten.

En hun verbazing over dit bestaan
- zij gaan naar school als gaan zij emigreren –
wil wegens hem niet overgaan:
van wat hij leeft willen ze
als voor het eerst geestdriftig
leven leren.

Ed leeflang

.

vrijdag 9 oktober 2009

Door de bomen het bos
















Over grenzen en regels in het onderwijs,


Niets nieuws...Het is belangrijk dat grenzen duidelijk zijn. En dan kan het gaan om collectieve grenzen van een school, grenzen binnen een gezin, of zelfs persoonlijke grenzen. Ze werken pas als ze duidelijk zijn. Dat lijkt makkelijker bij persoonlijke grenzen dan bij collectieve grenzen. Want een persoonlijke grens hoeft maar duidelijk te zijn bij 1 persoon (alhoewel het wel heel makkelijk zou zijn als deze begrepen zouden worden door de omstanders). Maar zelfs persoonlijke grenzen zijn niet altijd duidelijk. Wie kent het niet? Wie heeft het niet meegemaakt? Dat je iets aan het doen bent wat eigenlijk niet bij je past. Of dat je een gesprek voert dat eigenlijk te ver voor je gaat? Hoe vaak per dag ga jij eigenlijk over je persoonlijke grens? Ik vind het in ieder geval knaplastig om altijd te handelen naar mijn gevoel, naar mijn eigen grens.
En eigen grenzen aangeven is iets wat bij professionals in het onderwijs wordt gezien als onderdeel van hun vak. Als iets “wat er gewoon bijhoort”. Maar het is natuurlijk meer dan dat. Het is onderdeel van het leven. En misschien wel het moeilijkste onderdeel.

Persoonlijke en collectieve grenzen. Ze moeten niet alleen duidelijk zijn, ze moeten ook leven. Leven betekent dat iedereen ze kent en begrijpt waar ze toe dienen.
Als persoonlijke grenzen al lastig zijn, dan is het niet verbazingwekkend dat het bij collectieve grenzen ook nog wel eens mis gaat. Op scholen bijvoorbeeld. Collectieve grenzen leven lang niet altijd op scholen. Hoeveel protocollen liggen er op scholen niet onder een laag stof in de kast, zonder dat de professionals weten van het bestaan? Hoe vaak wordt er niet oeverloos gediscussieerd over wel of geen petjes in de klas?
Bovendien kan in dit soort gevallen je persoonlijke grens ook nog eens in strijd zijn met de collectieve.
Op zo’n moment moeten grenzen bijgesteld worden, dan wel je persoonlijk, dan wel de gezamenlijk. Zodat ze weer gaan leven voor jezelf als docent.
En bijstellen kan alleen als je het er met elkaar over hebt. Als de grenzen voor iedereen op zijn minst duidelijk zijn, maar ook acceptabel en werkbaar. En.....als je doorpakt op de gemaakte afspraken. Want dan pas gaan de grenzen werken en leven bij de leerlingen!

Er zijn veel regels. Proberen we in deze tijd eigenlijk niet te veel te vangen in regels?
De laatste trend in het onderwijs is het protocol voor kinderen met gescheiden ouders. Zo krijgen de scholen een protocol in de kast over ‘hoe om te gaan met kinderen waarvan de ouders gaan scheiden’.
Natuurlijk gaat het uiteindelijk om het welbevinden van de leerling. Maar het gevaar dreigt het protocol een papieren tijger wordt en dat de leerling er helemaal niets van voelt.

De Franse filosoof Michel de Montaigne ergerde zich vierhonderd jaar geleden al aan de overvloed van zeer gedetailleerde leefregels en wetten. Hij wist toen al dat het leven zich niet in regels liet vatten. Hij bedacht dat er eigenlijk maar een paar regels nodig zijn:
Regels die niet onderhandelbaar zijn:

1. RESPECT
Ik accepteer anderen zoals ze zijn.
2. NIET OVER DE STREEP
Ik maak als dat nodig is anderen duidelijk waar ik de streep trek en ik respecteer de grenzen die anderen stellen.
3. ZONDER GEWELD
Ik los mijn onenigheden en ruzies op zonder geweld te gebruiken en vraag zo nodig iemand om geweldloos te bemiddelen.
4. AANSPREEKBAAR
Ik ben aanspreekbaar op mijn gedrag: ik accepteer dat anderen me erop wijzen dat ik over de streep ga en ik probeer mijn gedrag dan te herstellen.

Deze 4 simpel lijkende regels gaan allemaal over contact met de ander. Maar ze kunnen alleen werken als je je eigen grenzen aanvoelt, accepteert en aangeeft. Dus dat is een voorwaarde.

De 4 regels van Motaigne vormen de grondwet van sociale veiligheid. Veel van wat nu in protocollen en andere regels beschreven staat, kun je terugvoeren op de vragen:
• Was het naar de ander toe respectvol?
• Was het voor de ander ‘over de streep’ en hoe werd je dat duidelijk gemaakt?
• Was de ‘oplossing’ voor de ruzie ‘geweldloos’ en heeft de ander dat ook zo ervaren?
• Was je aanspreekbaar op je gedrag en waaruit bleek dat?

Om regels en grenzen duidelijk en levendig te maken en houden is het belangrijk om ze te bespreken en af en toe eens opnieuw te bekijken.

Henno Oldenbeuving


Opdrachten voor in de school
1. Vergelijk je school- of je klassenregels met de vier regels hierboven.
2. Welke regels vormen bij jou de ‘grondwet’ en welke zijn misschien overbodig gedetailleerd?
3. Probeer samen met je leerlingen enkele grondregels af te spreken: die gelden altijd, daarover discussiëren we niet.
4. Breng in gesprekken over gedrag die regels altijd ter sprake en laat de leerling het eigen gedrag daaraan toetsen.

.

donderdag 8 oktober 2009

Suezkade

"Liefde op school" is het thema in het boek van Suezkade van Jan Siebelink. Marc Cordesius (leraar) en het Marokkaanse meisje Najoua (leerling) sluiten een vriendschap op basis van een zielsverwantschap, die het gevoel van "bezitten" te boven gaat. Beiden zoeken ze elkaars gezelschap zonder enige seksuele bedoeling.
Het is prachtig dat deze vriendschap mogelijk is op een gymnasium (in Den Haag!!), een school met een behoorlijk negatieve cultuur: een hoop geroddel, rapportvergaderingen vol clichés, vastgespijkerde machtsverhoudingen en veel stiekemigheid. Helaas gaat Marc uiteindelijk aan zichzelf en de school ten onder.
Geheime liefdes tussen collega's is een bron van ergernis en jaloezie en een dankbaar onderwerp voor eindeloze gesprekken, zoals ik dat vroeger op mijn eigen school ook heb meegemaakt. Ik heb het idee dat een school niet een erg gunstig klimaat heeft voor onbekommerde liefdesaffaires. Slechts één keer is het me gebeurd dat een leerling bij mij in de auto stapte en ronduit zei: "Oh wat leuk dat ik mee mag rijden want ik ben al een hele tijd verliefd op u". Het is nooit iets geworden!!

Onderwijsmensen zullen ongetwijfeld heel veel herkennen in Suezkade. Ondanks het wat theatrale eind een genot om te lezen.

Een oud-docent

.

zondag 4 oktober 2009

Meidenvenijn

Ken je ze in je klas: een meidengroep waar één populair meisje alle andere meiden in de tang heeft? Ze doet het heel subtiel, ze oogt charmant, en tegelijkertijd zet ze iets heel desastreus in gang. Rosalind Wiseman ontrafelt in het boek ‘Queen Bees and Wannabes' de hiërarchie in dergelijke meidengroepjes. Zij analyseert de pesterijen, het geroddel en de gevolgen ervan voor de reputatie van meiden. Het populairste meisje bepaalt wat er gebeurt. Zij heeft volgelingen, boodschappers en spionnen. De groep kiest altijd een slachtoffer en er zijn altijd leerlingen die toekijken en niets doen.

Haar boek is in ‘Mean Girls’ op een Hollywoodachtige manier verfilmd. Een impressie wat de meiden elkaar aandoen:


Op de site van ‘straks voor de klas’ staan enkele tips hoe met deze meiden om te gaan, en vooral ook, hoe te voorkomen dat dergelijke meidengroepen ontstaan. Op de site van PPSI staan cursussen en lesmateriaal over dit thema.

.