maandag 4 april 2011

Mijmeringen -2-

Hij komt rustig binnen, oogt zelfverzekerd. Hij is meestal de eerste. Hij is het niet maar straalt een hoge mate van gevierd zijn uit. Een gebroken wit jack met nepbontkraag, een onverschillige blik. Alles onder controle, behalve zijn spullen. Meneer, mag ik even naar mijn kluisje, is een gevleugelde vraag geworden. Nee, een gevleugeld antwoord. Al weer toont de keizer der pubers zich dan even onthutst. Maar hij schakelt snel, hij heeft een vraag, een inhoudelijke vraag, het zal niet de laatste zijn. Hij is ge├»nteresseerd en onvermoeibaar met vragen. “Meneer, ik heb de heetste Spaanse peper die er bestaat gegeten, welke stof zit daarin?” Of ik dat weet. Vond je het lekker, is een gevaarlijke vraag. Wat ze allemaal in zo een groep wel of niet lekker vinden kan tot een eindeloze kakofonie leiden. Varkensvlees heeft hij nog nooit gegeten, hij weet niet hoe het smaakt, geeft hij toe. Hij is open en ontwapend, vertelt honderd uit, maar chaos is troef. “Meneer, meneer” ligt op zijn lippen bestorven. Keizer is weer even kind geworden.
Hij pakt zijn spullen, wel een boek en een pen, geen schrift. Was vol vorige keer, dat is al weken zo. Hij heeft wel weer een vraag, ze wellen vanzelf bij hem op, een onuitputtelijke bron, als het water was, had nooit iemand meer dorst, maar het zijn vragen, die lessen niet, zoals antwoorden zijn vraaghonger niet stillen.
“Meneer, ik zag het op tv, ze losten een stof op in water en konden er toen op lopen, welke stof is dat, ze wankelden wel, maar een paar stappen gingen goed, welke stof is dat?” Of ik dat weet. Een trucje van Jezus of Mohammed, hij lacht, hij heeft gevoel voor humor. Hij slist een beetje, dat heeft zo zijn charme.
Hij moet aan het werk, maar hij heeft een vraag. Tijdens de uitleg had hij steeds weer een vraag, zijdelings over de leerstof, hij associeert ongelofelijk. Hij kijkt veel tv, niet naar de slechtste programma’s, feiten, feiten, feiten, weten, weten, weten, showen, showen, showen, kan zo leraar worden. Zonder een antwoord kan hij niet leven, laat staan werken, maar een antwoord leidt tot een volgende vraag. Een duivels dilemma.


Hein Bruijnesteijn, docent scheikunde

.

Geen opmerkingen: