woensdag 30 december 2009

Dramadriehoek

Als docent voer je nogal eens wat gesprekken.... met je leerlingen, met ouders, met collega’s. Soms ontsporen deze gesprekken plotseling. Er gebeurt iets waardoor je het gevoel krijgt dat je vast zit, je draait in kringetjes om elkaar heen. Je hoort jezelf anders reageren dan je had verwacht en het gesprek is niet meer constructief. Grote kans dat jullie de dramadriehoek zijn binnengetreden. Als er sprake is van een conflict of een gesprek ‘dat niet lekker loopt’, hanteren de gesprekspartners veelal vaste communicatiepatronen. Dergelijke patronen zijn te herleiden tot één van de drie posities uit de dramadriehoek:De aanklager schept er genoegen in anderen te pakken op hun zwakke plekken om daarmee de schuld bij anderen neer te leggen.

Het slachtoffer reageert vanuit de positie van waaruit iemand zich hulpeloos gedraagt, uit angst voor het nieuwe, uit angst om risico’s te nemen, om fouten te maken. Het slachtoffer kan op twee manieren slachtoffer zijn: op een zielige manier waardoor hij reddersgedrag uitlokt of op een irritante manier waardoor hij anderen uitlokt om hem aan te klagen (de aanklager).

De redder is de positie van waaruit iemand veelal ongevraagd zijn hulp aanbiedt. Hij maakt anderen door zijn hulp afhankelijk.

meer info>>

Manieren om uit de dramadriehoek te blijven

  1. Herken dat je in de dramadriehoek bent gestapt
  2. Spendeer geen tijd aan roddelen of “ tactisch, strategisch” gedrag, maar aan hetgeen je bereiken wil
  3. Als je het idee of het gevoel hebt dat je uitgenodigd wordt in de dramadriehoek:
    - geef dan een onverwachte reactie
    - ga na wat de ander echt wil en/of behoefte aan heeft
    - bedenk ‘ik ben oké en hij/zij is oké’ en geef dan een reactie
    - bedenk hoe zou je kunnen reageren vanuit de winnaarsdriehoek

.

donderdag 10 december 2009

Nèt anders (1)

In een reeks van 4 geeft Jan Hooiveld ons typeringen van kinderen die net iets anders zijn. Er zijn speciale medische diagnoses en termen voor, maar eigenlijk zijn gewoon 'tegendraads', 'druk', 'anders in contact' of 'verbaal vaardig maar slecht van begrip'. Woorden die oma ook begrijpt en waar ook zij met al haar ervaring weet hoe je het aan moet pakken. Hierbij de eerste placemat....spaar ze allemaal..

.

vrijdag 4 december 2009

'Daar had je me te pakken'

.

dinsdag 1 december 2009

De grenzeloze generatie en de eeuwige jeugd van hun opvoeders




'Nederlandse jeugd is de gelukkigste ter wereld', lezen we al een paar dagen in de kranten. Maar ......


Vandaag is het boek 'De grenzeloze generatie en de eeuwige jeugd van hun opvoeders' verschenen. Veel aandacht van de media natuurlijk.
Kern van het onderzoek, uitgevoerd door buro Motivaction, is dat steeds meer jongeren met problemen kampen die een leger hulpverleners niet onder controle krijgt.

Verschillen met eerdere generaties zijn (bron volkskrant 1 december):
- Jongeren houden er meer van naar zichzelf te kijken
- Meer jongeren vinden het acceptabel dat mensen af en toe geweld gebruiken
- Minder jongeren voelen zich betrokken bij politiek
- Minder jongeren proberen milieubewust te leven
- Meer jongeren vinden dat de vrouw vooral de rol van goede moeder en echtgenote moet vervullen (!)
- 'ik voel me gelukkig als ik geld kan uitgeven'

De grenzeloze generatie heeft de ambitie om een een urgent en complex vraagstuk inzichtelijk te maken en beoogt met praktische oplossingen steun te bieden aan ouders, leerkrachten en beleidsmakers, die zorgdragen voor de toekomst van onze jeugd.
Ik ga het lezen, en ben vooral benieuwd naar de praktische oplossingen.
Jullie ook?

ISBN 978 90 468 0674 6
288 blz. 16 x 23 cm
geïllustreerd
paperback € 19,95

.

maandag 30 november 2009

Schreeuwende ouder vraagt om ongewenst gedrag

25 november 2009
Een kind schreeuwend terechtwijzen of zwaar bekritiseren bij ongewenst gedrag kan ertoe leiden dat het uiteindelijk meer gaat liegen, spijbelen of stelen. Dat blijkt uit onderzoek van Amaranta de Haan van de Universiteit Utrecht onder 586 kinderen van 6 tot 16 jaar en hun ouders. Zij vulden in een periode van zes jaar driemaal een vragenlijst in.
Vooral kinderen die introvert, onwelwillend of niet-ordelijk zijn en kinderen met veel fantasie vertonen meer agressief en regeloverschrijdend gedrag wanneer hun ouders hen op een heftige manier aanspreken. De Haan adviseert ouders dan ook niet te schreeuwen tegen kinderen die voldoen aan deze persoonlijkheidskenmerken. De resultaten van het onderzoek verschijnen binnenkort in The Journal of Child Psychology and Psychiatry.

Bron: Universiteit Utrecht

.

maandag 23 november 2009

Straatcultuur binnen de muren van je school

Straatcultuur komt de school in. Je herkent het aan het volgende gedrag:

  • hij staat meteen op scherp,
  • hij geeft nooit toe,
  • hij pakt je op je zwakste punt,
  • je mag hem nooit aanraken

Frank van Strijen geeft mooie voorbeelden in zijn boek 'van de straat' hoe je deze jongeren kan bereiken, en hoe je, al zoekende, openingen kan vinden.
Wij snappen vanuit onze burgercultuur moeilijk dat op straat ‘eergevoel’ boven ‘eerlijkheid en transparantie’ gaat. Gezichtsverlies is het ergste wat je kan overkomen. Zo werkt dat. Nu je dit weet kan je er ook gebruik van maken: vraag de persoon die je meest verdenkt je te helpen de situatie op te lossen. Je doet daarmee een positief beroep op z'n eergevoel: 'de mobiel van Joshua is gestolen, jij hebt wel invloed op de jongens in de klas, het is voor mij niet zo belangrijk om te weten wie het gedaan heeft -we maken allemaal wel eens een vergissing-, kan jij er misschien voor zorgen dat ie morgen in een plastic tas op m'n bureau ligt'.

.

dinsdag 10 november 2009

VERJUFFING onderwijs slecht voor jongens


Het aantal mannelijke docenten neemt in rap tempo af. Nog geen vijfde van alle nieuwe pabostudenten is van het mannelijke geslacht. Daarvan haakt ook nog eens een gedeelte vroegtijdig af. Bovendien gaan er nu veel mannelijke leraren, de oude garde, met pensioen. Gevolg: scholen vrijwel geheel bestaande uit een vrouwelijk lerarenkorps. Staatssecretaris Van Bijsterveldt zegt het belangrijk te vinden mannen voor de klas te hebben, maar geeft aan dat de scholen daar zelf zorg voor dienen te dragen. Het Sectorbestuur Onderwijsarbeidsmarkt (SBO) luidt de noodklok en roept op tot actie.


De verjuffing van het onderwijs is een feit. Kijk maar eens op een willekeurige basisschool. Je moet de mannelijk leerkracht met een loep zoeken. Dolblij waren wij onlangs met de nieuwe leerkracht op school: een man. Eindelijk. Na jaren juffen en gesprekken over onze 'drukke jongen' eindelijk eens iemand, zo hopen we, die niet zo schrikt van concentratieproblemen. Niet zo onder de indruk is van de onrust in zijn jonge jongensbenen. Iemand die gewoon eens een balletje meetrapt en zijn stem verheft als het nodig is.

Woordvoerder Presley Bergen van de stichting Beter Onderwijs Nederland, zelf hbo-docent en vader van twee zonen, geeft de schuld aan het 'nieuwe leren': "In de lerarenopleiding wordt de nadruk gelegd op zelfontplooiing. Het is een knip en plakcultuur, waarin werkstukken en praatgroepen belangrijk zijn dan de inhoud. Reflecteren op jezelf is het hoofdvak. Meisjes zijn daar nu eenmaal beter in dan jongens. Die vinden het prima om in groepjes te praten, projecten te doen. Jongens willen afgerekend worden op de inhoud. Reken- en taalles worden niet meer voldoende gegeven. Daar moet meer tijd voor komen, in plaats van het geleuter over je eigen leerproces. Zoals de zaken er nu voor staan heeft het geen zin om campagne te voeren om meer jongens naar de pabo te krijgen, daarvoor moet je de opleiding eerst aantrekkelijk voor ze maken."

Lesgeven

"Het ergste is nog dat de meisjes die van die opleiding komen ook op dezelfde manier gaan lesgeven, waardoor jongens het slecht doen op school. Uit onderzoek bleek dat de verschillen tegen het einde van de basisschool nog niet zo zichtbaar zijn, al kunnen de fundamenten daar wel gelegd worden, maar dat jongens moeite hebben zich staande te houden op de middelbare school. Je hebt vwo-klassen waar geen jongen meer te vinden is."

Er is hoop. Zo richtten drie pabostudenten onlangs een jongensvereniging op: Meester. Want de pabo is geen vrouwenopleiding vinden zij. Op Paboweb vertelt één van de initiatiefnemers, Freek Siero, dat de organisatie op termijn hoopt dat de pabo beter aan kan sluiten bij de interesses van mannen. "Vrouwen zijn vaak meer gericht op de zorg voor leerlingen. Dat hoort er natuurlijk bij. Maar de pabo is geen opleiding tot pedagoog, maar tot leraar. Wij zijn meer geïnteresseerd hoe je een goede, leuke les geeft."

De Telegraaf, 02-11-2009

.

maandag 9 november 2009

Passend onderwijs verandert ingrijpend

Staatssecretaris Sharon Dijksma van Onderwijs gaat de financiering van passend onderwijs ingrijpend veranderen. Het geld voor leerlingen die extra zorg nodig hebben – leerlingen met een zogenaamd rugzakje - gaat vanaf augustus 2012 direct naar scholen. Het bedrag per leerling ligt niet langer vast en ouders en scholen hoeven geen indicatie meer voor extra zorg aan te vragen, zoals in de huidige rugzakfinanciering. Scholen bepalen in overleg met de ouders aan welke zorg het kind behoefte heeft en waaraan ze het geld besteden.

Daarnaast krijgen leraren meer begeleiding in de omgang met zorgleerlingen en komen er meer onderwijsassistenten om zorgleerlingen te ondersteunen.

Van de jaarlijkse 2 miljard voor passend onderwijs komt volgens Dijksma momenteel weinig terecht in de klas omdat indicatiestelling en bureaucratie veel tijd kosten.

meer informatie:
www.minocw.nl
Bron: ministerie OCW

.

dinsdag 3 november 2009

Handen in het haar


Vragend naar ‘hun moeilijkste leerling’ maken docenten onderscheid tussen verschillende type gedrag. Geordend hebben we het over 8 type gedragingen:

  1. Dwars, dwingend, onrustig, brutaal
  2. Agressief, dominant, niet sociaal, niet eerlijk, regels schendend
  3. Druk, ongeconcentreerd, overbeweeglijk, impulsief
  4. Wisselende buien, onvoorspelbaar, explosief, angstig, snel beledigd
  5. Weinig motivatie, slechte werkhouding, zwak presterend
  6. Moeilijk contact, niet communicatief, eenzijdig gericht
  7. Stil, gesloten, weinig aansluiting, angstig, passief, somber
  8. Onzeker, weinig zelfvertrouwen, faalangstig, dwangmatig

In het boek ‘Gedragsproblemen in scholen’ van Kees van der Wolf en Tanja van Beukering worden een 17-tal strategieën besproken die effectief zijn bij de aanpak van hardnekkige probleemgedrag. Zeer de moeite waard om dit boek te kopen, te lezen, door te bladeren en regelmatig te raadplegen.
Als we het type ‘agressieve en dominante leerling’ eens bij de kop nemen. Deze kwam uit de oktobervraag bij onze bezoekers als topper uit de bus. Het blijkt dat docenten bij dit type gedrag voornamelijk 4 strategieën kiezen: een positieve leeromgeving creëren, een persoonlijke relatie tot stand brengen, corrigeren en belonen. De schrijvers van het boek maken zich druk, dat welk type probleemgedrag de leerlingen ook vertonen, de strategie van ‘het aanpassen van het onderwijsaanbod’ maar zeer zelden door docenten wordt gekozen…’het komt blijkbaar niet in de gedachte op dat een leerling dat de leerstof te moeilijk of te gemakkelijk vindt zich ook lastig kan gaan gedragen. Of, positiever geformuleerd, dat een interessante wiskundeopdracht een leerling zo in beslag kan nemen dat hij er niet aan denkt (of niet aan toekomt) om zich lastig te gedragen’. Het accent in de aanpak blijkt voornamelijk te liggen op hoe (relatie, sfeer, steun, structuur, grenzen stellen) men met elkaar omgaat, en niet wat er op leergebied aan de orde is. Dus op het gebied van uitdagende opdrachten op het goede niveau liggen wellicht veel meer oplossingen voor het type 'handen-in-je-haar'-gedrag.

.

zondag 25 oktober 2009

dinsdag 20 oktober 2009

Provoceren

Voor docenten met humor en relativeringsvermogen is het boek Provocerende Leerlingbegeleiding van Jan Ruigrok een must. Hoe kan je je humor, je lichtheid en je provocatieve manier van doen inzetten om een leerling op z'n eigen benen te laten staan? Je kan op 2 manieren provoceren: je kan de ander ermee afbranden of de ander ermee opstoken. Dit boek gaat over het tweede. Je brengt de leerling in verwarring, zet ‘m op het verkeerde been, zodat hij gedwongen wordt over zichzelf na te denken.
Leerling: “ik kan dit niet”
Docent: “ik denk dat je gelijk hebt, volgens mij moet je erg slim zijn om dit te kunnen”
Het boek fileert de techniek van provoceren en geeft prachtige voorbeelden waarin je de spanning voelt opkomen. En zeker weten dat je de favoriete conciërge van de leerlingen erin herkent!!
NRC.Next schreef er een mooi artikel over.

.

woensdag 14 oktober 2009
















Hij is nieuwsgierig naar de richting
van de wind, het afval bij de vuilnisbakken,
de blues, hij heeft plectrums, stukken
kwarts, een kompas, vuursteen en adressen
van ballonvaarders in zijn zakken.

Hij kent de Wadden, drijft op vlotten,
leidt kampen en maakt zonnewijzers,
vindt de begraven potten en hij
kan eenzaam lezen.

Hij heeft voor alles tijd,
kan niet slapen van nieuwsgierigheid
en komt tussen de vakanties langs
om te vertellen van vreemde breuken,
het nodige delen, het begrip verzameling;
op zijn gitaar laat hij horen
hoe een driekwartsmaat verschilt
van andere maten.

En hun verbazing over dit bestaan
- zij gaan naar school als gaan zij emigreren –
wil wegens hem niet overgaan:
van wat hij leeft willen ze
als voor het eerst geestdriftig
leven leren.

Ed leeflang

.

vrijdag 9 oktober 2009

Door de bomen het bos
















Over grenzen en regels in het onderwijs,


Niets nieuws...Het is belangrijk dat grenzen duidelijk zijn. En dan kan het gaan om collectieve grenzen van een school, grenzen binnen een gezin, of zelfs persoonlijke grenzen. Ze werken pas als ze duidelijk zijn. Dat lijkt makkelijker bij persoonlijke grenzen dan bij collectieve grenzen. Want een persoonlijke grens hoeft maar duidelijk te zijn bij 1 persoon (alhoewel het wel heel makkelijk zou zijn als deze begrepen zouden worden door de omstanders). Maar zelfs persoonlijke grenzen zijn niet altijd duidelijk. Wie kent het niet? Wie heeft het niet meegemaakt? Dat je iets aan het doen bent wat eigenlijk niet bij je past. Of dat je een gesprek voert dat eigenlijk te ver voor je gaat? Hoe vaak per dag ga jij eigenlijk over je persoonlijke grens? Ik vind het in ieder geval knaplastig om altijd te handelen naar mijn gevoel, naar mijn eigen grens.
En eigen grenzen aangeven is iets wat bij professionals in het onderwijs wordt gezien als onderdeel van hun vak. Als iets “wat er gewoon bijhoort”. Maar het is natuurlijk meer dan dat. Het is onderdeel van het leven. En misschien wel het moeilijkste onderdeel.

Persoonlijke en collectieve grenzen. Ze moeten niet alleen duidelijk zijn, ze moeten ook leven. Leven betekent dat iedereen ze kent en begrijpt waar ze toe dienen.
Als persoonlijke grenzen al lastig zijn, dan is het niet verbazingwekkend dat het bij collectieve grenzen ook nog wel eens mis gaat. Op scholen bijvoorbeeld. Collectieve grenzen leven lang niet altijd op scholen. Hoeveel protocollen liggen er op scholen niet onder een laag stof in de kast, zonder dat de professionals weten van het bestaan? Hoe vaak wordt er niet oeverloos gediscussieerd over wel of geen petjes in de klas?
Bovendien kan in dit soort gevallen je persoonlijke grens ook nog eens in strijd zijn met de collectieve.
Op zo’n moment moeten grenzen bijgesteld worden, dan wel je persoonlijk, dan wel de gezamenlijk. Zodat ze weer gaan leven voor jezelf als docent.
En bijstellen kan alleen als je het er met elkaar over hebt. Als de grenzen voor iedereen op zijn minst duidelijk zijn, maar ook acceptabel en werkbaar. En.....als je doorpakt op de gemaakte afspraken. Want dan pas gaan de grenzen werken en leven bij de leerlingen!

Er zijn veel regels. Proberen we in deze tijd eigenlijk niet te veel te vangen in regels?
De laatste trend in het onderwijs is het protocol voor kinderen met gescheiden ouders. Zo krijgen de scholen een protocol in de kast over ‘hoe om te gaan met kinderen waarvan de ouders gaan scheiden’.
Natuurlijk gaat het uiteindelijk om het welbevinden van de leerling. Maar het gevaar dreigt het protocol een papieren tijger wordt en dat de leerling er helemaal niets van voelt.

De Franse filosoof Michel de Montaigne ergerde zich vierhonderd jaar geleden al aan de overvloed van zeer gedetailleerde leefregels en wetten. Hij wist toen al dat het leven zich niet in regels liet vatten. Hij bedacht dat er eigenlijk maar een paar regels nodig zijn:
Regels die niet onderhandelbaar zijn:

1. RESPECT
Ik accepteer anderen zoals ze zijn.
2. NIET OVER DE STREEP
Ik maak als dat nodig is anderen duidelijk waar ik de streep trek en ik respecteer de grenzen die anderen stellen.
3. ZONDER GEWELD
Ik los mijn onenigheden en ruzies op zonder geweld te gebruiken en vraag zo nodig iemand om geweldloos te bemiddelen.
4. AANSPREEKBAAR
Ik ben aanspreekbaar op mijn gedrag: ik accepteer dat anderen me erop wijzen dat ik over de streep ga en ik probeer mijn gedrag dan te herstellen.

Deze 4 simpel lijkende regels gaan allemaal over contact met de ander. Maar ze kunnen alleen werken als je je eigen grenzen aanvoelt, accepteert en aangeeft. Dus dat is een voorwaarde.

De 4 regels van Motaigne vormen de grondwet van sociale veiligheid. Veel van wat nu in protocollen en andere regels beschreven staat, kun je terugvoeren op de vragen:
• Was het naar de ander toe respectvol?
• Was het voor de ander ‘over de streep’ en hoe werd je dat duidelijk gemaakt?
• Was de ‘oplossing’ voor de ruzie ‘geweldloos’ en heeft de ander dat ook zo ervaren?
• Was je aanspreekbaar op je gedrag en waaruit bleek dat?

Om regels en grenzen duidelijk en levendig te maken en houden is het belangrijk om ze te bespreken en af en toe eens opnieuw te bekijken.

Henno Oldenbeuving


Opdrachten voor in de school
1. Vergelijk je school- of je klassenregels met de vier regels hierboven.
2. Welke regels vormen bij jou de ‘grondwet’ en welke zijn misschien overbodig gedetailleerd?
3. Probeer samen met je leerlingen enkele grondregels af te spreken: die gelden altijd, daarover discussiëren we niet.
4. Breng in gesprekken over gedrag die regels altijd ter sprake en laat de leerling het eigen gedrag daaraan toetsen.

.

donderdag 8 oktober 2009

Suezkade

"Liefde op school" is het thema in het boek van Suezkade van Jan Siebelink. Marc Cordesius (leraar) en het Marokkaanse meisje Najoua (leerling) sluiten een vriendschap op basis van een zielsverwantschap, die het gevoel van "bezitten" te boven gaat. Beiden zoeken ze elkaars gezelschap zonder enige seksuele bedoeling.
Het is prachtig dat deze vriendschap mogelijk is op een gymnasium (in Den Haag!!), een school met een behoorlijk negatieve cultuur: een hoop geroddel, rapportvergaderingen vol clichés, vastgespijkerde machtsverhoudingen en veel stiekemigheid. Helaas gaat Marc uiteindelijk aan zichzelf en de school ten onder.
Geheime liefdes tussen collega's is een bron van ergernis en jaloezie en een dankbaar onderwerp voor eindeloze gesprekken, zoals ik dat vroeger op mijn eigen school ook heb meegemaakt. Ik heb het idee dat een school niet een erg gunstig klimaat heeft voor onbekommerde liefdesaffaires. Slechts één keer is het me gebeurd dat een leerling bij mij in de auto stapte en ronduit zei: "Oh wat leuk dat ik mee mag rijden want ik ben al een hele tijd verliefd op u". Het is nooit iets geworden!!

Onderwijsmensen zullen ongetwijfeld heel veel herkennen in Suezkade. Ondanks het wat theatrale eind een genot om te lezen.

Een oud-docent

.

zondag 4 oktober 2009

Meidenvenijn

Ken je ze in je klas: een meidengroep waar één populair meisje alle andere meiden in de tang heeft? Ze doet het heel subtiel, ze oogt charmant, en tegelijkertijd zet ze iets heel desastreus in gang. Rosalind Wiseman ontrafelt in het boek ‘Queen Bees and Wannabes' de hiërarchie in dergelijke meidengroepjes. Zij analyseert de pesterijen, het geroddel en de gevolgen ervan voor de reputatie van meiden. Het populairste meisje bepaalt wat er gebeurt. Zij heeft volgelingen, boodschappers en spionnen. De groep kiest altijd een slachtoffer en er zijn altijd leerlingen die toekijken en niets doen.

Haar boek is in ‘Mean Girls’ op een Hollywoodachtige manier verfilmd. Een impressie wat de meiden elkaar aandoen:


Op de site van ‘straks voor de klas’ staan enkele tips hoe met deze meiden om te gaan, en vooral ook, hoe te voorkomen dat dergelijke meidengroepen ontstaan. Op de site van PPSI staan cursussen en lesmateriaal over dit thema.

.

maandag 28 september 2009

IK-boodschappen en JIJ-bakken

We gaan weer verder met Thomas Gordon, aansluitend op de post van twee weken geleden. De 2e pilaar van zijn aanpak gaat over duidelijk communiceren: een effectieve opvoeder (ouder of docent) is assertief! Assertiviteit houdt in: weten wat je wilt, wat je waardevol vindt en waar je behoefte aan hebt. Om dit kenbaar te maken gebruik je ik-boodschappen. Een ik-boodschap is duidelijk, begrijpelijk en ter zake. Er zijn 5 verschillende ik-boodschappen:

  1. in een verklarende ik-boodschap geef je jouw mening, gevoelens, gedachten of waarden weer: “ik wil graag dat je deze opdracht zelfstandig uitvoert”
  2. in preventieve ik-boodschappen geef je je behoeften weer zodat de anderen weten waar ze rekening mee moeten houden: “ik wil dat je deze opdracht voor 2 uur af hebt, want daarna heb ik een vergadering en dan kan ik je niet meer helpen”
  3. positieve ik-boodschappen maken relaties hechter en warmer: “ik vind het fijn dat je op tijd bent”
  4. in antwoordgevende ik-boodschappen geef je een verklaring waarom je ‘ja’ of ‘nee’ zegt: “nee dat kan nu niet, ik moet nog proefwerken nakijken”
  5. confronterende ik-boodschappen vertel je de ander waarom zijn gedrag niet aanvaardbaar is: ”als jullie zo hard praten, kan ik Deniese niet helpen met haar huiswerk”

Nu even wat ‘jij-bakken’. Op school ‘jij-bakken’ we veel. Luister eens als je collega’s met leerlingen hoort praten, en luister eens naar jezelf de komende dagen …en let op de eerste reactie van de leerlingen. Hieronder enkele voorbeelden. Ga eens na wat de leerling ervaart, voelt of denkt en, als je wilt oefenen, zet ‘m om in een geschikte ik-boodschap:

  • “Je zorgt er maar voor dat je om 4 uur hier bent”
  • “Je hebt het mis”
  • “Kun je dat niet zelf doen?”
  • “Iedereen de deur uit. Ik moet ook pauze houden”
  • "Jullie moeten rustig zijn, straks komt de afdelingsleider"
  • “Jullie moeten meehelpen met opruimen. Denk je dat ik het zo leuk vind om elke keer jullie troep te moeten opruimen?”

.

donderdag 24 september 2009

Ouders

.

vrijdag 18 september 2009

Do schools kill creativity? (deel 2)



dank je Nienke

.

woensdag 16 september 2009

Wie heeft er hier een probleem?

Thomas Gordon ontwikkelde een methode om effectiever met kinderen te communiceren en zo conflicten te voorkomen en/of op te lossen. Eén onderdeel van zijn methode geeft inzicht hoe naar een probleem te kijken en hoe te handelen. Eigenlijk is het heel eenvoudig. Als er zich een probleem voordoet, bedenk je je als eerste wie er een probleem heeft. Er zijn maar 2 mogelijkheden in de klas: óf de leerling heeft een probleem óf jij hebt een probleem.
Hier enkele voorbeelden: wie heeft er hier een probleem???

  1. Twee leerlingen uit jouw klas hebben ruzie.
  2. Een leerling heeft bij de helft van de lessen zijn boeken niet bij zich.
  3. Je hebt een leerling waar je vreselijk veel moeite mee hebt, je bent blij als hij er een dagje niet is.
  4. Een leerling wil naar huis tijdens een proefwerk, zij zegt zich niet lekker te voelen.
  5. Je irriteert je aan een ouder die steeds maar achter z’n zoon blijft staan, terwijl die jongen steeds over grenzen gaat bij jou en je collega’s.
  6. Een mentorleerling van jou heeft een groot probleem met een collega van jou, hij dreigt daardoor van school te worden gestuurd.
  7. Een ouder van een leerling vindt dat jij te weinig begeleiding biedt.

Als je weet wie er een probleem heeft weet je ook wat je als docent te doen staat.

In het boek “Bewust omgaan met kinderen” staan vele voorbeelden van interventies die hierboven beschreven staan.

.

dinsdag 15 september 2009

Prinsjesdag

.

maandag 14 september 2009

Er even tussen uit

Leerlingen kunnen moeite hebben om zelf hun gedrag te corrigeren: ze worden extreem boos, ze trekken zich totaal terug. Deze leerlingen kan je helpen inzicht te geven in hun eigen gevoel en om het moment te benoemen waarop zij (met jouw hulp) hun gedrag nog kunnen keren.

Ga met de leerling op een rustig moment in gesprek. Tijdens het gesprek vul je met de leerling een 'thermometer' in waarop het gevoel en het gedrag beschreven wordt.
De thermometer werkt als volgt: bij het punt 1 ben je gelukkig en ontspannen, bij 10 sta je op het punt waarop je extreem gedrag vertoont.
Tijdens het gesprek neem je de volgende stappen:
  • Start bij het punt 1, dan ga je naar 10, vervolgens verken je de tussenmomenten.
  • Bij elke temperatuur verken je wat de leerling voelt en doet. Maak dit zo concreet mogelijk, hierbij kan het helpen naar een situatie te vragen wanneer zo'n moment was.
    o Wat voel je als je …..(gelukkig ben, boos bent etc)
    o Waaraan kan ik (als buitenstaander) dat zien?
  • Als de thermometer is ingevuld zoek je met elkaar naar het omslagpunt. Dit is het punt waarop de leerling het gedrag nog in de hand heeft en dus kan beïnvloeden.
  • Maak een Time-out kaart die op het omslagpunt ingezet kan worden.

Een voorbeeldOp de Time-out kaart schrijft de leerling dingen die hij/zij kan doen om de temperatuur naar beneden te krijgen. Zorg dat dit concrete en reële dingen zijn.

  • Wat kan je gaan doen op het moment dat je je zo voelt om weer rustiger te worden?
  • Door het omschreven gevoel kan de leerling het omslagpunt herkennen, door het concreet omschreven gedrag kan de docent het omslagpunt herkennen.
  • Maak met elkaar de afspraak dat de leerling de Time-out kaart in kan zetten tijdens de les. Zowel de leerling als docent kan hiertoe het initiatief nemen.
  • Spreek met elkaar (een signaal) af hoe beide partijen het omslagpunt herkennen.

.

maandag 7 september 2009

Groepsfases

Je begint vrijwel elk jaar weer met nieuwe groepen leerlingen, als mentor en als docent. Groepsprocessen verlopen vrijwel altijd volgens een vast stramien. Bruce Tuckman beschreef de 5 stadia, daarna zijn ze door velen uitgeschreven voor de schoolse situatie. Je hebt als docent veel invloed op de klas zodat ze de verschillende fases goed doorlopen, en daardoor een grotere kans op een ‘goed werkbare klas’. Dit voorkomt in een later stadium veel problemen met de klas en individuele leerlingen. Neem een klas voor ogen:

  • In welke fase bevindt zich deze klas?
  • Wat is de kracht/kwaliteit van de groep? Welke problemen signaleer je?
  • Wat betekent dat voor jouw begeleiding?

Bevraag collega’s welke activiteiten zij doen binnen een bepaalde groepsfase die de klas helpt om beter te functioneren?

.

woensdag 19 augustus 2009

.

maandag 3 augustus 2009

op vakantie


Eindelijk vakantie....
Ik heb het toch niet gered. Blijven zitten dus. Flink balen.


Volgend jaar weer juffrouw Buurman!

.

donderdag 2 juli 2009

www.jeugdinterventies.nl

Het Nederlands Jeugd Instituut bouwt aan een prachtige site waarin alle erkende jeugdinterventies worden beschreven. Allemaal interventies en aanpakken die tot doel hebben om problemen met opgroeien en opvoeden te voorkómen of te verhelpen. De site werkt met een getrapt systeem van effectiviteit: van goed theoretisch onderbouwd tot aan ‘evidence-based’ interventies, waarvan is vastgesteld dat de resultaten door de interventie veroorzaakt zijn. De site is een levende database waaraan steeds nieuwe erkende interventies worden toegevoegd.
Het is een site om een tijdje in rond te neuzen, te bekijken wat er allemaal is op dit gebied, wat werkt en ook waarom het werkt. Wil je directer naar interventies die aan het onderwijs gerelateerd zijn, klik dan bijvoorbeeld op:

  • Levensvaardigheden, een lesprogramma voor ontwikkelen van sociaal emotionele vaardigheden
  • Gezonde school en genotmiddelen
  • Gordon-cursus, over communicatievaardigheden, voor docenten net zo effectief als voor ouders
  • Equip, over het aanleren van verantwoordelijkheid voor eigen handelen, waarvan nu ook een variant voor het reguliere onderwijs

Een aanrader voor leerlingen met depressieve klachten: Grip op je Dip

.

donderdag 18 juni 2009

Blacka blacka

Bekijk de twee filmpjes en zoek de verschillen.





Kijkvragen:
Wat doet de docent?
Wat is het effect op de leerlingen?
Wat zou jij doen?


Tip: Gebruik het filmpje in plaats van vergaderen in je team!

.

woensdag 17 juni 2009

Wraak

.

Juffrouw Buurman - 3


Ik ben verliefd op Marga! Ik kan nergens anders meer aan denken. Ik zit achter haar en kijk de hele dag tegen haar rug. Ik durf alleen niets tegen haar te zeggen.
Zij lijkt mij niet te zien, net of ik lucht voor haar ben. Ik word er een beetje onzeker van. Wat moet ik doen? Hoe pak ik het aan? Ik weet het niet ....

Vandaag voorlichting over sexualiteit gehad van juffrouw Buurman. Het gaat over soa's en voorbehoedsmiddelen en tienermoeders en de kindertelefoon en dat echte liefde zo mooi is. Volgende week proefwerk daarover. Raar als juffrouw Buurman het woord seksualiteit uitspreekt. Zo langgerekt en met een harde K. Mijn fantasie slaat dood, maar ....
Niet eruit gestuurd! Geen strafwerk gehad! Alleen.....

Marga...

Diepe zucht...

.

maandag 15 juni 2009

Puberbrein binnenstebuiten, wat beweegt jongeren......-2


Jongeren ontwikkelen zich aan de binnenkant en aan de buitenkant. Er is de lichamelijke ontwikkeling, de cognitieve ontwikkeling groei van het denkvermogen, en de sociaal-emotionele ontwikkeling (inzicht in jezelf en anderen, omgaan met emoties).
Wat het extra ingewikkeld maakt is dat die drie ontwikkelingen niet parallel lopen, niet tegelijkertijd plaats vinden. Fysiek kan een jongere al een volwassen uitstraling hebben, maar op sociaal-emotioneel gebied nog flink gaat groeien. We zien dan kinderlijk gedrag in een 'geslachtsrijp'lijf.
Andersom komt ook voor. Op je 16-e er nog steeds uitzoien als een brugpieper terwijl je de beste van je 6 vwo klas bent.

Deze ongelijkmatige ontwikkelingen (sociaal-emotioneel, cognitief en lichamelijk) vormen de essentie van het puberbrein en verklaren het typische, onlogische, soms riskante puber gedrag.


Huub Nelis en Yvonne van Stark onderscheiden drie fases in de sociaal emotionele ontwikkeling:

FASE 1 10-14 jaar
Jongeren maken zich los van hun ouders en gaan nieuwe emotionele banden aan met leeftijdgenoten. Ze handelen impulsief en willen niet opvallen. Ze zijn emotioneel gevoelig. Ergens bij horen (groepsdruk) is belangrijk.
Ze maken impulsieve keuzes, behoeftes moeten snel bevredigd.
Ze willen volwaardig behandeld worden. 'Ik ben toch geen kind?'

FASE 2 14-16 jaar
Pubers ontwikkelen een eigen 'ik' en durven daarbij ook af te wijken van anderen. Ze experimenteren met van alles en nemen daarbij ook veel risico's.
Er zijn veel stemmingswisselingen.
Ze leren om te gaan met de gevolgen van (ook slechte) keuzes die ze gemaakt hebben. De inschatting van gevolgen gaat nog moeizaam (gezien de risico'die ze nemen).

FASE 3 16 - 22 jaar
Jongeren worden zelfbewuster en ontwikkelen steeds meer een eigen identiteit.. Zij stellen zich verantwoordelijke op. Zij kunnen vooruit denken, zijn in staat tot zelfreflectie. Zij leren steeds beter plannen en ordenen.
Af en toe is een een onverhoedse terugval terug in de onvolwassenheid.

Wat betekent dit voor legeven?
Welk gedrag zien we terug in de klas?

Meer volgt ……….

Vrij samengevat uit: Puberbrein Binnenstebuiten (Huub Nelis, Yvonne van Sark, uitgeverij kosmos, 2009)

.

woensdag 10 juni 2009

Juffrouw Buurman - 2


Ik heb ruzie met Ronald. Hij zette me voor schut bij gym, terwijl ik toch een veel betere voetballer ben.
Natuurlijk kom ik dan ook nog te laat bij juffrouw Buurman. Weer een briefje halen, weer op vrijdagmiddag langer blijven, weer een preekje aanhoren (als je zo doorgaat, dan …..).
Het is moeilijk om positief te blijven, maar ik blijf het proberen. Ik had het huiswerk goed geleerd, en heb wel 20 keer mijn vinger opgestoken als de juf een vraag aan de klas stelde.
Geen beurt gehad natuurlijk.
Ze keek me nog niet aan!
Zal het de volgende les beter gaan?

.